Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:2281

2025-03-27 Strafrecht; Internationaal strafrecht 25/002098
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-03-27
Publicatiedatum
2025-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
25/002098
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift tegen bevriezingsbevelen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.900 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



RK nummer: 25.002098




Datum beschikking: 27 maart 2025







BESCHIKKING






op het klaagschrift ex artikel 5.5.12 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:





[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972,
naar de rechtbank begrijpt domicilie kiezende te [adres] (het kantooradres van zijn raadsman),



hierna: klager.





1Procesgang


Het klaagschrift is op 23 januari 2025 ingediend ter griffie van deze rechtbank. Bij brief van 31 januari 2025 heeft het Openbaar Ministerie gereageerd op het klaagschrift.



De rechtbank heeft op 13 maart 2025 het klaagschrift behandeld en de gemachtigd raadsman van klager, mr. J.C. Reisinger, advocaat in Utrecht, en de officier van justitie bij het Functioneel Parket Amsterdam, mr. C.J.A. van der Maas, in openbare raadkamer gehoord.



Klager is niet verschenen.





2Feiten en omstandigheden


Op 11 maart 2021 heeft de officier van justitie te Amsterdam drie bevriezingsbevelen (“Freezing order – in anticipation of seizure of cryptocurrency”) uitgevaardigd, als voorbereiding op beslag op grond van artikel 94 lid 2 Sv.



De bevelen zien op het totale bedrag aan cryptocurrency in drie met naam genoemde “wallets” te weten




[wallet 1] ;



[wallet 2] ;



[wallet 3]



en de cryptocurrency in wallets van dezelfde accounthouders die door de bevriezing geraakt worden.


In de bevelen is vermeld dat Coinbase, een bedrijf dat is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, de houder is van de wallets. Het verzoek tot bevriezing is dan ook aan dit bedrijf gericht.



Het doel van de bevriezing is volgens de bevelen:



bewijsmateriaal vastleggen;


verbeurdverklaring;


inbeslagneming.




Op de zitting van 13 maart 2025 heeft de officier van justitie meegedeeld dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd, niet hebben geleid tot inbeslagname en inmiddels niet meer relevant zijn vanwege het ontbreken van strafvorderlijk belang.



De officier van justitie heeft e-mail correspondentie uit februari 2025 tussen de parketsecretaris van het Openbaar Ministerie en een medewerker van Coinbase overgelegd, waaruit blijkt dat Coinbase niet de houder is van de wallets. Uit deze correspondentie, in het bijzonder uit de mededelingen van de parketsecretaris en de officier van justitie, volgt ook dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij de bevriezingsbevelen en/of het leggen van beslag.





3Inhoud klaagschrift en standpunt klager


De raadsman heeft op de zitting van 13 maart 2025 toegelicht dat het klaagschrift is ingediend, omdat klager in een Franse strafzaak in verband zou worden gebracht met de wallets.



De raadsman heeft zich vervolgens, gehoord de mededelingen van de officier van justitie, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.





4Standpunt van het Openbaar Ministerie


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klaagschrift. Blijkbaar zijn de bevriezingsorders nooit uitgevoerd. In ieder geval is er door het functioneel parket nimmer beslag gelegd op de genoemde wallets bij Coinbase. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat klager geen belanghebbende is in de zin van de wet.





5Het oordeel van de rechtbank


De rechtbank stelt op grond van de mededeling van de officier van justitie en de door haar overgelegde stukken vast dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd en niet meer geldig zijn. Van inbeslagneming is geen sprake geweest. Derhalve is van enige in artikel 552a Sv genoemde grond om te klagen dus geen sprake, zodat klager geen belang heeft bij zijn klaagschrift. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klaagschrift.





6Beslissing


De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.







Deze beslissing is op 27 maart 2025 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en G. Riedijk, griffier.