Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:2742
2026-03-16
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
24/6607
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Geen procesbelang meer. Beroep is niet-ontvankelijk.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2010:BM7768 Raad van State 16-06-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.273 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6607
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. de Ruijter).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om eiseres in de Basisregistratie Personen (BRP) te registeren als wonend op het adres [adres 1] . Eiseres is uitgeschreven op het adres [adres 2] .
1.1.
Met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 1 oktober 2024 op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank overweegt dat procesbelang inhoudt dat iemand een belang bij de uitkomst van de procedure nastreeft met zijn of haar bezwaar of beroep, en daarmee ook daadwerkelijk kan verwezenlijken. Dit belang moet reëel en actueel zijn. Procesbelang is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep en dit is een ambtshalve toets voor de bestuursrechter. Volgens vaste bestuursrechtspraak levert het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak wenst, geen rechtens te respecteren belang op.
4. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van procesbelang. Eiseres kan met een uitspraak op het beroep niet meer bereiken wat zij wil. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat de woningen op de adressen [adres 1] en [adres 2] zijn samengevoegd. Afgelopen december is een notariële akte hiertoe gepasseerd. Dit moet alleen nog worden opgenomen in het Kadaster. Dit betekent dat eiseres ook niet meer apart op [adres 2] ingeschreven kan worden. Verder is het de rechtbank niet gebleken van een ander belang bij het beroep.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, wordt het griffierecht niet vergoed.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026 door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7768.
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6607
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. de Ruijter).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om eiseres in de Basisregistratie Personen (BRP) te registeren als wonend op het adres [adres 1] . Eiseres is uitgeschreven op het adres [adres 2] .
1.1.
Met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 1 oktober 2024 op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank overweegt dat procesbelang inhoudt dat iemand een belang bij de uitkomst van de procedure nastreeft met zijn of haar bezwaar of beroep, en daarmee ook daadwerkelijk kan verwezenlijken. Dit belang moet reëel en actueel zijn. Procesbelang is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep en dit is een ambtshalve toets voor de bestuursrechter. Volgens vaste bestuursrechtspraak levert het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak wenst, geen rechtens te respecteren belang op.
4. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van procesbelang. Eiseres kan met een uitspraak op het beroep niet meer bereiken wat zij wil. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat de woningen op de adressen [adres 1] en [adres 2] zijn samengevoegd. Afgelopen december is een notariële akte hiertoe gepasseerd. Dit moet alleen nog worden opgenomen in het Kadaster. Dit betekent dat eiseres ook niet meer apart op [adres 2] ingeschreven kan worden. Verder is het de rechtbank niet gebleken van een ander belang bij het beroep.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, wordt het griffierecht niet vergoed.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026 door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7768.