Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:428
Inhoudsindicatie
PV mondelinge uitspraak. Aanneming van werk (inkleuren lavasteen wandje in badkamer). Klant weigert te betalen maar wordt daartoe toch verooordeeld. Kantonrechter stelt vast wat precies is afgesproken; wel het inkleuren van de wand, niet het afkitten of egaliseren, ondanks dat offerte het woord 'restauratie' vermeldt. Dat niet juist is ingekleurd kan thans (aande hand van foto's) niet worden vastgesteld, en omdat een andere aannemer alsnog het werk heeft 'hersteld' kan ook ter plaatse niet meer worden vastgesteld of er wanprestatie is geleverd. Geen tegenvordering. Aannemer is niet ingebreke gesteld noch is hem een termijn gegeven om alsnog na te komen. Overeenkomst is dus niet of niet rechtmatig ontbonden en klant moet betalen, plus PKV en BGK.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.757 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
kantonrechter
zaak- en rolnummer: 11300935 CV EXPL 24-11575
datum uitspraak: 17 januari 2025
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in zaak van
de vennootschap onder firma,
[naam vof] t.h.o.d.n. [bedrijf] ,
te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
procederend zonder gemachtigde,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 3 september 2024, met producties 1 tot en met 6;
de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7;
de reactie met producties van [eiseres] .
1.2.
Op de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- namens [eiseres] : dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] ;
- dhr. [gedaagde] .
1.3.
Partijen hebben hun standpunten toegelicht, op elkaars standpunten gereageerd en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na de mondelinge behandeling en een schorsing van de zitting heeft de kantonrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft op 9 april 2024 werkzaamheden uitgevoerd aan een wand in de badkamer van [gedaagde] . Na afloop heeft [gedaagde] aangegeven ontevreden te zijn over de werkzaamheden. [gedaagde] heeft de factuur voor de uitgevoerde werkzaamheden hierom tot op heden niet voldaan. [eiseres] heeft zich uiteindelijk gewend tot de kantonrechter.
3Wat willen partijen?
3.1.
Allereerst is [eiseres] van mening dat de overeenkomst slechts het inkleuren van de wand inhoudt. [eiseres] heeft deze werkzaamheden uitgevoerd en stelt daarmee een opeisbare vordering op [gedaagde] te hebben. [eiseres] vordert betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden van € 544,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2024. Daarnaast vordert [eiseres] de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer tegen de verschuldigdheid van de factuur. Hij stelt zich (samengevat) op het standpunt dat [eiseres] een wanprestatie heeft geleverd. [gedaagde] stelt dat afgesproken is om de wand te restaureren. Onder restauratie verstaat [gedaagde] het egaliseren, kleuren en afkitten van de wand. [gedaagde] stelt dat [eiseres] de wand wel heeft ingekleurd, maar dat er nog steeds sprake is van kleurverschil bij een korrelige structuur. Ook heeft [gedaagde] extra kosten moeten maken om de wand op de juiste manier te herstellen door inschakeling van een derde partij.
4De beoordeling
[eiseres] zou alleen de wand inkleuren
4.1.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is wat partijen hebben afgesproken over de werkzaamheden. [eiseres] stelt dat het slechts ging om het inkleuren van de wand. [gedaagde] stelt dat de offerte het woord ‘restauratie’ noemt en hieronder verstaat hij egalisatie van de wand met dezelfde coating, (eventueel) inkleuren en afkitten.
4.2.
[eiseres] heeft op 2 april 2024 een e-mail verzonden gericht aan [gedaagde] waarin de volgende tekst is opgenomen: “1x verkleuring, 80 x 80 cm. Toelichting: Het gaat om 1 wandje. Is over gesmeerd maar moet bijgekleurd worden ongeveer 0,8m2.” [eiseres] heeft bij deze e-mail vervolgens de offerte als Pdf-bestand bijgevoegd. [gedaagde] heeft nog diezelfde dag een e-mail aan [eiseres] teruggezonden waarin hij akkoord geeft. Van te voren hebben partijen geen contact gehad over de wensen van [gedaagde] . Aan de hand van deze e-mails is de kantonrechter van oordeel dat de inhoud van de overeenkomst slechts het inkleuren van de wand betreft en dat geen andere werkzaamheden zijn overeengekomen.
Geen wanprestatie
4.3.
Nu is vastgesteld dat de inhoud van de overeenkomst slechts het inkleuren van de wand omvat en tussen partijen niet ter discussie staat dat [eiseres] deze werkzaamheden op 9 april 2024 heeft uitgevoerd, zal [gedaagde] in beginsel de factuur moeten voldoen. [gedaagde] stelt dat het geleverde werk niet deugdelijk is, omdat er een kleurverschil is met de andere wanden en de wand ook een korrelige structuur heeft. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [gedaagde] een aantal foto’s overlegd. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de foto’s niet kan worden vastgesteld in hoeverre het werk niet is uitgevoerd overeenkomstig de afspraken van partijen. Daarbij staat voor de kantonrechter ook vast dat de korrelige structuur is aangebracht door de oorspronkelijke aannemer en niet door [eiseres] en dat de wand inmiddels is hersteld door een derde partij waardoor het ook niet meer mogelijk is om kleurverschil alsnog vast te stellen.
4.4.
Vervolgens is van belang dat [gedaagde] heeft verzuimd om [eiseres] een mogelijkheid te bieden om het geleverde werk eventueel te herstellen. [gedaagde] stelt dat [eiseres] een wanprestatie heeft geleverd om welke reden hij vindt dat hij de factuur niet hoeft te betalen. In de situatie dat een contractspartij van mening is dat de andere contractpartij de afspraken uit de overeenkomst niet of niet deugdelijk nakomt, is er een mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden. Maar om tot een ontbinding te kunnen komen, zal er niet alleen geklaagd moeten worden over de geleverde prestatie maar moet er ook een ingebrekestelling volgen waarbij de wederpartij een termijn wordt gegeven om de prestatie alsnog deugdelijk na te komen. Uit de ingebrekestelling moet ook blijken welke gevolgen het zal hebben als een partij niet alsnog overgaat tot deugdelijke nakoming, bijvoorbeeld niet-betalen of verhaal van schade. Hoewel [gedaagde] meermaals heeft geklaagd bij [eiseres] over de kwaliteit van het werk, ontbreekt een ingebrekestelling waarin een termijn wordt gegeven aan [eiseres] om de overeenkomst alsnog na te komen. Van een ontbinding kan daarom geen sprake zijn. [gedaagde] is daarom gehouden zijn verbintenis uit de overeenkomst na te komen. Dit betekent dat [gedaagde] de factuur van € 544,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2024, zal moeten voldoen.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.5.
[eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het tarief dat is vermeld in de aanmaningen. De buitengerechtelijke incassokosten worden daarom slechts toegewezen tot het tarief dat in de aanmaningen ex art. 6:96 lid 6 BW is aangezegd. Dat betreft een bedrag van € 81,68 exclusief btw.
De proceskosten
4.6.
[gedaagde] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten veroordeeld. Tot aan deze mondelinge uitspraak worden de proceskosten aan de kant van [eiseres] als volgt vastgesteld:
- griffierecht
€
340,00
- explootkosten
€
112,99
- nakosten
€
67,50
Totaal
€
655,49
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Deze uitspraak wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 544,50 te betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 mei 2024 tot de dag van algehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om [eiseres] de buitengerechtelijke incassokosten van € 81,68 excl. btw te betalen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres] tot deze mondelinge uitspraak vastgesteld op € 655,49 voor zover van toepassing inclusief btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.4.
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. R. Kruisdijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 22 januari 2025.
WAARVAN PROCES-VERBAAL
De griffier is buiten staat te tekenen. De kantonrechter.