Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:2997

2026-03-12 Civiel recht; Arbeidsrecht 11793188
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-03-12
Publicatiedatum
2026-03-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11793188
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2026-0554 | RAR 2026/101

Inhoudsindicatie

vordering op grond van artikel 7:686 BW tijdens lopend dienstverband, verklaring voor recht dat werkgever tekort is geschoten in de nakoming van haar verpilichtingen uit de arbeidsovereenkomst door werknemer eenzijdig de werkzaamheden uit zijn functie te ontnemen en dat werkgever aansprakelijk is voor de schade die werknemer heeft geleden en lijdt

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.617 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM



Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 11793188 \ CV EXPL 25-9492




Vonnis van 12 maart 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.A.M. Lem,



tegen




TATA CONSULTANCY SERVICES NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TCS,
gemachtigden: mr. E. van der Meulen en mr. L.J. Eleveld.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de per post verzonden dagvaarding van 1 juli 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 25 september 2025, waarbij een mondelinge behandeling is gelast.



1.2.
Op 12 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens TCS zijn [naam 1] ( [naam functie 1] ), [naam 2] ( [naam functie 2] ) en [naam 3] ( [naam functie 3] ) verschenen, bijgestaan door een tolk Engels en de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, ieder aan de hand van pleitaantekeningen, met producties, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
TCS is een dochteronderneming van Tata Consultancy Services Limited, gevestigd te India (verder: TCS ltd.). TCS houdt zich bezig met het verlenen van IT services, consulting en business solutions.


2.2.

[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1967, is op 23 november 2020 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van TCS in de functie van [naam functie 4] (grade C4), tegen een salaris van laatstelijk € 11.952,50 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag.


2.3.

[eiser] was werkzaam binnen het Customer Experience Transformation team (CXT), een onderdeel van de eenheid Consulting & Systems Integration (C&SI).


2.4.
In de arbeidsovereenkomst is bepaald, voor zover van belang,:4.3. Within the limits of reasonableness and fairness (redelijkheid en billijkheid) the Employer is entitled to order other activities than those related to the function mentioned under paragraph 1 of this article if the course of business so demands.


9.1

The Employer may at its discretion grant a gross variable remuneration to the

Employee, subject to the rules of such plans or schemes as the Employer may

operate and/or announce from time to time. Furthermore, the provision of such a

plan, whether or not a similar plan is adopted in subsequent years, does not in any

way create an implied term that any similar such plans will be offered in future

years. Even if payments are made on a repeated basis, this shall not create an

enforceable right for the future either to the Variable Remuneration or the amount,

even if the payment is or was made without explicit reservation as to its optional

nature.




9.2.

The amount of the variable remuneration depends, among other parameters on

the results of the organization globally, the performance of the business unit that the

Employee belongs to and individual performance. The maximum annual variable

gross remuneration will be
€ 15.000.00
(fifteen thousand euros only).



2.5.
TCS ltd. heeft een wereldwijde herstructurering voor de TCS Groep aangekondigd met ingang van 1 augustus 2023. TCS heeft hieraan uitvoering gegeven en een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd, waarmee de ondernemingsraad heeft ingestemd.


2.6.
In de nieuwe organisatiestructuur is het CXT team, waarbinnen [eiser] werkte, weggevallen. TCS heeft [eiser] hierover bij brief van 3 januari 2024 geïnformeerd.


2.7.

[eiser] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en daarbij aangegeven dat hij van plan was om zich bij het TCS Interactive team (TI) aan te sluiten.


2.8.

[eiser] is vervolgens in het kader van samenwerking aan een project voor een specifieke klant tot medio 2024 in het TI team geplaatst. Nadat deze klant de samenwerking met TCS beëindigde, kon [eiser] niet definitief bij het TI team geplaatst worden.


2.9.
Hierna is [eiser] , afgezien van enkele losse werkzaamheden, niet meer op een project geplaatst.


2.10.
Bij e-mail van 2 april 2025 heeft [eiser] TCS aansprakelijk gesteld voor schade die hij als gevolg van toerekenbaar te kort schieten door TCS in de nakoming van de arbeidsovereenkomst lijdt en nog zal lijden. In reactie hierop heeft TCS bij e-mail van 11 april 2025 de gestelde wanprestatie betwist.


2.11.
TCS heeft [eiser] vanaf 28 april 2025 meerdere rollen bij TCS aangeboden. [eiser] heeft deze geweigerd omdat hij deze niet passend vindt.


2.12.

[eiser] heeft tot 2023 een jaarlijkse bonus van € 7.000,00 ontvangen. Over 2023 heeft hij een bonus van € 5.000,00 ontvangen. Over 2024 heeft hij geen bonus ontvangen.




3Het geschil


3.1.

[eiser] vordert:
a. te verklaren voor recht dat TCS ten opzichte van [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:686 BW door hem op 29 augustus 2023 eenzijdig de werkzaamheden behorend bij de functie van [naam functie 4] te ontnemen en dat TCS verplicht is de (inkomens- en pensioen)schade die [eiser] dientengevolge heeft geleden en lijdt aan hem te vergoeden,
b. te verklaren voor recht dat [eiser] vanaf 29 augustus 2023 aanspraak kan maken op een jaarlijkse bonus van € 7.000,00 bruto,
c. TCS te veroordelen om aan [eiser] alle kosten te vergoeden van rechtsbijstand die hij vanaf 29 augustus 2023 heeft moeten maken ter zake het vaststellen van de aansprakelijkheid van TCS en van de dientengevolge door hem geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat,
d. veroordeling van TCS in de kosten van de procedure.



3.2.

[eiser] legt daaraan, samengevat, ten grondslag dat TCS per 29 augustus 2023 eenzijdig aan hem de bedongen werkzaamheden heeft ontnomen, hetgeen toerekenbaar tekort schieten in de nakoming van één van de kernprestaties van de arbeidsovereenkomst oplevert. Niet gebleken is dat de werkzaamheden van [eiser] zijn komen te vervallen. Bovendien had hij herplaatst moeten worden binnen de afdeling TI, TCS PacePort dan wel SEA/Salesforce. [eiser] lijdt door het niet meer kunnen uitoefenen van de overeengekomen werkzaamheden (inkomens- en pensioen) schade, althans de mogelijkheid bestaat dat hij op termijn inkomens-en pensioenschade zal lijden, omdat hij als gevolg van een en ander uiteindelijk zijn dienstverband met TCS zal moeten verliezen. [eiser] heeft recht en belang bij de gevraagde verklaringen voor recht om het momentum van toerekenbaar tekortschieten door TCS vast te leggen. [eiser] is thans immers door de wanprestatie van TCS in de huidige positie terechtgekomen. Dat heeft een negatieve invloed op zijn carrièreperspectieven, zijn interne en externe reputatie en zijn arbeidsvreugde.



3.3.

[eiser] heeft jaarlijks een bonus ontvangen. TCS heeft [eiser] vanaf 29 augustus 2023 gedurende zijn boventalligheid echter geen bonus meer toegekend, hetgeen in strijd is met goed werkgeverschap. De hoogte van de bonus moet worden vastgesteld op tenminste € 7.000,00 per jaar.



3.4.
TCS voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.



3.5.
TCS voert daartoe, samengevat, aan dat [eiser] niet aan de waarheidsplicht van artikel 21 Rv heeft voldaan en ook de substantiëringsplicht van artikel 11 lid 3 Rv heeft geschonden. Verder betwist TCS dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst met [eiser] en dat [eiser] schade lijdt. Volgens TCS is er geen grond voor de gestelde bonusaanspraak en evenmin voor vergoeding van alle gemaakte kosten van rechtsbijstand.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
Voorop moet worden gesteld dat van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst van [eiser] geen sprake is. Daarom is Afdeling 7.10. 9 BW niet van toepassing en biedt artikel 7:686 BW, anders dan [eiser] meent, geen grondslag voor zijn vordering tot schadevergoeding. De onderhavige vordering van [eiser] moet gekenmerkt worden als een zelfstandige vordering tot vergoeding van schade die (mogelijk) is ontstaan en nog zal ontstaan bij de voortzetting van de lopende arbeidsovereenkomst op grond van artikel 6:74 BW.



4.2.

[eiser] heeft de mogelijkheid van schade door het gestelde tekortschieten van TCS aannemelijk gemaakt. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [eiser] belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht dat TCS jegens hem toerekenbaar te kort is geschoten, ook al heeft hij daarbij geen schadevergoeding dan wel verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd (ECLI: NL:HR:2015:760). De vraag of [eiser] daadwerkelijk schade heeft geleden, zoals TCS betwist, is in deze procedure niet aan de orde.



toerekenbaar tekortschieten




4.3.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat TCS hem eenzijdig de overeengekomen werkzaamheden heeft ontnomen, terwijl niet gebleken is dat deze werkzaamheden zijn komen te vervallen. Nu TCS dit betwist, ligt de bewijslast op grond van artikel 150 Rv bij [eiser] . TCS heeft geen stellingen erkend die volgens [eiser] ertoe leiden dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van TCS. De stelling van [eiser] dat sprake is van een bevrijdend verweer van TCS, hetgeen volgens [eiser] leidt tot een andere bewijslastverdeling, gaat dus niet op.



4.4.
Ter voldoening aan de bewijslast verwijst [eiser] naar een beslissing van het UWV van 11 juli 2024. In die beslissing heeft het UWV een ontslagaanvraag van TCS voor één van haar werknemers op grond van bedrijfseconomische redenen geweigerd, onder meer omdat TCS niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bedrijfseconomische redenen waardoor het noodzakelijk is dat de arbeidsplaats van de betreffende werknemer structureel is komen te vervallen. Dit betoog gaat niet op, omdat die beslissing niet gaat over [eiser] , maar over zijn leidinggevende die een andere functie beoefende en voorts omdat het UWV een andere rechtsvraag moet beantwoorden dan de in deze procedure voorliggende rechtsvraag.



4.5.


[eiser] heeft niet weersproken dat hij door TCS is aangenomen om te werken op tijdelijke projectmatige basis voor externe opdrachtgevers dan wel intern voor TCS. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat TCS hem na 29 augustus 2023 niet meer in staat stelt om deze bedongen werkzaamheden te vervullen. De enkele omstandigheid dat zijn functie oorspronkelijk was ondergebracht bij de afdeling CXT en dat die onderbrenging is komen te vervallen door het wegvallen van die afdeling na een wijziging van de organisatiestructuur is daarvoor onvoldoende. De overeengekomen taken en verantwoordelijkheden van [eiser] als [naam functie 4] zijn bij aanvang van de arbeidsovereenkomst vastgelegd in een functieomschrijving (productie 2 bij de conclusie van antwoord). [eiser] heeft echter nagelaten om aan te tonen dat TCS hem niet in staat stelt om deze taken en verantwoordelijkheden in een andere rol binnen TCS uit te oefenen. TCS wil de arbeidsovereenkomst immers laten voortduren en heeft [eiser] ook meerdere andere rollen aangeboden. Bovendien geldt dat tussen partijen bij aanvang van de arbeidsovereenkomst in artikel 4.3. is overeengekomen dat TCS gerechtigd is om binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid [eiser] andere werkzaamheden te laten uitvoeren als haar bedrijfsvoering dit eist. Tegen die achtergrond kan niet geoordeeld worden dat TCS jegens [eiser] handelt in strijd met goed werkgeverschap en haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet nakomt. Dat betekent dat de gevorderde verklaringen voor recht (ro. 3.1. sub a. en c.) niet toewijsbaar zijn.

bonus




4.6.
Uit artikel 9.1. en 9.2. van de arbeidsovereenkomst blijkt dat de toekenning van een bonus discretionair is en afhankelijk is van zowel de individuele beoordeling als de prestaties van TCS als geheel. Bovendien is bepaald dat herhaalde betalingen in het verleden geen enkel afdwingbaar recht voor de toekomst scheppen. Dat betekent dat er geen juridisch afdwingbare verplichting voor TCS bestaat om [eiser] vanaf 2023 ieder jaar een bonus van € 7.000,00 toe te kennen. De gevorderde verklaring voor recht die daarop betrekking heeft (ro. 3.1. sub b.), wordt daarom afgewezen.



proceskosten




4.7.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TCS worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


1.154,00


(2 punten × € 577,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.226,00













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,



5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.226,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.



Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.




450