Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:812

2025-02-10 Bestuursrecht 24/4353
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-02-10
Publicatiedatum
2025-02-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
24/4353
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. WIA. De onderzoeken van de verzekeringsartsen waren zorgvuldig. De rechtbank heeft geen twijfel over de medische grondslag van het bestreden besluit. De arbeidsdeskundige gronden slagen niet.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.055 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht


zaaknummer: AMS 24/4353




uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2025 in de zaak tussen




[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. M.H.J. van Geffen),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Elfert).




Inleiding


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de voor haar vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.



Met het primaire besluit van 23 oktober 2023 heeft verweerder aan eiseres per 26 maart 2022 een WGA-vervolguitkering toegekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 58,91%. Met het bestreden besluit van 20 juni 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres vastgesteld op 62,11%.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2025. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. De gemachtigde van verweerder was – met voorafgaande afmelding – niet aanwezig.




De totstandkoming van de besluiten


1.1.

Eiseres is voor het laatst werkzaam geweest als verkoopmedewerkster voor gemiddeld 38 uur per week. Op 31 december 2018 heeft zij zich vanuit dit werk ziekgemeld.
Na het doorlopen van de wachttijd heeft verweerder aan eiseres geen WIA-uitkering toegekend, omdat zij op 28 december 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres heeft verweerder gemeld dat haar arbeidsongeschiktheid per 26 maart 2022 is toegenomen. Verweerder heeft naar aanleiding van de melding een nieuw verzekeringsgeneeskundig- en arbeidsdeskundigonderzoek uitgevoerd.




1.2.
Met het primaire besluit heeft verweerder eiseres per 26 maart 2022 voor 58,91% arbeidsongeschikt geacht. Verweerder heeft aan eiseres een WIA-uitkering toegekend, omdat zij minder dan 65% kan verdienen van het loon wat zij verdiende voordat zij ziek werd. Verweerder heeft aan dit besluit een rapport van de verzekeringsarts van 23 augustus 2023 en een rapport van de arbeidsdeskundige van 10 oktober 2023 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van eiseres neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 23 augustus 2023.



1.3.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres, onder verwijzing naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 12 juni 2024 en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 13 juni 2024, gegrond verklaard. De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet geen medische gronden om af te wijken van de beoordeling van de primaire verzekeringsarts. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft naar aanleiding van het bezwaar twee eerder geduide functies verworpen. Hierna heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep het arbeidsongeschiktheidspercentage opnieuw berekend. Verweerder heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 62,11% en de resterende verdiencapaciteit op € 1.146,96 per maand.




Beoordeling van de rechtbank


2.1.
De rechtbank beoordeelt of verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 26 maart 2022 niet te laag heeft vastgesteld. Daartoe moet de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetsen of verweerder de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of eiseres, rekening houdend met deze beperkingen, in staat is de geselecteerde functies te verrichten.



2.2.
Verweerder mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. De rechtbank beoordeelt of de rapporten die in deze zaak zijn opgesteld, voldoen aan de hierboven genoemde voorwaarden.



Is het medisch onderzoek zorgvuldig tot stand gekomen?





3.1.
Eiseres voert aan dat de besluitvorming van verweerder onzorgvuldig is geweest. Volgens eiseres is het onvoldoende dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn beoordeling alleen op dossieronderzoek heeft gebaseerd. Eiseres heeft in de bezwaarfase de medische grondslag van het primaire besluit uitgebreid betwist. Zij is van mening dat zij gezien en onderzocht had moeten worden op een fysiek spreekuur door de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



3.2.
Uit het dossier blijkt dat de primaire verzekeringsarts eiseres psychisch en lichamelijk heeft onderzocht op het spreekuur van 18 augustus 2023. Ook heeft de primaire verzekeringsarts alle beschikbare en ontvangen medische informatie bij zijn onderzoek betrokken. Uit het dossier komt verder naar voren dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de dossiergegevens heeft bestudeerd en eiseres in een voorgaande bezwaarzaak rondom de datum in geding heeft gezien. Anders dan eiseres heeft aangevoerd, was de verzekeringsarts bezwaar en beroep in dit geval niet gehouden haar op een spreekuur te zien, omdat eiseres al fysiek is gezien op een spreekuur door de primaire verzekeringsarts. Er is verder, gelet op de onderzoeksactiviteiten, geen reden om te oordelen dat de medische rapporten niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen en niet aan de daaraan te stellen eisen voldoen.



Is de medische beoordeling concludent?





4.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat zij psychisch meer beperkt is dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkens de FML van 23 augustus 2023 beperkingen heeft aangenomen ten aanzien van onder meer werkzaamheden met veelvuldige storingen en werkzaamheden met productiepieken en deadlines. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarbij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met haar klachten die voortkomen uit een ernstige depressie, is er voor die stelling geen grond. Verweerder heeft terecht erop gewezen dat de ernstige depressie pas voor het eerst gediagnostiseerd is door een psycholoog op 24 december 2024. Dat is ruim na de datum in geding van 26 maart 2022. Daarnaast heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgemerkt dat de venlafaxine pas na de datum in geding is verhoogd. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop gewezen dat een toename van klachten niet gelijk staat aan extra beperkingen, omdat de aangenomen beperkingen voor persoonlijk en sociaal functioneren (rubrieken 1 en 2) een bepaalde bandbreedte hebben. Met de psychische klachten is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bovendien rekening gehouden door een aanvullende urenbeperking aan te nemen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en acht de motivering waarom geen aanvullende psychische beperkingen zijn aangenomen navolgbaar.



4.2.
Eiseres heeft aangevoerd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte geen verdergaande beperkingen heeft aangenomen vanwege het gebruik van pijnmedicatie. In het bijzonder vindt eiseres dat er een verdergaande beperking had moeten worden aangenomen voor het persoonlijk risico. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn beoordeling rekening heeft gehouden met de pijnmedicatie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat eiseres door de medicatie niet versuft door het leven gaat. Haar alertheid is mogelijk verminderd, maar niet haar bewustzijn. Eiseres kan op het moment dat zij zich niet goed zou voelen anticiperen om een gevaarlijke situatie te voorkomen. Voor een verdere aanscherping bestaat dan ook geen medische noodzaak. Naar het oordeel van de rechtbank is de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende en navolgbaar. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de medicatiegebruik meer beperkt is dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen.



4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook navolgbaar gemotiveerd waarom geen verdergaande urenbeperking is aangenomen. Er zijn drie indicatiegebieden op grond waarvan de duurbelastbaarheid beperkt kan worden, te weten preventieve redenen, een verminderde beschikbaarheid of een stoornis in de energiehuishouding. Eiseres is beperkt tot maximaal 30 uur per week en 6 uur per dag werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat eiseres blijkens het dagverhaal een normaal dag- en nachtritme heeft. Dat eiseres overdag niet slaapt in combinatie met de behandeladviezen maakt dat er geen medische noodzaak bestaat voor slapen overdag en daarmee ook niet voor een verdergaande urenbeperking. Op de zitting heeft eiseres gesteld dat zij wel een verdergaande recuperatiebehoefte heeft dan waar rekening is mee gehouden. Zij rust meermaals per dag op de bank uit. Eiseres heeft deze stelling echter niet onderbouwd met bijvoorbeeld een brief van een medicus. Deze enkele stelling biedt naar het oordeel van de rechtbank geen grond om te twijfelen aan de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



4.4.
De rechtbank heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen twijfel over de medische grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank ziet om die reden dan ook geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de FML van 23 augustus 2023.



De arbeidsdeskundige grondslag van het bestreden besluit





5.1.
Anders dan eiseres heeft aangevoerd heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep haar terecht geschikt gevonden voor de functie administratief ondersteunend medewerker. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat in deze functie uit het CBBS een signalering komt ten aanzien van de beperking omgaan met conflicten. Eiseres kan volgens de FML een conflict met agressieve of onredelijke mensen uitsluitend in schriftelijk contact hanteren. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft over deze functie overleg gehad met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is van mening dat nuancering van de beperking mogelijk is. Hij heeft aangegeven dat de mate van conflicthantering in deze functie voor eiseres mogelijk is. Eiseres zal namelijk niet een discussie hoeven te voeren om het conflict te hanteren/op te lossen. Bovendien komt het slechts enkele keren per jaar voor. Gelet hierop is de kans aanvaardbaar laag dat eiseres (te) emotioneel tijdens zo'n telefoongesprek zal reageren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hiermee voldoende gemotiveerd dat de functie – ondanks de signalering – passend is voor eiseres.



5.2.
Ook volgt de rechtbank eiseres niet in haar standpunt dat zij ongeschikt is voor de functie van Telefonisch verkoper. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat eiseres beperkt is in professioneel, adequaat en doelmatig communiceren in een face-to-face contact. In deze functie is sprake van telefonisch contact. Op de zitting heeft eiseres dit ook bevestigt. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat deze functie alsnog niet passend is omdat zij ook beperkt is in professioneel, adequaat en doelmatig telefonisch communiceren, volgt de rechtbank haar daarin niet. Niet is gebleken dat dit communiceren niet binnen de functionele mogelijkheden van eiseres behoort.



5.3.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de geduide functies de belastbaarheid van eiseres niet overschrijden en dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep deze functies ten grondslag heeft mogen leggen aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.




Conclusie en gevolgen


6. De beroepsgronden slagen niet. Het arbeidsongeschiktheidspercentage per 26 maart 2022 is met juistheid vastgesteld op 62,11%. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025.



griffier rechter



Afschrift verzonden aan partijen op:



Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491.