Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:1415

2026-01-27 Strafrecht; Strafprocesrecht 13/328067-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-27
Publicatiedatum
2026-02-11
Rechtsgebied
Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
13/328067-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beslissing op de vordering ex artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Onttrekking aan het verkeer van vals geld. Vordering toegewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.208 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht


parketnummer : 13/328067-24
raadkamernummer : 25-033725
datum : 27 januari 2026




Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de vordering van de officier van justitie ex artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak onder parketnummer 13/328067-24 betreffende:




[beslagene] ,

geboren op [geboortedag 1] 2007 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] ,



hierna te noemen de beslagene.




Feiten en procesverloop


De rechtbank stelt op grond van de stukken het volgende vast.



Op 19 november 2024 heeft in het onderzoek Gaviaal een doorzoeking van de woning van de beslagene, [adres] , plaatsgevonden. Hierbij werd vals geld (omschreven als 12 x 50, 15 x 20 10 x 10) aangetroffen en onder nummer PL1300-2024213419-6583363 in beslag genomen.



De rechtbank Amsterdam heeft op 13 juni 2025 vonnis gewezen in de strafzaak tegen de beslagene. Zij heeft geen beslissing genomen over het in beslag genomen valse geld.



De rechtbank heeft op 30 december 2025 van het Openbaar Ministerie een vordering tot onttrekking aan het verkeer van het valse geld ontvangen.



De raadsvrouw van de beslagene mr. L. Snel heeft op 23 januari 2026 per e-mail laten weten dat de beslagene afstand doet van het in beslag genomen valse geld en niet op de vordering gehoord hoeft te worden.



De rechtbank heeft op 27 januari 2026 de officier van justitie mr. C. Nij Bijvank in openbare raadkamer gehoord.




De inhoud van de vordering


De vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van het valse geld omdat het ervan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.







Het standpunt van het Openbaar Ministerie


De officier van justitie heeft in raadkamer meegedeeld dat het Openbaar Ministerie niet voornemens is de beslagene te vervolgen voor het in voorraad hebben van vals geld en dat zij volhardt in de vordering aangezien vals geld is bestemd tot het begaan van het strafbare feit zoals bedoeld in artikel 210 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.




De beoordeling


Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.



Op 19 november 2025 is bij de beslagene thuis vals geld (12 x 50, 15 x 20 en 10 x 10) in beslag genomen.



De beslagene heeft laten weten afstand te doen van het valse geld, maar heeft dat niet schriftelijk gedaan zoals in artikel 116 lid 2 Sv staat. Het beslag is dan ook nog niet geëindigd.



Artikel 210 Sr luidt: Hij die opzettelijk en wederrechtelijk muntspeciën of munt- of bankbiljetten welke bestemd zijn om als wettig betaalmiddel in omloop te worden gebracht, in omloop brengt of, teneinde ze in omloop te brengen, ontvangt, zich verschaft, in voorraad heeft, vervoert, invoert, doorvoert of uitvoert, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vijfde categorie.



De beslagene wordt niet vervolgd voor het in voorraad hebben van de valse bankbiljetten.



Aangezien vals geld bestemd is tot het begaan van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 210 Sr en het en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang, moet het aan het verkeer worden onttrokken. De rechtbank wijst de vordering daarom toe.




De beslissing


De rechtbank wijst de vordering toe.



De rechtbank verklaart het in beslag genomen valse geld met goednummer PL1300-2024213419-6583363 onttrokken aan het verkeer.



Deze beslissing is gegeven door
mr. M.A.E. Somsen, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.




ECLI:NL:RBAMS:2025:4348