Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:2991
2026-02-06
Civiel recht; Verbintenissenrecht
10614240 \ CV EXPL 23-9907
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Geen akte genomen ondanks instructie tussenvonnis. Vernietiging kredietovereenkomsten. Alleen uitgeleende geldbedrag moet worden terugbetaald, zonder bijkomende rente of kosten. Proceskosten gecompenseerd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.374 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10614240 \ CV EXPL 23-9907
Vonnis van 6 februari 2026
in de zaak van
[eiser]
, h.o.d.n. [bedrijf],
wonende en kantoorhoudende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 5 december 2025.
1.2.
[eiser] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen akte genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de kredietovereenkomsten vallen onder de werkingssfeer van Richtlijn 2008/48 EG, waarbij [eiser] in diende te gaan op de bedongen kosten van de kredieten. Verder is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van de kredietovereenkomsten, omdat geen kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd.
2.2.
Nu [eiser] geen akte heeft genomen, zal vanwege de consumentenbescherming die voornoemde richtlijn beoogt te bewerkstelligen, uit moeten worden gegaan van de toepasselijkheid van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW), omdat van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW niet is gebleken.
2.3.
Gesteld noch gebleken is dat [eiser] aan de verplichtingen voortvloeiend uit Titel 2A van Boek 7 BW heeft voldaan. Evenmin is een kredietwaardigheidstoets uitgevoerd.
2.4.
De kantonrechter zal daarom, zoals aangekondigd, overgaan tot vernietiging van de kredietovereenkomsten. Gevolg hiervan is dat [gedaagde] uitsluitend het uitgeleende geldbedrag aan [eiser] dient terug te betalen, zonder bijkomende rente of kosten.
2.5.
Vanwege de uitkomst van de procedure, waarbij partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd. Bij die beslissing is in aanmerking genomen de omstandigheid dat twee kredietovereenkomsten zijn gesloten met [gedaagde] als consument, zonder dat vooraf is getoetst of zij voldoende kredietwaardig was om die overeenkomsten aan te gaan.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 660,00 aan hoofdsom,
3.2.
compenseert de proceskosten,
3.3.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
991
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10614240 \ CV EXPL 23-9907
Vonnis van 6 februari 2026
in de zaak van
[eiser]
, h.o.d.n. [bedrijf],
wonende en kantoorhoudende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 5 december 2025.
1.2.
[eiser] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen akte genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de kredietovereenkomsten vallen onder de werkingssfeer van Richtlijn 2008/48 EG, waarbij [eiser] in diende te gaan op de bedongen kosten van de kredieten. Verder is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van de kredietovereenkomsten, omdat geen kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd.
2.2.
Nu [eiser] geen akte heeft genomen, zal vanwege de consumentenbescherming die voornoemde richtlijn beoogt te bewerkstelligen, uit moeten worden gegaan van de toepasselijkheid van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW), omdat van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW niet is gebleken.
2.3.
Gesteld noch gebleken is dat [eiser] aan de verplichtingen voortvloeiend uit Titel 2A van Boek 7 BW heeft voldaan. Evenmin is een kredietwaardigheidstoets uitgevoerd.
2.4.
De kantonrechter zal daarom, zoals aangekondigd, overgaan tot vernietiging van de kredietovereenkomsten. Gevolg hiervan is dat [gedaagde] uitsluitend het uitgeleende geldbedrag aan [eiser] dient terug te betalen, zonder bijkomende rente of kosten.
2.5.
Vanwege de uitkomst van de procedure, waarbij partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd. Bij die beslissing is in aanmerking genomen de omstandigheid dat twee kredietovereenkomsten zijn gesloten met [gedaagde] als consument, zonder dat vooraf is getoetst of zij voldoende kredietwaardig was om die overeenkomsten aan te gaan.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 660,00 aan hoofdsom,
3.2.
compenseert de proceskosten,
3.3.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
991