Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:2743

2026-03-06 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11899495 \ CV EXPL 25-13158
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-03-06
Publicatiedatum
2026-03-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11899495 \ CV EXPL 25-13158
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Nakoming. Onbetaalde facturen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.812 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 11899495 \ CV EXPL 25-13158




Vonnis van 6 maart 2026




in de zaak van




TFC B.V.,
te Hengelo,
eisende partij,
hierna te noemen: TFC,
gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst,



tegen





[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L. Tastan-Bastimar.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 21 november 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging productie 4 en 5 van TFC,
- de mondelinge behandeling van 4 februari 2026.



1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak stond gepland om 9:00 uur in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam. [functie] en de gemachtigde van TFC waren op dat moment in het gebouw aanwezig; namens [gedaagde] was er nog niemand. De griffier heeft om 09:01 uur de gemachtigde van [gedaagde] gebeld. Zij meldde toen dat zij over 20 minuten met haar cliënt op de rechtbank zou zijn. Daarop heeft de kantonrechter, na afstemming met de gemachtigde van TFC, de aanvang van de mondelinge behandeling verzet naar 09:30 uur. Op dat tijdstip had [gedaagde] zich, zonder tussentijds bericht, nog niet gemeld. Na kort overleg met de gemachtigde van TFC heeft de kantonrechter de aanvang van de mondelinge behandeling opnieuw uitgesteld naar 09:45 uur. Enkele momenten voor de opening van de mondelinge behandeling heeft de bode in het gehele gerechtsgebouw omgeroepen dat de zitting weldra zou beginnen, zodat [gedaagde] en zijn gemachtigde zich, indien inmiddels aanwezig, alsnog naar de zittingszaal konden spoeden. Om 09:45 uur riep de bode de zaak uit en opende de kantonrechter de mondelinge behandeling. Nadat de inhoudelijke behandeling van de zaak met alleen TFC was afgerond, meldde de gemachtigde van [gedaagde] telefonisch aan de bode dat zij zich op de parkeerplaats bij het gerechtsgebouw bevond. Op dat moment waren ruim 50 minuten verstreken sinds het oorspronkelijke aanvangstijdstip en was de inhoudelijke behandeling van de zaak al afgerond. De rechter sloot daarop, na overleg met de gemachtigde van TFC, de zitting. [gedaagde] is derhalve niet bij de mondelinge behandeling verschenen.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
TFC verstrekt brandstofpassen waarmee gebruikers kunnen afrekenen bij het pompstation en tol kunnen voldoen. Wekelijks factureert TFC voor het gebruik van een pas.



2.2.

[gedaagde] exploiteert een transportbedrijf vanuit zijn eenmanszaak [handelsnaam] .



2.3.

[gedaagde] heeft op 9 oktober 2024 vijf tankpassen afgenomen bij TFC voor zijn vrachtwagens met de kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] , [kenteken 3] , [kenteken 4] en [kenteken 5] . De overeenkomst is ondertekend door [gedaagde] , namens zijn eenmanszaak [handelsnaam] .



2.4.
De algemene voorwaarden van TFC zijn op de overeenkomst van toepassing verklaard. Die bepalen in artikel 6 het volgende:



d) Indien een betaling niet tijdig is voldaan, raakt de Klant zonder ingebrekestelling in verzuim en is de Klant wettelijke rente – verhoogd met 2% punten – verschuldigd tot aan de dag van volledige betaling.





e) Alle kosten van invordering van het door de Klant verschuldigde, gerechtelijke zowel als buitengerechtelijke, zijn voor rekening van de Klant. De hoogte van de aan TFC verschuldigde incassokosten wordt berekend conform de wettelijke BIK-staffel.





2.5.
Tussen 11 november 2024 en 7 april 2025 heeft TFC een bedrag van in totaal € 14.568,74 aan [gedaagde] gefactureerd. De betalingstermijn was steeds zeven kalenderdagen. Alle facturen zien op het gebruik van de passen door de vrachtwagens met de onder 2.3 genoemde kentekens. [gedaagde] heeft deze facturen niet voldaan.



2.6.
Op 10 april 2025 heeft de incassogemachtigde van TFC [gedaagde] gesommeerd om de facturen, vermeerderd met incassokosten en wettelijke handelsrente, binnen zeven kalenderdagen te betalen.



2.7.

[gedaagde] heeft ook naar aanleiding van de sommatie de facturen niet voldaan.





3Het geschil


3.1.
TFC vordert, samengevat, dat [gedaagde] , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, wordt veroordeeld tot betaling van € 16.728,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 14.568,74 vanaf 26 augustus 2025, en de kosten van deze procedure.



3.2.
TFC legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] € 14.568,74 aan facturen voor het gebruik van de passen onbetaald heeft gelaten. Daarover is hij de tot 26 augustus 2025 verschenen wettelijke handelsrente van € 1.238,77 verschuldigd, alsmede de na die datum te verschijnen wettelijke handelsrente. Op grond van artikel 6 onder e van de algemene voorwaarden dan wel op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet [gedaagde] ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 920,69 betalen.



3.3.

[gedaagde] erkent de vordering gedeeltelijk en heeft voor het overige het volgende verweer gevoerd. Slechts de vrachtwagens met de kentekens [kenteken 2] en [kenteken 5] behoren tot de eenmanszaak; de andere voertuigen zijn van de besloten vennootschap van [gedaagde] . Alleen de facturen die zien op die twee kentekens zijn dus door [gedaagde] zelf verschuldigd. Daarnaast heeft TFC [gedaagde] niet in gebreke gesteld, althans geen redelijke termijn voor nakoming geboden, zodat hij niet in verzuim verkeert. Verder is de gevorderde wettelijke handelsrente niet toewijsbaar, omdat de algemene voorwaarden in artikel 6 onder d bepalen dat slechts de wettelijke rente verhoogd met twee procentpunten verschuldigd is. Tot slot zijn geen buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht behalve de aanmaning van 10 april 2025. Daarvoor is dus ook geen vergoeding verschuldigd.





4De beoordeling


4.1.
Het verweer van [gedaagde] dat hij niet kan worden aangesproken tot betaling van de facturen die zien op het gebruik van de passen door de vrachtwagens van zijn besloten vennootschap, kan hem niet baten. [gedaagde] heeft alle passen afgenomen handelend vanuit zijn eenmanszaak en is dus op grond van de overeenkomst verbonden om te betalen voor het gebruik van de passen. Het is niet van belang of de vrachtwagens waarvoor hij de passen heeft afgenomen eigendom zijn van [handelsnaam] (de eenmanszaak) of van zijn besloten vennootschap.



4.2.

[gedaagde] kan ook niet worden gevolgd in het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen omdat TFC hem niet (juist) in gebreke zou hebben gesteld en hij daardoor niet in verzuim verkeert. De in de facturen vermelde betalingstermijn is een fatale termijn. Dit wordt ook bevestigd in artikel 6 onder d van de algemene voorwaarden. Het verzuim is steeds ingetreden wanneer [gedaagde] een factuur niet voldeed binnen de overeengekomen termijn van zeven kalenderdagen, zonder dat daarvoor een ingebrekestelling nodig was.



4.3.
Uit het voorgaande volgt dat een hoofdsom van € 14.568,74 zal worden toegewezen.



4.4.

[gedaagde] heeft wel terecht aangevoerd dat artikel 6 onder d van de algemene voorwaarden ook bepaalt dat indien een betaling niet tijdig is voldaan, de wettelijke rente verhoogd met twee procentpunten daarover verschuldigd is. Zoals tijdens de mondelinge behandeling ook is besproken, is de gevorderde wettelijke handelsrente om die reden niet toewijsbaar. Over de onbetaald gelaten facturen zal daarom de wettelijke rente plus twee procenten, te rekenen vanaf de achtste kalenderdag na elke factuurdatum, worden toegewezen.



4.5.
TFC heeft een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. [gedaagde] stelt echter terecht – en onweersproken – dat geen incassowerkzaamheden zijn verricht die toewijzing van de gevorderde € 920,69 aan buitengerechtelijke incassokosten rechtvaardigen, aangezien slechts is gebleken van de aanmaningsbrief van 10 april 2025. Daarom zal op grond van artikel 6:96 lid 4 BW alleen het wettelijk minimumbedrag van € 40,00 worden toegewezen. De overige werkzaamheden waarvoor TFC een vergoeding vordert moeten worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.



4.6.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TFC worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


123,73







- griffierecht


€


1.461,00







- salaris gemachtigde


€


864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.592,73













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan TFC te betalen een bedrag van € 14.568,74, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW plus twee procentpunten, steeds vanaf de achtste dag na de betreffende factuurdatum,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan TFC te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,



5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.592,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,



5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, bijgestaan door mr. R.D. Lok, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.