Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:3481
2026-02-19
Strafrecht; Materieel strafrecht
25-030358
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beslissing artikel 552a Sv, ongegrond
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.681 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 25-030358
datum : 19 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klaagster, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 11 november 2025 in beslag is genomen: een elektrische bakfiets van het merk Lovens (goednummer 6722607) (hierna: de bakfiets).
Procedure
Het klaagschrift is op 24 november 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, op zitting gehoord.
Klaagster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Een dag na de behandeling van het klaagschrift en nadat er door de rechter mondeling uitspraak is gedaan, is gebleken dat de oproeping van klaagster retour is gekomen omdat het adres onjuist zou zijn. Het klaagschrift is door klaagster met de hand geschreven en mogelijk is zij woonachtig op huisnummer [nummer 1] in plaats van [nummer 2] , zoals op de akte is vermeld. Om die reden wordt deze beslissing naar beide huisnummers gestuurd.
Verzekeringsmaatschappij [naam verzekeringsmaatschappij] is als derde belanghebbende opgeroepen. De derde belanghebbende heeft, na kennisname van het standpunt van het Openbaar Ministerie, laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets.
Door klaagster is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik maak bezwaar tegen de inbeslagname van de bakfiets. Ik doe geen afstand ervan.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets aan klaagster en heeft daartoe aangevoerd dat de bakfiets moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar (degene van wie de bakfiets is gestolen of de verzekeringsmaatschappij waarbij deze persoon de fiets had verzekerd). Klaagster heeft de bakfiets gekocht via Marktplaats, waarna bleek dat het originele framenummer als gestolen geregistreerd stond. Op 14 oktober 2025 heeft de oorspronkelijke eigenaar aangifte gedaan van diefstal. Hoewel klaagster te goeder trouw heeft gehandeld, wordt zij niet beschermd door artikel 3:86 lid 3 BW, omdat geen sprake is van een consumentenkoop. Nu de verzekeringsmaatschappij reeds geld heeft uitgekeerd, is zij in de rechten getreden van de oorspronkelijke eigenaar.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Als dat laatste het geval is, dient het verzoek om teruggave zonder nader onderzoek naar het belang van strafvordering te worden afgewezen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Klaagster heeft via Marktplaats een bakfiets gekocht die gestolen blijkt te zijn. Hoewel niet ter discussie staat dat zij te goeder trouw heeft gehandeld, komt haar juridisch gezien geen bescherming toe op grond van artikel 3:86 lid 3 BW nu geen sprake is van een consumentenkoop. Aangezien [naam verzekeringsmaatschappij] Verzekeringen reeds geld heeft uitgekeerd aan de oorspronkelijke eigenaar die op 14 oktober 2025 aangifte heeft gedaan van diefstal, is zij in de rechten van de oorspronkelijke eigenaar getreden en daarmee rechthebbende van de bakfiets.
Uit het voorgaande volgt dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de bakfiets kan worden aangemerkt en het verzoek om teruggave van klaagster dient te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klaagster en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klaagster binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 25-030358
datum : 19 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klaagster, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 11 november 2025 in beslag is genomen: een elektrische bakfiets van het merk Lovens (goednummer 6722607) (hierna: de bakfiets).
Procedure
Het klaagschrift is op 24 november 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, op zitting gehoord.
Klaagster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Een dag na de behandeling van het klaagschrift en nadat er door de rechter mondeling uitspraak is gedaan, is gebleken dat de oproeping van klaagster retour is gekomen omdat het adres onjuist zou zijn. Het klaagschrift is door klaagster met de hand geschreven en mogelijk is zij woonachtig op huisnummer [nummer 1] in plaats van [nummer 2] , zoals op de akte is vermeld. Om die reden wordt deze beslissing naar beide huisnummers gestuurd.
Verzekeringsmaatschappij [naam verzekeringsmaatschappij] is als derde belanghebbende opgeroepen. De derde belanghebbende heeft, na kennisname van het standpunt van het Openbaar Ministerie, laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets.
Door klaagster is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik maak bezwaar tegen de inbeslagname van de bakfiets. Ik doe geen afstand ervan.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets aan klaagster en heeft daartoe aangevoerd dat de bakfiets moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar (degene van wie de bakfiets is gestolen of de verzekeringsmaatschappij waarbij deze persoon de fiets had verzekerd). Klaagster heeft de bakfiets gekocht via Marktplaats, waarna bleek dat het originele framenummer als gestolen geregistreerd stond. Op 14 oktober 2025 heeft de oorspronkelijke eigenaar aangifte gedaan van diefstal. Hoewel klaagster te goeder trouw heeft gehandeld, wordt zij niet beschermd door artikel 3:86 lid 3 BW, omdat geen sprake is van een consumentenkoop. Nu de verzekeringsmaatschappij reeds geld heeft uitgekeerd, is zij in de rechten getreden van de oorspronkelijke eigenaar.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Als dat laatste het geval is, dient het verzoek om teruggave zonder nader onderzoek naar het belang van strafvordering te worden afgewezen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Klaagster heeft via Marktplaats een bakfiets gekocht die gestolen blijkt te zijn. Hoewel niet ter discussie staat dat zij te goeder trouw heeft gehandeld, komt haar juridisch gezien geen bescherming toe op grond van artikel 3:86 lid 3 BW nu geen sprake is van een consumentenkoop. Aangezien [naam verzekeringsmaatschappij] Verzekeringen reeds geld heeft uitgekeerd aan de oorspronkelijke eigenaar die op 14 oktober 2025 aangifte heeft gedaan van diefstal, is zij in de rechten van de oorspronkelijke eigenaar getreden en daarmee rechthebbende van de bakfiets.
Uit het voorgaande volgt dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de bakfiets kan worden aangemerkt en het verzoek om teruggave van klaagster dient te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klaagster en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klaagster binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.