Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:7703
2025-10-21
Civiel recht; Arbeidsrecht
11565564
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
kwalificatie arbeidsovereenkomst plastisch chirurg
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:1981:AG4158 Hoge Raad 13-03-1981
- ECLI:NL:HR:2023:443 Hoge Raad 24-03-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.192 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11565564 \ EA VERZ 25-205
Beschikking van 21 oktober 2025
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. F.A. Dijkstra,
tegen
1MEDISCH CENTRUM BOERHAAVE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,2. MEDISCH CENTRUM BOERHAAVE UTRECHT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
verwerende partijen,
hierna te noemen: Boerhaave Amsterdam, Boerhaave Utrecht, en samen: Boerhaave,
gemachtigde: mr. N. van den Burg.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of [verzoeker] bij Boerhaave heeft gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De verzoeken van [verzoeker] zijn gegrond op de stelling dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter volgt [verzoeker] niet in zijn standpunt. De verzoeken van [verzoeker] worden daarom afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave behoeft daarom geen beoordeling.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- het verweerschrift, bevoegdheidsincident en voorwaardelijk tegenverzoek met producties
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2025
- de pleitnotities van [verzoeker] en Boerhaave
- het proces-verbaal van de zitting van 8 mei 2025, waarin een beslissing inzake het bevoegdheidsincident is opgenomen.
1.2.
Op 9 september 2025 heeft een nieuwe mondeling behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De spreekaantekeningen van [verzoeker] en Boerhaave zijn in het dossier gevoegd. De zaak is op verzoek van partijen aangehouden om te bezien of zij tot een vergelijk konden komen. [verzoeker] heeft bij e-mail van 23 september 2025 om een beschikking gevraagd. De beschikking is daarop bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Boerhaave is een medische kliniek voor plastische chirurgie. Er zijn gemiddeld 16 tot 18 plastische chirurgen en ondersteunend personeel bij Boerhaave werkzaam.
2.2.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1963, is een plastische chirurg en enig bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf] B.V.
2.3.
Op 24 november 2013 is [bedrijf] B.V. als “opdrachtnemer” een “samenwerkingsovereenkomst” met Boerhaave Amsterdam en op 23 december 2022 met Boerhaave Utrecht als “opdrachtgever” aangegaan.
2.4.
In deze overeenkomsten staat dat opdrachtnemer werkzaamheden gaat verrichten als plastisch chirurg voor Boerhave. In de overeenkomsten staat onder meer dat de medische specialistische zorg wordt geleverd door [verzoeker] , partijen nadrukkelijk geen arbeidsovereenkomst zijn aangaan en uitsluitend op basis van een overeenkomst van opdracht wensen te werken.
2.5.
In september 2024 heeft [verzoeker] aan Boerhaave kenbaar gemaakt dat hij naast zijn werkzaamheden bij Boerhaave een eigen kliniek voor plastische chirurgie wil opstarten. Boerhaave heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Partijen hebben vervolgens in de periode 30 september 2024 tot en met 10 oktober 2024 hierover gecorrespondeerd.
2.6.
Bij brief van 18 oktober 2024 heeft de advocaat van [verzoeker] namens [bedrijf] B.V. de samenwerkingsovereenkomsten met Boerhaave opgezegd tegen 1 februari 2025.
2.7.
Boerhaave heeft op 14 december 2024 aan [verzoeker] medegedeeld dat een incident op de werkvloer heeft plaatsgevonden dat niet verenigbaar is met het handelen van een goed opdrachtnemer.
2.8.
Op 16 december 2024 heeft volgens Boerhaave opnieuw een werk gerelateerd incident plaatsgevonden, waarna Boerhaave [verzoeker] heeft verzocht om het pand te verlaten.
2.9.
Op 6 januari 2025 hebben partijen een gesprek gevoerd, in aanwezigheid van hun advocaten. In dit gesprek heeft Boerhaave de overeenkomsten met [verzoeker] met onmiddellijke ingang wegens dringende redenen beëindigd.
3Het verzoek en het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen van € 490.000, -. waarvan € 150.000, - ziet op immateriële schade. Daarnaast verzoekt [verzoeker] om betaling van € 79.466, - aan gederfd loon en € 94.000, - aan transitievergoeding, met veroordeling van Boerhaave in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker] legt, kort samengevat, aan zijn verzoeken ten grondslag dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond die door Boerhaave op onregelmatige wijze is beëindigd. [verzoeker] berust in die beëindiging, maar maakt wel aanspraak op de betaling van gederfd loon, de transitievergoeding en op een billijke vergoeding.
3.3.
Boerhaave voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] . Zij voert aan dat partijen geen arbeidsovereenkomsten, maar overeenkomsten van opdracht hebben gesloten. In het geval de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, voert Boerhaave aan dat deze rechtsgeldig is opgezegd. Boerhaave verzoekt voorwaardelijk, in het geval de kantonrechter van oordeel is dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] , dan wel wegens een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van deze gronden.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna voor zover relevant verder ingegaan.
4De beoordeling
Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?
4.1.
[verzoeker] heeft uitdrukkelijk zijn vorderingen gegrond op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Kern van het geschil is de vraag of de overeenkomsten die tussen partijen hebben bestaan kwalificeren als overeenkomsten van opdracht of als arbeidsovereenkomsten.
4.2.
In artikel 7:610a BW is bepaald dat hij, die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens een arbeidsovereenkomst. Aan deze vereisten is hier voldaan. Uitgangspunt is dan ook dat [verzoeker] vermoed wordt de werkzaamheden te hebben verricht krachtens een arbeidsovereenkomst. Dat vermoeden kan door Boerhaave worden weerlegd.
4.3.
Artikel 7:610 lid 1 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, door uitleg aan de hand van de Haviltexmaatstaf – inhoudende dat het bij uitleg aankomt op de zin die partijen redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten (Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 “Haviltex”) – moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen (fase 1). Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt (fase 2). Voor deze kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. De Hoge Raad geeft tien gezichtspunten (HR 23 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) die van belang kunnen zijn:
1. de aard en duur van de werkzaamheden;
2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
7. de hoogte van deze beloningen;
8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
9. ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur van waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt;
10. het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.
Rechten en plichten (fase 1)
4.4.
Eerst dient dus te worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen.
4.5.
In de overeenkomsten staat onder meer dat door [bedrijf] B.V. medische specialistische zorg wordt geleverd door opdrachtnemer.
4.6.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de werkzaamheden door [verzoeker] in persoon dienden te worden uitgevoerd. Hoewel volgens Boerhaave de mogelijkheid bestaat dat [verzoeker] zich liet vervangen, zijn de overeenkomsten naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk aangegaan met het idee dat het [verzoeker] is die namens [bedrijf] B.V. de werkzaamheden diende te verrichten. Dit is in een van de overeenkomsten ook uitdrukkelijk bepaald en in de praktijk ook niet anders geweest. Dat [verzoeker] diensten, bij wijze van uitzondering, kon ruilen of verkopen met andere plastisch chirurgen maakt dit niet anders.
4.7.
Partijen verschillen verder van inzicht over de vraag of [verzoeker] gedurende de looptijd elders werkzaam mocht zijn. In de overeenkomsten zijn een paar klinieken genoemd waarvoor door [bedrijf] B.V. werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. In (een van de) overeenkomsten is geformuleerd dat voor overige werkzaamheden toestemming nodig was van Boerhaave. Boerhaave heeft aangegeven dat dit uitsluitend is opgenomen om de concurrentiepositie van Boerhaave te beschermen en niet om vrijheid in opdrachtgevers te belemmeren. Ook heeft Boerhaave onweersproken aangegeven dat zij deze toestemming nooit heeft geweigerd. De kantonrechter kan volstaan met de constatering dat kennelijk zonder toestemming van Boerhaave geen andere werkzaamheden mochten worden uitgevoerd.
4.8.
Partijen hebben afgesproken dat opdrachtnemer voor zijn plastisch chirurgische behandelingen een bepaald percentage ontvangt van het daadwerkelijk door de patiënt aan de opdrachtgever betaalde bedrag. De opdrachtnemer heeft een eigen debiteurenrisico met betrekking tot betaling van de patiënt, aldus de overeenkomsten. Verder is over de beschikbaarheid van opdrachtnemer opgenomen dat hij beschikbaar is en eventuele afwezigheid twee maanden van tevoren moet worden doorgegeven.
Kwalificatie (fase 2)
4.9.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de hand van de rechten en plichten van partijen de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Daarvoor zal de kantonrechter de gezichtspunten van de Hoge Raad betrekken en de omstandigheden in onderling verband afwegen.
De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is
4.10.
Vaststaat dat de overeenkomsten in onderhandeling tussen partijen tot stand zijn gekomen. De kantonrechter is verder over dit punt niet uitvoerig voorgelicht. Wel kan worden opgemerkt dat niet is gebleken van een ongelijkwaardige onderhandelingspositie. Verder zijn de overeenkomsten aangegaan tussen Boerhaave en een rechtspersoon, [bedrijf] B.V. Dit duidt meer op ondernemerschap dan dat dit een kenmerk van een arbeidsovereenkomst is.
De verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
4.11.
Hiervoor is al overwogen dat [verzoeker] de werkzaamheden zelf diende uit te voeren. De verplichting het werk zelf uit te voeren is een kenmerk van een arbeidsovereenkomst.
Beloning, commercieel risico en ondernemerschap
4.12.
De vergoeding voor de werkzaamheden werd niet aan [verzoeker] uitbetaald maar aan [bedrijf] B.V. Boerhaave heeft onder verwijzing naar de cao-ziekenhuizen onweersproken gesteld dat deze beloningen het hoogst mogelijke salaris voor medisch specialisten in loondienst aanzienlijk overstijgt. De hoogste functiegroep en salarisschaal voor medisch specialisten in loondienst komt volgens de cao Ziekenhuizen neer op een bedrag van € 10.962,00 bruto per maand. De vergoeding die Boerhaave aan [bedrijf] B.V. gemiddeld uitkeerde is daar een viervoud van. Tussen partijen is geen vaste beloning afgesproken. [bedrijf] B.V. ontvangt een tussen partijen overeengekomen percentage van het daadwerkelijk door de patiënt aan de opdrachtgever betaalde bedrag. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de kosten van eventuele gebruikte goederen. Gemiddeld genomen (berekend over de jaren 2019 tmt 2024) is door Boerhave aan de vennootschap jaarlijks een bedrag uitgekeerd van € 457.108,84. Uit de overgelegde specificatie van uitbetalingen blijkt voorts dat de beloningen per maand sterk fluctueerden; de beloning betrof geen vast bedrag. Zo werd in de coronaperiode, toen er door de maatregelen tijdelijk geen behandelingen mogelijk waren, ook nauwelijks omzet door [bedrijf] B.V. gemaakt. [verzoeker] droeg derhalve het ondernemersrisico. Ook is uitdrukkelijk tussen partijen afgesproken, zo staat in de overeenkomsten, dat [bedrijf] B.V. een eigen debiteurenrisico heeft met betrekking tot betaling van de patiënt. [bedrijf] B.V. was daarnaast gehouden om mee te betalen aan kosten betreffende eventuele procedures bij geschillencommissies, kosten voor vaststellingsovereenkomsten die werden gesloten met patiënten en de verzekeringspremie van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Een en ander vormt een aanwijzing dat sprake is van een overeenkomst van opdracht.
4.13.
Tussen partijen is een concurrentiebeding (en ook een relatiebeding) overeengekomen. De kantonrechter heeft al geconstateerd dat zonder toestemming van Boerhaave geen andere werkzaamheden mochten worden uitgevoerd. Hoewel dit ook in een overeenkomst van opdracht overeen gekomen kan worden, is dit wel degelijk een kenmerk van een arbeidsrelatie.
Aard en duur van de werkzaamheden en de wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald
4.14.
Het staat vast dat de werkzaamheden van [verzoeker] bestonden uit het verrichten van plastisch chirurgische werkzaamheden. Partijen zijn daartoe twee overeenkomsten voor onbepaalde tijd aangegaan. De lange duur van de overeenkomst kan een aanwijzing zijn voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, maar sluit een overeenkomst van opdracht niet uit.
4.15.
Het maken van afspraken door patiënten met [verzoeker] kon uitsluitend via de elektronische agenda van Boerhaave. Boerhaave heeft evenwel onweersproken gesteld dat [verzoeker] een grote mate van vrijheid had in het bepalen van zijn werkzaamheden en de vaststelling van zijn werktijden en rooster. De dienstroosters werden door de medisch specialisten, waaronder [verzoeker] , zelf opgesteld. Het stond [verzoeker] verder vrij om reeds ingeplande behandelingen op korte termijn en naar eigen inzicht te verplaatsen of te wijzigen. Verder bepaalde [verzoeker] zelf hoeveel uren of dagen hij wilde werken. Er is geen minimale of maximale omvang van te maken uren of dagen afgesproken. Dit heeft de kenmerken van een overeenkomst van opdracht.
Inbedding van werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
4.16.
Boerhaave heeft onweersproken gesteld dat zij geen enkele plastisch chirurg in loondienst heeft. [verzoeker] verrichtte dus niet dezelfde werkzaamheden als andere medische specialisten in loondienst bij Boerhaave.
4.17.
Boerhaave richt zich op het aanbieden van plastische chirurgie en [verzoeker] voerde binnen de kliniek van Boerhaave plastisch chirurgische werkzaamheden uit. Dit deed hij in de bedrijfskleding van Boerhaave, inclusief naam en logo. Ook zijn er protocollen die door Boerhaave worden vastgesteld en door [verzoeker] worden gevolgd. Aangenomen kan dus worden dat [verzoeker] was ingebed in de organisatie van Boerhaave en dit is een kenmerk van een arbeidsovereenkomst. Duidelijk is wel geworden dat [verzoeker] op organisatorisch gebied een grote mate van vrijheid had. Zo legt Boerhaave geen zorginhoudelijk beleid op aan haar medisch specialisten (waaronder [verzoeker] ) en draagt [verzoeker] zelf zorg voor een terugkoppeling aan de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie. Ook stond het [verzoeker] vrij om te bepalen welke behandelingen hij aan patiënten aanbood. Verder bepaalt hij zelf hoe hij deze behandelingen uitvoert.
4.18.
Wat betreft de vaststelling van prijzen voor de behandeling geldt het uitgangspunt dat Boerhaave in beginsel de prijzen daarvoor vaststelt en ook die van de prijzen voor medisch benodigde onderdelen. Wel is vast komen te staan dat [verzoeker] invloed had op de bepaling van de uiteindelijke prijs van de behandeling van de patiënten. [verzoeker] kon afwijken van de vastgestelde prijzen en dat deed hij ook daadwerkelijk. Dit volgt uit een uitdraai van de door [verzoeker] uitgevoerde behandelingen, waarop te zien is dat er verschillende prijzen door [verzoeker] zijn gehanteerd bij zijn patiënten, terwijl het telkens gaat om dezelfde behandeling. Niet is echter gebleken dat [verzoeker] geheel los van de prijzen van Boerhaave handelde. Het lijkt er eerder op dat [verzoeker] beleidsvrijheid had om af te wijken van de vastgestelde prijzen.
4.19.
Dit alles past vooral binnen een samenwerking waarbij Boerhaave de backoffice en andere faciliteiten regelt om aldus plastisch chirurgen zoals [verzoeker] in staat te stellen een praktijk uit te oefenen waarmee hij zelfstandig als ondernemer omzet genereert. Maar afhankelijk van bijkomende feiten en omstandigheden is een dergelijke samenwerking ook mogelijk binnen de kaders van een arbeidsrelatie.
Conclusie
4.20.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten kenmerken hebben van zowel een arbeidsovereenkomst als een overeenkomst van opdracht. Alles afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat de overeenkomsten niet kunnen worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Hierbij wordt met name waarde gehecht aan het feit dat sprake is van een gelijkwaardige relatie waarbij [verzoeker] grotendeels zelfstandig een volledig variabele omzet maakt. De op deze wijze ontvangen vergoeding is significant hoger dan hij als loon zou kunnen ontvangen. Verder bepaalt hij zelf hoeveel uren en omzet hij maakt en heeft hij een ruime bewegingsvrijheid om zijn werkzaamheden geheel zelfstandig te verrichten. Het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW is dus weerlegd.
4.21.
Nu geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, komen de verzoeken van [verzoeker] niet voor toewijzing in aanmerking. Het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave behoeft daarom geen beoordeling.
4.22.
Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom buiten bespreking.
Proceskosten
4.23.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Boerhaave worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.712,00
(2,5 punten × € 1.356,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.779,50
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 2.779,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. K. Hart.
66531
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11565564 \ EA VERZ 25-205
Beschikking van 21 oktober 2025
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. F.A. Dijkstra,
tegen
1MEDISCH CENTRUM BOERHAAVE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,2. MEDISCH CENTRUM BOERHAAVE UTRECHT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
verwerende partijen,
hierna te noemen: Boerhaave Amsterdam, Boerhaave Utrecht, en samen: Boerhaave,
gemachtigde: mr. N. van den Burg.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of [verzoeker] bij Boerhaave heeft gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De verzoeken van [verzoeker] zijn gegrond op de stelling dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter volgt [verzoeker] niet in zijn standpunt. De verzoeken van [verzoeker] worden daarom afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave behoeft daarom geen beoordeling.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- het verweerschrift, bevoegdheidsincident en voorwaardelijk tegenverzoek met producties
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2025
- de pleitnotities van [verzoeker] en Boerhaave
- het proces-verbaal van de zitting van 8 mei 2025, waarin een beslissing inzake het bevoegdheidsincident is opgenomen.
1.2.
Op 9 september 2025 heeft een nieuwe mondeling behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De spreekaantekeningen van [verzoeker] en Boerhaave zijn in het dossier gevoegd. De zaak is op verzoek van partijen aangehouden om te bezien of zij tot een vergelijk konden komen. [verzoeker] heeft bij e-mail van 23 september 2025 om een beschikking gevraagd. De beschikking is daarop bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Boerhaave is een medische kliniek voor plastische chirurgie. Er zijn gemiddeld 16 tot 18 plastische chirurgen en ondersteunend personeel bij Boerhaave werkzaam.
2.2.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1963, is een plastische chirurg en enig bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf] B.V.
2.3.
Op 24 november 2013 is [bedrijf] B.V. als “opdrachtnemer” een “samenwerkingsovereenkomst” met Boerhaave Amsterdam en op 23 december 2022 met Boerhaave Utrecht als “opdrachtgever” aangegaan.
2.4.
In deze overeenkomsten staat dat opdrachtnemer werkzaamheden gaat verrichten als plastisch chirurg voor Boerhave. In de overeenkomsten staat onder meer dat de medische specialistische zorg wordt geleverd door [verzoeker] , partijen nadrukkelijk geen arbeidsovereenkomst zijn aangaan en uitsluitend op basis van een overeenkomst van opdracht wensen te werken.
2.5.
In september 2024 heeft [verzoeker] aan Boerhaave kenbaar gemaakt dat hij naast zijn werkzaamheden bij Boerhaave een eigen kliniek voor plastische chirurgie wil opstarten. Boerhaave heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Partijen hebben vervolgens in de periode 30 september 2024 tot en met 10 oktober 2024 hierover gecorrespondeerd.
2.6.
Bij brief van 18 oktober 2024 heeft de advocaat van [verzoeker] namens [bedrijf] B.V. de samenwerkingsovereenkomsten met Boerhaave opgezegd tegen 1 februari 2025.
2.7.
Boerhaave heeft op 14 december 2024 aan [verzoeker] medegedeeld dat een incident op de werkvloer heeft plaatsgevonden dat niet verenigbaar is met het handelen van een goed opdrachtnemer.
2.8.
Op 16 december 2024 heeft volgens Boerhaave opnieuw een werk gerelateerd incident plaatsgevonden, waarna Boerhaave [verzoeker] heeft verzocht om het pand te verlaten.
2.9.
Op 6 januari 2025 hebben partijen een gesprek gevoerd, in aanwezigheid van hun advocaten. In dit gesprek heeft Boerhaave de overeenkomsten met [verzoeker] met onmiddellijke ingang wegens dringende redenen beëindigd.
3Het verzoek en het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen van € 490.000, -. waarvan € 150.000, - ziet op immateriële schade. Daarnaast verzoekt [verzoeker] om betaling van € 79.466, - aan gederfd loon en € 94.000, - aan transitievergoeding, met veroordeling van Boerhaave in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker] legt, kort samengevat, aan zijn verzoeken ten grondslag dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond die door Boerhaave op onregelmatige wijze is beëindigd. [verzoeker] berust in die beëindiging, maar maakt wel aanspraak op de betaling van gederfd loon, de transitievergoeding en op een billijke vergoeding.
3.3.
Boerhaave voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] . Zij voert aan dat partijen geen arbeidsovereenkomsten, maar overeenkomsten van opdracht hebben gesloten. In het geval de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, voert Boerhaave aan dat deze rechtsgeldig is opgezegd. Boerhaave verzoekt voorwaardelijk, in het geval de kantonrechter van oordeel is dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] , dan wel wegens een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van deze gronden.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna voor zover relevant verder ingegaan.
4De beoordeling
Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?
4.1.
[verzoeker] heeft uitdrukkelijk zijn vorderingen gegrond op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Kern van het geschil is de vraag of de overeenkomsten die tussen partijen hebben bestaan kwalificeren als overeenkomsten van opdracht of als arbeidsovereenkomsten.
4.2.
In artikel 7:610a BW is bepaald dat hij, die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens een arbeidsovereenkomst. Aan deze vereisten is hier voldaan. Uitgangspunt is dan ook dat [verzoeker] vermoed wordt de werkzaamheden te hebben verricht krachtens een arbeidsovereenkomst. Dat vermoeden kan door Boerhaave worden weerlegd.
4.3.
Artikel 7:610 lid 1 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, door uitleg aan de hand van de Haviltexmaatstaf – inhoudende dat het bij uitleg aankomt op de zin die partijen redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten (Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 “Haviltex”) – moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen (fase 1). Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt (fase 2). Voor deze kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. De Hoge Raad geeft tien gezichtspunten (HR 23 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) die van belang kunnen zijn:
1. de aard en duur van de werkzaamheden;
2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
7. de hoogte van deze beloningen;
8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
9. ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur van waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt;
10. het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.
Rechten en plichten (fase 1)
4.4.
Eerst dient dus te worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen.
4.5.
In de overeenkomsten staat onder meer dat door [bedrijf] B.V. medische specialistische zorg wordt geleverd door opdrachtnemer.
4.6.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de werkzaamheden door [verzoeker] in persoon dienden te worden uitgevoerd. Hoewel volgens Boerhaave de mogelijkheid bestaat dat [verzoeker] zich liet vervangen, zijn de overeenkomsten naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk aangegaan met het idee dat het [verzoeker] is die namens [bedrijf] B.V. de werkzaamheden diende te verrichten. Dit is in een van de overeenkomsten ook uitdrukkelijk bepaald en in de praktijk ook niet anders geweest. Dat [verzoeker] diensten, bij wijze van uitzondering, kon ruilen of verkopen met andere plastisch chirurgen maakt dit niet anders.
4.7.
Partijen verschillen verder van inzicht over de vraag of [verzoeker] gedurende de looptijd elders werkzaam mocht zijn. In de overeenkomsten zijn een paar klinieken genoemd waarvoor door [bedrijf] B.V. werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. In (een van de) overeenkomsten is geformuleerd dat voor overige werkzaamheden toestemming nodig was van Boerhaave. Boerhaave heeft aangegeven dat dit uitsluitend is opgenomen om de concurrentiepositie van Boerhaave te beschermen en niet om vrijheid in opdrachtgevers te belemmeren. Ook heeft Boerhaave onweersproken aangegeven dat zij deze toestemming nooit heeft geweigerd. De kantonrechter kan volstaan met de constatering dat kennelijk zonder toestemming van Boerhaave geen andere werkzaamheden mochten worden uitgevoerd.
4.8.
Partijen hebben afgesproken dat opdrachtnemer voor zijn plastisch chirurgische behandelingen een bepaald percentage ontvangt van het daadwerkelijk door de patiënt aan de opdrachtgever betaalde bedrag. De opdrachtnemer heeft een eigen debiteurenrisico met betrekking tot betaling van de patiënt, aldus de overeenkomsten. Verder is over de beschikbaarheid van opdrachtnemer opgenomen dat hij beschikbaar is en eventuele afwezigheid twee maanden van tevoren moet worden doorgegeven.
Kwalificatie (fase 2)
4.9.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de hand van de rechten en plichten van partijen de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Daarvoor zal de kantonrechter de gezichtspunten van de Hoge Raad betrekken en de omstandigheden in onderling verband afwegen.
De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is
4.10.
Vaststaat dat de overeenkomsten in onderhandeling tussen partijen tot stand zijn gekomen. De kantonrechter is verder over dit punt niet uitvoerig voorgelicht. Wel kan worden opgemerkt dat niet is gebleken van een ongelijkwaardige onderhandelingspositie. Verder zijn de overeenkomsten aangegaan tussen Boerhaave en een rechtspersoon, [bedrijf] B.V. Dit duidt meer op ondernemerschap dan dat dit een kenmerk van een arbeidsovereenkomst is.
De verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
4.11.
Hiervoor is al overwogen dat [verzoeker] de werkzaamheden zelf diende uit te voeren. De verplichting het werk zelf uit te voeren is een kenmerk van een arbeidsovereenkomst.
Beloning, commercieel risico en ondernemerschap
4.12.
De vergoeding voor de werkzaamheden werd niet aan [verzoeker] uitbetaald maar aan [bedrijf] B.V. Boerhaave heeft onder verwijzing naar de cao-ziekenhuizen onweersproken gesteld dat deze beloningen het hoogst mogelijke salaris voor medisch specialisten in loondienst aanzienlijk overstijgt. De hoogste functiegroep en salarisschaal voor medisch specialisten in loondienst komt volgens de cao Ziekenhuizen neer op een bedrag van € 10.962,00 bruto per maand. De vergoeding die Boerhaave aan [bedrijf] B.V. gemiddeld uitkeerde is daar een viervoud van. Tussen partijen is geen vaste beloning afgesproken. [bedrijf] B.V. ontvangt een tussen partijen overeengekomen percentage van het daadwerkelijk door de patiënt aan de opdrachtgever betaalde bedrag. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de kosten van eventuele gebruikte goederen. Gemiddeld genomen (berekend over de jaren 2019 tmt 2024) is door Boerhave aan de vennootschap jaarlijks een bedrag uitgekeerd van € 457.108,84. Uit de overgelegde specificatie van uitbetalingen blijkt voorts dat de beloningen per maand sterk fluctueerden; de beloning betrof geen vast bedrag. Zo werd in de coronaperiode, toen er door de maatregelen tijdelijk geen behandelingen mogelijk waren, ook nauwelijks omzet door [bedrijf] B.V. gemaakt. [verzoeker] droeg derhalve het ondernemersrisico. Ook is uitdrukkelijk tussen partijen afgesproken, zo staat in de overeenkomsten, dat [bedrijf] B.V. een eigen debiteurenrisico heeft met betrekking tot betaling van de patiënt. [bedrijf] B.V. was daarnaast gehouden om mee te betalen aan kosten betreffende eventuele procedures bij geschillencommissies, kosten voor vaststellingsovereenkomsten die werden gesloten met patiënten en de verzekeringspremie van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Een en ander vormt een aanwijzing dat sprake is van een overeenkomst van opdracht.
4.13.
Tussen partijen is een concurrentiebeding (en ook een relatiebeding) overeengekomen. De kantonrechter heeft al geconstateerd dat zonder toestemming van Boerhaave geen andere werkzaamheden mochten worden uitgevoerd. Hoewel dit ook in een overeenkomst van opdracht overeen gekomen kan worden, is dit wel degelijk een kenmerk van een arbeidsrelatie.
Aard en duur van de werkzaamheden en de wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald
4.14.
Het staat vast dat de werkzaamheden van [verzoeker] bestonden uit het verrichten van plastisch chirurgische werkzaamheden. Partijen zijn daartoe twee overeenkomsten voor onbepaalde tijd aangegaan. De lange duur van de overeenkomst kan een aanwijzing zijn voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, maar sluit een overeenkomst van opdracht niet uit.
4.15.
Het maken van afspraken door patiënten met [verzoeker] kon uitsluitend via de elektronische agenda van Boerhaave. Boerhaave heeft evenwel onweersproken gesteld dat [verzoeker] een grote mate van vrijheid had in het bepalen van zijn werkzaamheden en de vaststelling van zijn werktijden en rooster. De dienstroosters werden door de medisch specialisten, waaronder [verzoeker] , zelf opgesteld. Het stond [verzoeker] verder vrij om reeds ingeplande behandelingen op korte termijn en naar eigen inzicht te verplaatsen of te wijzigen. Verder bepaalde [verzoeker] zelf hoeveel uren of dagen hij wilde werken. Er is geen minimale of maximale omvang van te maken uren of dagen afgesproken. Dit heeft de kenmerken van een overeenkomst van opdracht.
Inbedding van werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
4.16.
Boerhaave heeft onweersproken gesteld dat zij geen enkele plastisch chirurg in loondienst heeft. [verzoeker] verrichtte dus niet dezelfde werkzaamheden als andere medische specialisten in loondienst bij Boerhaave.
4.17.
Boerhaave richt zich op het aanbieden van plastische chirurgie en [verzoeker] voerde binnen de kliniek van Boerhaave plastisch chirurgische werkzaamheden uit. Dit deed hij in de bedrijfskleding van Boerhaave, inclusief naam en logo. Ook zijn er protocollen die door Boerhaave worden vastgesteld en door [verzoeker] worden gevolgd. Aangenomen kan dus worden dat [verzoeker] was ingebed in de organisatie van Boerhaave en dit is een kenmerk van een arbeidsovereenkomst. Duidelijk is wel geworden dat [verzoeker] op organisatorisch gebied een grote mate van vrijheid had. Zo legt Boerhaave geen zorginhoudelijk beleid op aan haar medisch specialisten (waaronder [verzoeker] ) en draagt [verzoeker] zelf zorg voor een terugkoppeling aan de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie. Ook stond het [verzoeker] vrij om te bepalen welke behandelingen hij aan patiënten aanbood. Verder bepaalt hij zelf hoe hij deze behandelingen uitvoert.
4.18.
Wat betreft de vaststelling van prijzen voor de behandeling geldt het uitgangspunt dat Boerhaave in beginsel de prijzen daarvoor vaststelt en ook die van de prijzen voor medisch benodigde onderdelen. Wel is vast komen te staan dat [verzoeker] invloed had op de bepaling van de uiteindelijke prijs van de behandeling van de patiënten. [verzoeker] kon afwijken van de vastgestelde prijzen en dat deed hij ook daadwerkelijk. Dit volgt uit een uitdraai van de door [verzoeker] uitgevoerde behandelingen, waarop te zien is dat er verschillende prijzen door [verzoeker] zijn gehanteerd bij zijn patiënten, terwijl het telkens gaat om dezelfde behandeling. Niet is echter gebleken dat [verzoeker] geheel los van de prijzen van Boerhaave handelde. Het lijkt er eerder op dat [verzoeker] beleidsvrijheid had om af te wijken van de vastgestelde prijzen.
4.19.
Dit alles past vooral binnen een samenwerking waarbij Boerhaave de backoffice en andere faciliteiten regelt om aldus plastisch chirurgen zoals [verzoeker] in staat te stellen een praktijk uit te oefenen waarmee hij zelfstandig als ondernemer omzet genereert. Maar afhankelijk van bijkomende feiten en omstandigheden is een dergelijke samenwerking ook mogelijk binnen de kaders van een arbeidsrelatie.
Conclusie
4.20.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten kenmerken hebben van zowel een arbeidsovereenkomst als een overeenkomst van opdracht. Alles afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat de overeenkomsten niet kunnen worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Hierbij wordt met name waarde gehecht aan het feit dat sprake is van een gelijkwaardige relatie waarbij [verzoeker] grotendeels zelfstandig een volledig variabele omzet maakt. De op deze wijze ontvangen vergoeding is significant hoger dan hij als loon zou kunnen ontvangen. Verder bepaalt hij zelf hoeveel uren en omzet hij maakt en heeft hij een ruime bewegingsvrijheid om zijn werkzaamheden geheel zelfstandig te verrichten. Het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW is dus weerlegd.
4.21.
Nu geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, komen de verzoeken van [verzoeker] niet voor toewijzing in aanmerking. Het voorwaardelijk tegenverzoek van Boerhaave behoeft daarom geen beoordeling.
4.22.
Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom buiten bespreking.
Proceskosten
4.23.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Boerhaave worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.712,00
(2,5 punten × € 1.356,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.779,50
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 2.779,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. K. Hart.
66531