Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:1331

2026-01-29 Strafrecht; Europees strafrecht 1330189025
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-29
Publicatiedatum
2026-02-09
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
1330189025
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

executie-EAB Italie, overlevering toestaan, artikel 11 OLW, detentieomstandigheden

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.693 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-301890-25 (EAB 4)




Datum uitspraak: 29 januari 2026







UITSPRAAK





op de vordering van 11 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 juli 2025 door de Procura Generale della Repubblica di Firenze (the General Prosecution Office of Florence), Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2000,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting van 8 januari 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 8 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot de zitting van 22 januari 2026 omdat er geen tolk in de Italiaanse taal fysiek aanwezig was.




Zitting van 22 januari 2026

De behandeling van het EAB is op deze zitting opnieuw aangevangen, in aanwezigheid van mr. N. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, en door een tolk in de Italiaanse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt een judgement rendered on 22nd November 2019 by the Lawcourt of Livorno, which became final on 18th December 2019, met referentie R.G.N.R. 5996/2018 - R.G.D1B. 2718/2018 - Reg. Sent. 2042/2019.



De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.



Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.



De officier van justitie bij de rechtbank van Florence (Italië) heeft op 5 juni 2025 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 226/2025 SIEP). Van die cumulatiebeslissing maakt deel uit de hiervoor vermelde vrijheidsstraf van zes maanden. Overwogen wordt dat ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die in concreto door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vijf jaar, een maand en negen dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd.



De rechtbank is van oordeel dat de cumulatiebeslissing van 5 juni 2025 niet aan artikel 12 OLW getoetst dient te worden, omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.



Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis van 22 november 2019 heeft geleid.





4Strafbaarheid



Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW




De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:




illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.


De raadsvrouw heeft aangevoerd dat aanvullende informatie moet worden opgevraagd over de op te leggen maximumstraf. Het feit is aangekruist als een lijstfeit, maar onder rubriek c is niet aangegeven wat de maximumstraf is die in Italië op dit feit staat, zodat niet getoetst kan worden of aan de eis van strafbedreiging met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar voldaan is.



De officier van justitie heeft hierover geen standpunt ingenomen.



De rechtbank is van oordeel dat geen aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit nodig is met betrekking tot de op te leggen maximumstraf. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in onderdeel c) van het EAB terecht niet vermeld wat de maximaal op leggen straf is, omdat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een straf. In onderdeel e) van het EAB is vermeld dat op het strafbare feit een gevangenisstraf van ten minste drie jaar is gesteld. Daarmee is aan de eisen van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, 1°, OLW voldaan. Het verweer slaagt daarom niet.



Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.





5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden



Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op haar eerdere beslissing om niet langer een algemeen gevaar aan te nemen vanwege de Italiaanse detentieomstandigheden. Volgens de raadsvrouw blijkt uit het door haar overgelegde rapport “Analysis of the Analytical Report "Respect for the Dignity of Persons Deprived of Personal Liberty" of the Adult Penitentiary Observatory (GNPL)” dat de detentieomstandigheden in Italië nog altijd niet zijn verbeterd. Het rapport is bijgewerkt tot 31 juli 2025 en geeft blijk van onder andere overbevolking, te weinig persoonlijke celruimte en een groot aantal zelfmoordpogingen en gevallen van zelfbeschadiging. De raadsvrouw heeft daarnaast ter illustratie een brief van
21 november 2025 overgelegd van een cliënt van haar die momenteel gedetineerd zit in de gevangenis van Milaan waarin de zorgelijke detentieomstandigheden worden bevestigd. De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat om bovengenoemde redenen geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat een detentiegarantie moet worden opgevraagd voor de opgeëiste persoon.




Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om terug te komen van de eerdere beslissing van de rechtbank dat geen sprake meer is van een algemeen gevaar dat personen die in Italië zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met detentieomstandigheden in Italiaanse detentiecentra. Het rapport waar de raadsvrouw naar verwijst is een analyse van cijfers en berust niet op daadwerkelijke waarnemingen in detentie-instellingen.




Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het door de raadsvrouw overgelegde rapport weliswaar wijst op problemen in Italiaanse detentiecentra. Dit rapport is echter onvoldoende voor de vaststelling dat er een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden in Italië. Het rapport vermeldt onder meer dat er vijf gedetineerden waren die een persoonlijke celruimte van minder dan drie vierkante meter tot hun beschikking hadden. Hoewel dit een zorgelijke situatie is, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat deze situatie structureel van aard is, nu het blijkens het rapport gaat om vijf gedetineerden op een totaal van 62.000. Daarnaast bevestigt het rapport ten aanzien van onder meer het aantal suïcide(s)(pogingen) en zelfbeschadigingen in detentie, omstandigheden waar deze rechtbank al mee bekend is. De rechtbank verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 27 mei 2025. De overgelegde brief van 21 november 2025 betreft geen objectieve informatie zodat de rechtbank deze brief niet betrekt bij haar beoordeling.



De rechtbank concludeert dat zij niet beschikt over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens op basis waarvan zij tot het oordeel zou kunnen komen dat er ten aanzien van detentie-instellingen in Italië een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden blootgesteld aan het risico op mensonterende of vernederende omstandigheden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen. Het verweer slaagt niet.





6Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





7Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5 en 7 OLW.





8Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Procura Generale della Repubblica di Firenze (the General Prosecution Office of Florence), Italië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.




Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 januari 2026.




































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Zie onderdeel e) van het EAB.


Rechtbank Amsterdam, 27 mei 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:3475).