Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:6898

2025-09-18 Strafrecht; Europees strafrecht 13/118659-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-09-18
Publicatiedatum
2025-09-18
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/118659-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB Litouwen. Detentiegarantie heeft het individuele gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen. Overlevering toegestaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (8.508 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/118659-25




Datum uitspraak: 18 september 2025







UITSPRAAK





op de vordering van 22 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 februari 2025 door de Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania in Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1977,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang


De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 juli 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. S.L.T.A. Scheepers, advocaat in Venlo.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.



De rechtbank heeft op 31 juli 2025 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, waarbij de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW is aangehouden.



Verder heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, onder c, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.



De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 4 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijstaan door zijn raadsman en een tolk in Litouwse taal.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraak 31 juli 2025


De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 31 juli 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten. Hetgeen de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.





4Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden


In vervolg op de tussenuitspraak is aanvullende informatie over de detentieomstandigheden in Litouwen ontvangen. De raadsman heeft aangevoerd dat deze aanvullende informatie van 25 augustus 2025 onvoldoende concreet en geloofwaardig is om het vastgestelde gevaar weg te nemen. Het kastenstelsel bestaat al zo lang in de Litouwse gevangenissen dat het ongeloofwaardig is dat de gegeven garanties zullen worden nageleefd. Ook de eerdere ervaringen van de opgeëiste persoon in Litouwen en zijn persoonlijke situatie maken dat niet op de garanties kan worden vertrouwd.



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de garanties in de aanvullende informatie van 25 augustus 2025 voldoende zijn om het individuele gevaar weg te nemen.




Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 31 juli 2025 ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.



In de brief van 25 augustus 2025 van de Deputy Director van de Lithuanian Prison Service staat het volgende.




As regards the doubt expressed by the court of the Netherlands regarding [opgeëiste persoon] ’ protection against the consequences in common-use areas as a result of inmate hierarchies, please note that [opgeëiste persoon] will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among these detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. [opgeëiste persoon] will be allowed to walk, use the gym or do other activities only together with the detainees from his cell. Daily routine activities are organised for the detainees from one cell, and detainees from different cells do not participate in joint activities.


In addition, in order to control violence among prisoners and as far as possible, leaders of non-


formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on other prisoners are kept separately from other vulnerable prisoners. Leaders of non-formal prison hierarchies are isolated on separate floors and in separate locked cells.


Detainees and prisoners are allowed to leave locked residential floors, living premises (cells) only for the purposes of pre-planned daily routine activities.


It should be noted that activities in prisons are organised according to a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates the possibility for the inmates with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/or activities.




De rechtbank is, gelet op deze individuele garantie van de Litouwse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde individuele reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. In de garantie worden concrete maatregelen genoemd om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op de veiligheid van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op het risico dat de opgeëiste persoon in de gemeenschappelijke ruimtes zou lopen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de informatie in de brief van 25 augustus 2025. De ervaringen van de opgeëiste persoon in detentie in het verleden doen hier niet aan af, evenmin als de toelichting die hij heeft gegeven met betrekking tot de risico’s die hij persoonlijk na zijn overlevering zou lopen. Ter onderbouwing van dit laatste punt zijn ook geen objectieve, concrete en verifieerbare gegevens ter onderbouwing daarvan aangedragen.
De slotsom is dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor overlevering.





5Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





6Toepasselijke wetsartikelen


De artikelen 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.





7Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania in Litouwen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.



Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. M. Westerman en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 september 2025.




































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 OLW.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.