Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:1651

2026-02-17 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11415774 \ CV EXPL 24-14947
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-02-17
Publicatiedatum
2026-02-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11415774 \ CV EXPL 24-14947
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstek. Huur iPhone. Vordering komt ongegrond voor. Kantonrechter is niet volledig en naar waarheid voorgelicht. Aan ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht wordt niet toegekomen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.001 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 11415774 \ CV EXPL 24-14947




Vonnis van 17 februari 2026




in de zaak van




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


SWAPPHONE EUROPE B.V.,
gevestigd te Breda,
eisende partij,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 oktober 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De beoordeling


2.1.
Eisende partij vordert uit hoofde van een op 10 juli 2020 met gedaagde partij gesloten huurovereenkomst met betrekking tot een iPhone veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 251,92 aan huurtermijnen, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten en veroordeling van gedaagde partij tot inlevering van het gehuurde op straffe van een dwangsom, dan wel tot betaling van een boete/schadevergoeding van € 240,-. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, die eisende partij heeft overgelegd.



2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).


2.3.
Eisende partij stelt dat de overeenkomst via haar website tot stand is gekomen en heeft ongedateerde schermafdrukken van het bestelproces op haar website overgelegd. Nu eisende partij niet heeft gesteld van wanneer dit bestelproces dateert, kan niet worden vastgesteld dat de overgelegde schermafdrukken ook daadwerkelijk een weergave zijn van het bestelproces dat gedaagde partij destijds heeft doorlopen.



2.4.

Eisende partij stelt voorts dat gedaagde partij op 10 juli 2020 een huurovereenkomst heeft gesloten voor de duur van 12 maanden voor de huur van iPhone tegen een bedrag van € 31,49 per maand en heeft een afschrift van de huurovereenkomst met gedaagde partij overgelegd. Uit artikel 7 van de algemene voorwaarden volgt dat na ommekomst van de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan de duur van de overeenkomst automatisch voor onbepaalde tijd wordt verlengd, maar dit wordt niet gesteld in de dagvaarding. In de dagvaarding stelt eisende partij:

“ (…)
De overeengekomen prijs


(…) 18. Zolang een Huurder het Gehuurde blijft gebruiken en niet schriftelijk bij Swapphone opzegt, en het Gehuurde onder zich houdt, is huur aan Swapphone verschuldigd. Gedaagde heeft ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn geweest het Gehuurde niet ingeleverd bij Swapphone en de huurovereenkomst niet opgezegd.



19. een verlengde overeenkomst kan te allen tijde worden opgezegd met een opzegtermijn van een maand. (…)


De duur van de overeenkoms
t


20. De duur van de overeenkomst betreft
12 maanden
(…).



Dagvaarden


(…) 30. Gedaagde is in de gelegenheid gesteld zonder gerechtelijke kosten te betalen dan wel het gehuurde te retourneren. (…)



31. Gedaagde heeft, ondanks daartoe te zijn aangemaand nagelaten het product terug te geven of te betalen. Vanaf het moment dat gedaagde werd geïnformeerd over zijn verplichting tot teruggave, wordt gedaagde aansprakelijk gehouden voor eventuele waardevermindering wegens het niet nakomen van de zorgplicht (artikel 7:224 BW). (…)


Ingebrekestelling


38. Gedaagde is, ondanks daartoe te zijn aangemaand en in de gelegenheid te zijn gesteld op verschillende data, toerekenbaar tekortgeschoten aan de verplichting om het Gehuurde in te leveren (…) Gedaagde heeft immers nagelaten het Gehuurde terug te geven. Gedaagde is op
11-1-2024
gesommeerd tot afgifte (
productie 4
). (…)


Vervallen termijnen


42. Swapphone vordert de vervallen huurtermijnen. Tot op heden zijn er
8 termijnen
onbetaald gebleven. Deze onbetaalde termijnen bedragen in totaal
€ 251,92.
(…)


Beëindigen en ontbinden huurovereenkomst


45. Op grond van de vastgestelde contractuele schendingen, verzoekt Swapphone eerbiedig om de ontbinding van het betreffende contract. De ernstige tekortkomingen van de Huurder hebben geleid tot schade en rechtvaardigen derhalve de beëindiging van de contractuele verplichtingen. Swapphone stelt voor dat het contract tussen partijen wordt ontbonden.



Afgifte van het product


(…) 47. Vanaf het moment dat gedaagde werd geïnformeerd over haar verplichting tot teruggave op
11-1-2024
, wordt gedaagde aansprakelijk gehouden voor eventuele waardevermindering wegens gebrek aan zorgplicht (…).


Buitengerechtelijke incassokosten


(…) 54. In deze kosteloze aanmaning, gezonden op
11-1-2014 (productie 4)
, is gedaagde de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 40,00
aangezegd over de uitstaande som van
€ 157,45
. (…)


Wettelijke rente



56. Swapphone vordert de wettelijke rente over de vervallen termijnen ad
€ 251,92
vanaf
11-1-2024.
(…)”




2.5.

Als bijlage bij productie 4 is een brief van eisende partij aan gedaagde partij overgelegd, waarin onder meer is vermeld:

“(…)


Datum: 2024-01-11


(…)


Tot op heden blijft u in gebreke met de betaling van uw Swapphone factuur/facturen waarvan de betalingstermijn inmiddels ruimschoots is verstreken:


Achterstand € 31,49


Voor uw openstaande factuur/facturen is u eerder al een betalingsherinnering gezonden. Desondanks is betaling nadien uitgebleven.


Wij stellen u nog eenmaal in de gelegenheid binnen 21 dagen na ontvangst van dit bericht het bovenstaande totaalbedrag zonder bijkomende kosten te voldoen (…)


Als tijdige betaling onverhoopt uitblijft, zijn wij helaas genoodzaakt de huurovereenkomst te beëindigen en wordt de vordering verhoogd met minimaal € 40,00 aan incassokosten. (…)”





2.6.

Als productie 4 is een brief van de gemachtigde van eisende partij aan gedaagde partij overgelegd, waarin onder meer is vermeld:

“(…)


Datum: 9-9-2024 (…)


Contractdatum Gehuurde product Termijnbedrag Totaal achterstallig


10-7-2020 iPhone Xs € 31,49 € 157.45


U bent uw betalingsafspraak met Swapphone Europe B.v. niet nagekomen en heeft “Het Gehuurde” niet geretourneerd


Door het uitblijven van zowel de betalingen als de retournering heeft u aanzienlijke schade aan Swapphone Europe B.V. toegebracht. Het is namelijk niet mogelijk voor Swapphone Europe B.V. om over “Het Gehuurde” te beschikken, wat haar normale bedrijfsvoering belemmert. Om deze redenen stelt Swapphone Europ B.V. u aansprakelijk voor haar reeds en nog te lijden schade. (…)


Wat moet u doen


U moet uw achterstand van € 157,45 (…) overmaken (…).


Ook moet u “Het gehuurde” aan Swapphone Europe B.V. retourneren. (…)”





2.7.
Alvorens over te gaan tot ambtshalve toetsing van de vordering aan het toepasselijke consumentenrecht, wordt geoordeeld dat de vordering ongegrond voorkomt. Daartoe wordt het volgende overwogen.



2.8.
Al staat het niet met zoveel woorden in de dagvaarding, de kantonrechter begrijpt dat volgens eisende partij de huurovereenkomst op 10 juli 2021 na afloop van de initiële duur van 12 maanden is voortgezet voor onbepaalde tijd. Eisende partij vordert vervolgens een huurachterstand van € 251,92 bij dagvaarding, maar heeft daarvan geen specificatie overgelegd. Gelet op de omstandigheid dat zij de wettelijke rente over dat gehele bedrag vordert vanaf 11 januari 2024, gaat zij er kennelijk vanuit dat die huurachterstand reeds op die datum bestond. Uit de bijlage bij productie 4 blijkt dat echter niet. Gelet op productie 4 en de dagvaarding, lijkt het er eerder op dat de gevorderde huurachterstand betrekking heeft op de periode na 11 januari 2024. Al is niet begrijpelijk dat op 9 september 2024 volgens haar een huurachterstand van 5 maanden bestond en bij dagvaarding op 31 oktober 2024 (anderhalve maand later) van 8 maanden.



2.9.
Onder die omstandigheden is niet duidelijk waarom gedaagde partij op 11 januari 2024 al gehouden zou zijn tot teruggave van het gehuurde. De huurovereenkomst liep volgens gedaagde juist voor onbepaalde tijd door en op 11 januari 2024 bestond volgens de bijlage bij productie 4 slechts een achterstand van een maand. Uit deze bijlage blijkt in ieder geval niet dat eisende partij de overeenkomst op dat moment heeft ontbonden of opgezegd. Ook overigens blijkt dat niet, sterker: in de dagvaarding wordt verzocht de overeenkomst als nog te ontbinden, waaruit wordt afgeleid dat dit tot op heden buitengerechtelijk niet is gebeurd. In het petitum in de dagvaarding wordt echter niet verzocht om ontbinding van de overeenkomst. Niet valt dan ook in te zien waarom gedaagde partij nu de huurovereenkomst kennelijk nog doorloopt de door haar gehuurde iPhone dient te retourneren. Wel zou zij de huurtermijnen daarvoor verschuldigd zijn, maar niet duidelijk is welke huurtermijnen zij dan precies niet heeft betaald.



2.10.
Al met al acht de kantonrechter zich dan ook niet volledig en naar waarheid ingevolge artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te zijn voorgelicht. Met eisende partij wordt geoordeeld dat na ontbinding/beëindiging van de overeenkomst het gehuurde door huurder in beginsel moet worden geretourneerd, maar op grond van de dagvaarding kan niet worden vastgesteld dat de huurovereenkomst is ontbonden/beëindigd noch welke huurtermijnen onbetaald zijn gebleven. De vorderingen van eisende partij worden daarom afgewezen. Aan ambtshalve toetsing van de vordering wordt daarom niet toegekomen.



2.11.
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt eisende partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, begroot op nihil.






3De beslissing


3.1.
wijst de vordering af;



3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.


Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.



811