Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:7808

2025-10-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/13/774351 / FA RK 25-6297
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-10-10
Publicatiedatum
2025-10-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/774351 / FA RK 25-6297
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

wijz vovo, oa kali mbt samengesteld gezin

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (204.580 tekens)
beschikking




RECHTBANK AMSTERDAM




Afdeling privaatrecht



zaaknummer / rekestnummer: C/13/774351 / FA RK 25-6297




Beschikking van 10 oktober 2025 betreffende wijziging voorlopige voorzieningen




in de zaak van:


[de man]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna mede te noemen de man,
advocaat mr. R.J.L. van Zwol,



tegen





[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.Q.M. Mosk.






1De procedure


1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoek van de man, ingekomen op 19 augustus 2025;


een brief van de zijde van de vrouw van 25 augustus 2025;


het verweerschrift van de vrouw, ingekomen op 22 september 2025;


het F9-formulier van de man van 24 september 2025, met producties 41 en 42;


het F9-formulier van de vrouw van 25 september 2025, met productie 19.





1.2.

De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 25 september 2025.
Gehoord zijn:



de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.




Van de zijde van de man en de vrouw zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd.







2De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te Amsterdam op 23 april 2011.



2.2.
Partijen hebben tezamen de navolgende minderjarige kinderen:




[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2019;




[minderjarige 2]
, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2024.





2.3.

De man heeft, samen met zijn nieuwe partner [naam partner] , de navolgende minderjarige
kinderen:





[minderjarige 3]
, geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025;




[minderjarige 4]
, geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025.





2.4.
Mevrouw [naam partner] heeft de navolgende minderjarige kinderen:




[minderjarige 5]
, geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018;




[minderjarige 6]
, geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018.





2.5.
De man heeft [minderjarige 5] en [minderjarige 6] op 13 augustus 2025 erkend.



2.6.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 is, voor zover hier van belang, bepaald dat de man met ingang van 16 juni 2025 € 822,- per kind per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en € 1.655,- per maand (bruto) zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud. Het verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije is bij diezelfde beschikking niet-ontvankelijk verklaard.






3Het verzoek en het verweer


3.1.
De man verzoekt de beschikking voorlopige voorzieningen van 22 juli 2025 te wijzigen en, opnieuw recht doende:


I. te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van primair in
totaal € 1.077,- per maand (€ 538,50 per kind) als bijdrage in de kosten van de kinderen en subsidiair met toepassing van een evenredige verdeling van de beschikbare draagkracht over alle zes kinderen, een bedrag van in totaal € 1.402,- per maand (€ 702,- per kind), althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;



II. te bepalen dat de man niet dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw omdat zij niet behoeftig is en de man geen draagkracht heeft, althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;
III. primair te bepalen dat de man bij uitsluiting bevoegd is tot het voortgezet gebruik van de echtelijke woning in Turkije en subsidiair te bevelen dat de vrouw aan de man de woning in Turkije - als een goed dat onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen - beschikbaar zal stellen aan de man door afgifte van de sleutels van de woning;
IV. te bepalen dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.




3.2.
De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


I. de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken;
II. de verzoeken van de man af te wijzen;
III. de man te veroordelen in de proceskosten van de onderhavige procedure, gelijk te stellen aan de werkelijke advocaat- en overige kosten die de vrouw in verband met deze procedure heeft gemaakt en nog zal moeten maken, conform de door de vrouw overgelegde specificatie van haar kosten, dan wel conform het liquidatietarief, waaronder in beide gevallen begrepen de buitengerechtelijke kosten en nakosten.




3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.






4De beoordeling



Ontvankelijkheid




4.1.
Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden na het geven van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of als bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. Bij de toepassing van dit artikel geldt dat niet bij elke onjuistheid of onvolledigheid wijziging van de voorziening mogelijk is. Immers, met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking genomen’ heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan tot een wijziging of intrekking kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn, hetgeen niet de bedoeling is.



4.2.
De man stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, onder meer omdat hij de kinderen [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van zijn nieuwe partner na de datum van de vorige beschikking heeft erkend en ook omdat hij zijn zus met terugwerkende kracht € 1500,- per maand aan huur moet gaan betalen. Daarnaast is in de beschikking van 22 juli 2025 uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, onder meer omdat onterecht is uitgegaan van een inkomen aan de zijde van zijn nieuwe partner en onterecht rekening is gehouden met de kosten van de kinderopvang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zijn nieuwe partner heeft geen inkomen en de kosten van de kinderopvang worden feitelijk niet gemaakt.



4.3.
Door de vrouw is aangevoerd dat de man niet heeft aangetoond dat de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dan wel dat de omstandigheden in zodanige mate zijn gewijzigd dat de voorziening niet in stand kan blijven. De man beschikt volgens haar over voldoende middelen om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de kinderen van zijn nieuwe partner en om uit eigen beweging een bijdrage aan zijn zus te betalen voor het gebruik van de woning. De vrouw verwijst in dit verband nog naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:703.


4.4.
De rechtbank overweegt dat de man voldoende heeft aangevoerd om tot een ontvankelijk-verklaring te komen. Of de door de man aangevoerde gewijzigde omstandigheden danwel onjuist door de rechtbank gehanteerde uitgangspunten van dien aard zijn dat zij, gegeven de strenge toets van 824 Rv, tot wijziging van de voorlopige voorzieningen zouden moeten leiden, zal de rechtbank hierna beoordelen. Daartoe zal de rechtbank met inachtneming van (op)nieuw aangevoerde feiten en omstandigheden opnieuw een berekening maken.



Inhoudelijke beoordeling





Behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]




4.5.
De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is niet in geschil, zodat de rechtbank uitgaat van de vastgestelde behoefte in de beschikking van 22 juli 2025, zijnde € 1.566,- per maand.




Opvangkosten




4.6.

De man heeft gesteld dat de opvangkosten niet hadden mogen worden meegenomen omdat de kinderen feitelijk nog niet naar de kinderopvang gaan en partijen ook nooit van plan zijn geweest ze naar de kinderopvang te laten gaan. Zij hadden besproken dat zij samen met de ouders van de vrouw zelf in elk geval grotendeels de zorg voor de kinderen zouden kunnen dragen zodat de kinderen niet of nauwelijks naar de kinderopvang zouden hoeven gaan.
De vrouw voert verweer en stelt dat de situatie is gewijzigd nu partijen uit elkaar zijn gegaan. De man kan makkelijker thuiswerken dan zij dat kan. De man zou dan ook een groot aandeel van de opvang voor zijn rekening nemen. Nu de man dit niet meer wil doen staat de vrouw er alleen voor. Haar ouders kunnen de opvang om gezondheidsredenen ook niet meer voor hun rekening nemen. De opvangkosten zijn feitelijk nog niet gemaakt maar dit komt volgens de vrouw uitsluitend omdat de man de kinderalimentatie zoals opgelegd bij de beschikking van 22 juli 2025 niet aan de vrouw betaalt waardoor de vrouw de kosten van de opvang op dit moment niet kan betalen. Zij vangt de kinderen nu noodgedwongen zelf op door ouderschapsverlof en extra vakantiedagen op te nemen. Dit heeft haar in een benarde positie op haar werk gebracht en is voor haar niet langer vol te houden.
De rechtbank volgt het standpunt van de vrouw. Het is van belang dat de vrouw haar baan niet verliest en naar haar werk kan blijven gaan. Om die reden zal de rechtbank de kosten van de kinderen verhogen met de netto kosten van de kinderopvang. Uit de overgelegde stukken van de vrouw blijkt dat zij op 15 augustus 2025 een aanbod van de kinderopvang heeft ontvangen waaruit blijkt dat de daadwerkelijke opvangkosten € 1.430,- bedragen in plaats van € 1.288,-. De rechtbank zal daarom van deze kosten uitgaan, aangezien deze aansluiten bij de actuele situatie.




4.7.
De rechtbank stelt vast dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] over 2025 dan ook met deze kosten uitkomt op in totaal voor twee kinderen € 2.996,- per maand, dat is afgerond € 1.498,- per kind per maand.



Behoefte van [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5]




4.8.
Gelet op de erkenning van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zal de rechtbank de behoefte berekenen van de vier kinderen die de man met zijn nieuwe partner heeft.



4.9.
De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt met stukken dat zijn nieuwe partner mevrouw [naam partner] geen inkomen heeft. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan. Ten aanzien van het inkomen van de man zal de rechtbank uitgaan van dezelfde gegevens als bij de vaststelling van de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de beschikking van 22 juli 2025, waarbij de rechtbank rekening houdt met de bijtelling voor de auto van € 720,- per maand.



4.10.
Aan de hand van voormelde gegevens en rekening houdend met het kindgebonden budget becijfert de rechtbank het NBGI van partijen op in totaal € 7.195,- per maand.



4.11.
Dit NBGI levert, rekening houdend met het op de minderjarigen toepasselijke aantal kinderbijslagpunten, een tabelbedrag op van € 2.148,- per maand in 2025, dat is afgerond € 537,- per kind per maand.



De draagkracht van de ouders




4.12.
Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van het kind voorzien.



4.13.
Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Het netto besteedbaar inkomen van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.



4.14.

Daarvoor maakt de rechtbank bij een netto besteedbaar inkomen dat hoger is dan €2.125,- per maand in 2025 gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2025 is dat een bedrag van € 1.310,- per maand.
Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan in 2025 als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)].
De rechtbank verwijst voor de berekening van de draagkracht van partijen naar de aan deze beschikking gehechte berekening.




Draagkracht van de man




4.15.
In de beschikking van 22 juli 2025 is berekend dat het NBI van de man € 8.823,- per maand bedraagt. De vrouw stelt dat de man over voldoende netto besteedbaar inkomen beschikt om binnen zijn vrije ruimte bij te dragen aan de kosten van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zodat deze verandering van omstandigheden niet noopt tot een herziening van de beschikking van 22 juli 2025. Zoals hierna zal blijken uit de verdere berekening onderschrijft de rechtbank dit standpunt van de vrouw.



Woonlasten man




4.16.
De man stelt dat na de beschikking van 22 juli 2022 door zijn zus verplicht is maandelijks € 1.500,- aan haar te betalen voor het gebruik van haar woning en daarnaast met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 de achterstallige huur aan haar moet voldoen voor een totaalbedrag van € 9.000,-. De rechtbank volgt de man niet in dit standpunt. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom de bestaande situatie niet kan worden voortgezet voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De man heeft zowel op de vorige mondelinge behandeling als op de huidige mondelinge behandeling aangegeven dat zijn zus hem wilde helpen de periode van de echtscheidingsprocedure te overbruggen door hem en zijn nieuwe partner en de kinderen in haar huis te laten verblijven. De man heeft onvoldoende kunnen onderbouwen waarom zijn zus dit niet langer voor hem wenst te doen en waarom er nu kennelijk voor haar een noodzaak bestaat om hem met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 huur in rekening te brengen. De door de man overgelegde huurovereenkomst van 31 juli 2025 en de twee door de man overgelegde bankafschriften met de overboeking van twee maal € “1.500,- met omschrijving “maandelijkse betaling” maken dit oordeel niet anders. De rechtbank houdt daarom in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de actuele (financiële) situatie, geen rekening met woonlasten aan de zijde van de man. Dit kan in de bodemprocedure anders zijn omdat dan een regeling wordt getroffen die meer toekomstbestendig is.



4.17.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2025, zonder woonlasten, 70%[ 8823 – 1.310] heeft de man een draagkracht van € 5.259,- per maand.



Draagkracht van de vrouw




4.18.
In de beschikking van 22 juli 2025 is de draagkracht van de vrouw becijfert op € 2.321,- per maand, de rechtbank zal daar in deze beschikking ook van uitgaan nu dit niet ter discussie staat.



Woonlasten vrouw




4.19.
De rechtbank zal ook nu weer aan de zijde van de vrouw wel rekening houden met het forfaitaire woonbudget nu dit vrijwel overeenkomt met haar werkelijke woonlasten.



Draagkracht van [naam partner]




4.20.
De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn nieuwe partner niet voor de helft kan bijdragen in de kosten van haar kinderen en zal voor de onderhavige berekening daarom uitgaan van de minimale draagkracht van in totaal € 50,- per maand.



De verdeling van de kosten




4.21.
Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechter berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt ook wel de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd. Partijen en mevrouw [naam partner] hebben samen een draagkracht van € 7.630,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van de zes kinderen te betalen, want die zijn € 5.144,- per maand. Gelet hierop zal de rechtbank een draagkrachtvergelijking maken tussen de onderhoudsplichtigen.



4.22.

De man is onderhoudsplichtig voor alle kinderen. Zijn draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:

[minderjarige 1] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;

[minderjarige 2] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;

[minderjarige 3] € 537 / 5.144 * 5.259 = € 549,-;

[minderjarige 4] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-

[minderjarige 6] € 537 5.144 * 5.259 = € 549,-;

[minderjarige 5] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-.Totaal heeft de man derhalve een draagkracht van € 5.259,- voor kinderalimentatie, meer dan voldoende om in de totale behoefte van de kinderen die is berekend op € 5.144,- te voorzien.




4.23.

[naam partner] is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] . Omdat [naam partner] een draagkracht heeft van € 50,-, laat de rechtbank een vergelijking van haar draagkracht met die van de man achterwege. [naam partner] dient haar volledige draagkracht over haar vier kinderen te verdelen. Dit betekent dat de man na aftrek van [naam partner] ’s draagkracht en een correctie een draagkracht heeft voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 1.556,- per kind per maand en voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van € 537,- per kind per maand.



4.24.

De vrouw is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Haar draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:

[minderjarige 1] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.

[minderjarige 2] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.




4.25.
De rechtbank vergelijkt nu de draagkracht van de man met de draagkracht van de vrouw ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de man een deel van (1.556 / 2.717 x 1.498 =) € 858,- per kind per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.161 / 2.717 x 1.498 =) € 640,- per kind per maand.



Zorgkorting




4.26.
De man maakt op de dagen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hem verblijft kosten voor eten en drinken, energielasten et cetera: de verblijfskosten. Daarmee voldoet de man – deels – de kosten van de kinderen (de ‘behoefte’). De rechtbank houdt daar rekening mee door de bijdrage van de man te verlagen met een percentage van de behoefte van de kinderen of een deel daarvan: de ‘zorgkorting’.



4.27.
De rechtbank zal uitgaan van een zorgkorting van 5% omdat dit aansluit bij de frequentie van het contact tussen de man en zijn kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank komt daarmee op een zorgkorting van € 39,- per kind per maand.



4.28.
Nu de draagkracht van partijen voldoende is om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien, wordt de zorgkorting in mindering gebracht op het aandeel van de man. Na aftrek van de zorgkorting bedraagt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.716 - € 78 = € 1.638,- per maand.



4.29.
Alle overige verweren die de man tegen de berekening in de voorlopige voorzieningenprocedure van de beschikking van 22 juli 2025 naar voren heeft gebracht, kan hij aan de orde stellen in de bodemprocedure. Dat betreft immers detailwerk wat zich niet leent voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Waar nodig kunnen deze punten in de definitieve beschikking worden aangepast.



Conclusie kinderalimentatie
4.30. Op basis van het voorgaande berekent de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 1.638,- per maand ofwel afgerond € 819,- per kind per maand. Gelet op het kleine verschil met de voorlopige voorzieningen procedure van 22 juli 2025 waarin een bedrag van € 822,- per kind per maand is vastgesteld zal de rechtbank het verzoek van de man tot wijziging afwijzen. De rechtbank komt daarmee eveneens niet toe aan het verzoek van de man tot wijziging van de partneralimentatie.




Vakantiehuis in Turkije




4.31.
De rechtbank houdt de beslissing in de beschikking van 22 juli 2025 in stand. Zoals al eerder aan de orde is gekomen, kan het vakantiehuis niet worden gekwalificeerd als echtelijke woning van partijen. Dit betekent dat het verzoek van de man met betrekking tot het vakantiehuis niet kan worden geschaard onder de limitatieve opsomming van de voorlopige voorzieningen die op grond van artikel 822 Rv kunnen worden verzocht. De man wordt ten aanzien van dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.





5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije;



5.2.
wijst de overige verzoeken af.



Deze beschikking is gegeven door mr. M. Overmars, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S. Bien, griffier, op 10 oktober 2025.












Partij


de man




Zaak


de man / de vrouw




Berekening


behoefte kind 1 en kind 2




Tarieven


2024-2




Datum uitdraai


15-10-2025





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon volgens jaaropgaaf











(60)





60


Loon volgens jaaropgaaf








€


155.542




































In het loon volgens jaaropgaaf begrepen








- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto





-


€


8.640




































Op het bruto loon ingehouden





59


Inkomsten (transport)








€


146.902




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







146.902




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







146.902







- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)








€


14.084







- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517








€


13.834







- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer








€


35.335









95







Inkomensheffing box 1





















€







63.253




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


146.902









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


63.253







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


63.253
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







83.649



































120







Besteedbaar inkomen





















€







83.649




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







83.649




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


6.971








































Partij


de vrouw




Zaak


de man / de vrouw




Berekening


behoefte kind 1 en kind 2




Tarieven


2024-2




Datum uitdraai


15-10-2025





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon volgens jaaropgaaf











(60)





60


Loon volgens jaaropgaaf








€


114.889




































Op het bruto loon ingehouden





59


Inkomsten (transport)








€


114.889




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







114.889




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







114.889







- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)








€


14.084







- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517








€


13.834







- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer








€


19.489









95







Inkomensheffing box 1





















€







47.407




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


114.889









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


47.407







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


3.604







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


43.803
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







71.086

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


0


jaar










Arbeidskorting





€


654


jaar










Combinatiekorting





€


2.950


jaar






































120







Besteedbaar inkomen





















€







71.086




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







71.086




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


5.924














































































NBGI voor scheiding











Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding








NBI voor scheiding de man








€


6.971







NBI voor scheiding de vrouw








€


5.924
















Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding





















€







12.895




































Eigen aandeel kosten kinderen











Eigen aandeel kosten kinderen








Ouders hebben in gezinsverband geleefd











ja







NBGI voor scheiding








€


12.895







Tabel aantal kinderen








2



















Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel





















€







1.470






























#


Indexeren











ja







Startjaar











2024







Eindjaar











2025
















Eigen aandeel ouders geïndexeerd





















€







1.566




































Behoefte obv 60% norm











Netto Behoefte








Netto gezinsinkomen








€


12.895







Af: kosten van de kinderen





-


€


1.470
















Saldo





















€







11.425







Netto behoefte obv 60%








€


6.855
















Netto behoefte





















€







6.855




#


Indexeren











ja







Startjaar











2024







Eindjaar











2025
















Netto behoefte geïndexeerd





















€







7.301






























































Partij


de man




Zaak


de man / de nieuwe partner man




Berekening


Behoefteberekening 4 kinderen




Tarieven


2025-1




Datum uitdraai


15-10-2025





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon volgens jaaropgaaf











(60)





60


Loon volgens jaaropgaaf








€


155.542




































In het loon volgens jaaropgaaf begrepen








- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto





-


€


8.640




































Op het bruto loon ingehouden





59


Inkomsten (transport)








€


146.902




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







146.902




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







146.902







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


13.769







- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817








€


14.383







- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer








€


34.692









95







Inkomensheffing box 1





















€







62.844




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


146.902









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


62.844







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


62.844
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







84.058










































Totale inkomsten





















€







84.058









120







Besteedbaar inkomen





















€







84.058




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







84.058




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


7.005








































Partij


de nieuwe partner man




Zaak


de man / de nieuwe partner man




Berekening


Behoefteberekening 4 kinderen




Tarieven


2025-1




Datum uitdraai


15-10-2025




























Besteedbaar inkomen (113-120)





115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


3.068

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


3.068


jaar


































































































NBGI voor scheiding











Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding








NBI voor scheiding de man








€


7.005







Bij: Kindgebonden budget voor scheiding








€


190
















Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding





















€







7.195




































Eigen aandeel kosten kinderen











Eigen aandeel kosten kinderen








Ouders hebben in gezinsverband geleefd











ja







NBGI voor scheiding








€


7.195







Tabel aantal kinderen








4



















Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel





















€







2.148






























#


Indexeren











nee















































































Partij


de man




Zaak


de man / de vrouw




Berekening


draagkrachtberekening 2




Tarieven


2025-1




Datum uitdraai


15-10-2025





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon (41-50)





41


Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking








€


142.093




44


Vakantietoeslag








€


11.367




47


13de maand/14de periode








€


11.841




49b


Overige bruto arbeidsinkomsten








€


6.600




49c


Individueel keuze budget (IKB/PKB)








€


16.530
















Bruto inkomsten





















€







188.431




































Premies (51-59)











Pensioenpremie





51


Ingehouden pensioenpremie





-


€


4.176




53


Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat





-


€


72




54


Loon voor de premies werknemersverzekeringen








€


184.183



































59







Inkomsten





















€







184.183




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







184.183




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







184.183







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


13.769







- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817








€


14.383







- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer








€


53.146









95







Inkomensheffing box 1





















€







81.298




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


184.183









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


81.298







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


2.986







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


78.312
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







105.871

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


0


jaar










Combinatiekorting





€


2.986


jaar






































120







Besteedbaar inkomen





















€







105.871




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







105.871




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


8.823




































120b

















Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)





















€







105.871




120b


Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)








€


8.823




































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


8.823







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122a


Kosten van levensonderhoud





€


1.310







135a


Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie








€


1.310




136a


Draagkrachtruimte








€


7.513




137a


Draagkrachtpercentage








%


70







Beschikbaar








€


5.259




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


5.259




































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie





120b


Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie








€


8.823







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.310







123b


Woonbudget





€


2.647







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


3.957




136b


Draagkrachtruimte








€


4.866




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


4.866




137b


Draagkrachtpercentage








%


60







Draagkracht tbv partneralimentatie








€


2.920









140







Beschikbaar





















€







2.920




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


1.716







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


1.932
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







3.648




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


-728







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


0




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


0

































Specificaties voor post: 144













Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €





€


184.183


jaar










Of per maand





€


0


maand










Het resultaat van de brutering is per jaar





€


0


jaar

















Partij


nieuwe partner man




Zaak


de man / de vrouw




Berekening


draagkrachtberekening 2




Tarieven


2025-1




Datum uitdraai


15-10-2025





























Besteedbaar inkomen (113-120)





115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


3.068




































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


3.068


jaar

































































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie








Draagkracht wordt berekend op basis van








Tabel










Afwijken van de tabel?











nee




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


50


































































Partij


de vrouw




Zaak


de man / de vrouw




Berekening


draagkrachtberekening 2




Tarieven


2025-1




Datum uitdraai


15-10-2025





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon (41-50)





41


Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking








€


102.875




44


Vakantietoeslag








€


8.230




47


13de maand/14de periode








€


8.573




49a


Belaste onkostenvergoeding








€


1.464




49c


Individueel keuze budget (IKB/PKB)








€


11.529
















Bruto inkomsten





















€







132.671




































Premies (51-59)











Pensioenpremie





51


Ingehouden pensioenpremie





-


€


3.540




53


Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat





-


€


72




54


Loon voor de premies werknemersverzekeringen








€


129.059



































59







Inkomsten





















€







129.059




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







129.059




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







129.059







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


13.769







- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817








€


14.383







- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer








€


25.859









95







Inkomensheffing box 1





















€







54.011




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


129.059









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


54.011







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


2.988







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


51.023
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







78.036

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


0


jaar










Arbeidskorting





€


2


jaar










Combinatiekorting





€


2.986


jaar




































Bij: Kindgebonden budget





€


1.265






































120







Besteedbaar inkomen





















€







79.301




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







79.301




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


6.608




































120b








Af: correctie kindgebonden budget





-


€


1.265
















Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)





















€







78.036




120b


Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)








€


6.503




































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


6.608







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122a


Kosten van levensonderhoud





€


1.310







123a


Woonbudget





€


1.982







135a


Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie








€


3.292




136a


Draagkrachtruimte








€


3.316




137a


Draagkrachtpercentage








%


70







Beschikbaar








€


2.321




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


2.321




































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie





120b


Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie








€


6.503







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.310







123b


Woonbudget





€


1.951







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


3.261




136b


Draagkrachtruimte








€


3.242




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


3.242




137b


Draagkrachtpercentage








%


60







Draagkracht tbv partneralimentatie








€


1.945









140







Beschikbaar





















€







1.945




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


1.280







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


0
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







1.280




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


665







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


665




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


1.063

































Specificaties voor post: 144













In de schijf van 37,48% valt € 7.980, € 7.980 x ( 100 / (100 - 37,48))





€


12.764


jaar










In de schijf van 37,48% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 37,48))





€


0


jaar










In de schijf van 35,82% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 35,82))





€


0


jaar










Of per maand





€


1.063


maand










Het resultaat van de brutering is per jaar





€


12.764


jaar










Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 7.980 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €





€


129.059


jaar






































Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen










Zaak


de man / de vrouw







Tarieven


2025-1







Datum uitdraai


15-10-2025
















































de man





nieuwe partner man





de vrouw




Kindgebonden budget na scheiding


€


0


€


0


€


63




Alleenstaande ouderkop


€


0


€


0


€


42




Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)


€


8.823


€


0


€


6.608




















Aantal kinderen


6


Kind6


Kind5


Kind4


Kind3


Kind2


Kind1








Leeftijd






6


6


1


1


0


5








Woont bij




AP



1


1


1


1


0


0











AG



0


0


0


0


1


1











Ex-partner



0


0


0


0


0


0








Zorgkorting de vrouw




%



0


0


0


0


0


0








Zorgkorting de man




%



0


0


0


0


5


5








Zorgkorting tbv.






Geen


Geen


Geen


Geen


AP


AP










































Kind6


Kind5


Kind4


Kind3


Kind2


Kind1



Totaal





Bijdrage ouders in kosten kinderen


€ p/m


537


537


537


537


783


783


3.714




Netto kinderopvangkosten na scheiding


€ p/m


0


0


0


0


715


715


1.430




Overige kosten kinderen na scheiding


€ p/m


0


0


0


0


0


0


0





Totale kosten kinderen na scheiding




€ p/m



537


537


537


537


1.498


1.498



5.144







Zorgkorting





€ p/m





0





0





0





0





39





39





78








Draagkracht






























de man





























Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte


€ p/m


549


549


549


549


1.531


1.531


5.259




Draagkracht de man per kind


€ p/m


537


537


537


537


1.556


1.556


5.259





nieuwe partner man





























Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte


€ p/m


0


0


0


0


0


0


0




Draagkracht de man


€ p/m


0


0


0


0


0


0







Totaal draagkracht de man & nieuwe partner


€ p/m


0


0


0


0








0




Draagkracht de man (eventueel na vergelijking)


€ p/m


0


0


0


0













Verschil


€ p/m


0


0


0


0













Draagkracht de man (na vergelijking met nieuwe partner en correctie)


€ p/m


537


537


537


537


1.556


1.556








de vrouw





























Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte


€ p/m


0


0


0


0


1.161


1.161


2.321




Draagkracht de vrouw per kind


€ p/m


0


0


0


0


1.161


1.161


2.321




Draagkracht de vrouw


€ p/m


0


0


0


0


1.161


1.161


2.321

































Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind


€ p/m














2.716


2.716


5.432







Bijdrage kosten kinderen































Aandeel de man




€ p/m















858



858



1.716






Af: zorgkorting




€ p/m



- 0



- 0



- 0



- 0



- 39



- 39



- 78





Ten laste van de man na aftrek zorgkorting




€ p/m
















819




819




1.638







Aandeel de vrouw




€ p/m















640



640



1.280






Af: zorgkorting




€ p/m



- 0



- 0



- 0



- 0



- 0



- 0



- 0





Ten laste van de vrouw na aftrek zorgkorting



€ p/m















640




640




1.280






Aandeel nieuwe partner van de man in de kosten van de stiefkinderen



€ p/m














0


0


0









Artikel 1:397 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.