Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:1347
2025-02-27
Strafrecht; Strafprocesrecht
C/13/765289 / HA RK 25-66
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek afgewezen. Toepassing van de anti-misbruikbepaling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.089 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing van 27 februari 2025 op het ter zitting gedane en onder zaaknummer C/13/765289 / HA RK 25-66 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker]
,
verzoeker,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen te [plaats] ,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mrs. M.A.E. Somsen, voorzitter, A.A. Spoel en I. Timmermans, leden van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechters.
1
1. De procedure
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
- het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van 27 februari 2025 inhoudende het verzoek tot wraking.
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Wrakingskamer van 27 februari 2025 in aanwezigheid van verzoeker en de rechters. Na de behandeling is direct mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing vormt de uitwerking daarvan.
2De feiten en het verzoek
Verzoeker is verdachte in twee strafzaken met parketnummers 13/261763-22 en 16/005015-23 die bij de rechters in behandeling zijn. Het onderzoek ter terechtzitting in die zaken is vandaag hervat.
Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker nadat de oudste rechter hem de cautie had gegeven, de rechters gewraakt.
Verzoeker heeft aangevoerd: “Ik heb meerdere wrakingsgronden. Ik vraag mij af wat de rechtbank heeft beoogd bij het inplannen van deze zitting. Ik vraag mij af waarvan ik wordt verdacht. Ik zit zonder advocaat. Daar had de rechtbank weet van. Had het niet op de weg van de rechtbank gelegen om mij te voorzien van stukken en het strafdossier, zodat ik beslagen ten ijs kon komen en mij kan verdedigen? Dat heeft u niet gedaan. Bovendien heb ik u al eerder gewraakt. Dat was niet vanwege een persoonlijke vraag. Dat was vanwege dat u alles wat ik zei niet voor waar aannam. U ging er al van uit dat alles wat ik zei anders zou kunnen zijn of niet waar is of iets van die strekking. Ik vraag mij serieus af hoe gekleurd u eigenlijk bent.”
3De reactie van de rechters
De rechters berusten niet in de wraking en zij achten het verzoek ongegrond. Bij monde van de oudste rechter hebben zij aangevoerd dat zij graag in gesprek waren gegaan met verzoeker over de punten die hij als wrakingsgronden heeft aangevoerd. Van dat gesprek is het niet meer gekomen omdat hij toen al had gewraakt.
5
5. De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomen is, althans dat de bij verzoeker(s) bestaande vrees dat de rechter niet onpartijdig dan wel vooringenomen is, objectief is gerechtvaardigd.
5.2.
Aan het verzoek zijn door verzoeker geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
5.3.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is sprake van misbruik van recht. Daar komt bij dat verzoeker de meervoudige kamer in een andere samenstelling maar in dezelfde zaken, eerder heeft gewraakt, welk wrakingsverzoek bij beslissing van 18 oktober 2024 ongegrond is verklaard (zaaknummer C/13/754894 / HA RK 24-261). Verzoeker kan eerder aangevoerde gronden, die al ongegrond zijn verklaard, nu niet opnieuw aanvoeren. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking in de zaken met bovenstaande parketnummers niet in behandeling genomen worden.
6. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat een volgende verzoek tot wraking in de zaken met bovenstaande parketnummers niet in behandeling wordt genomen.
Aldus gegeven door mrs. S. Djebali, voorzitter, S.P. Pompe en I.M. Nusselder, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv geen voorziening open.
Beslissing van 27 februari 2025 op het ter zitting gedane en onder zaaknummer C/13/765289 / HA RK 25-66 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker]
,
verzoeker,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen te [plaats] ,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mrs. M.A.E. Somsen, voorzitter, A.A. Spoel en I. Timmermans, leden van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechters.
1
1. De procedure
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
- het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van 27 februari 2025 inhoudende het verzoek tot wraking.
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Wrakingskamer van 27 februari 2025 in aanwezigheid van verzoeker en de rechters. Na de behandeling is direct mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing vormt de uitwerking daarvan.
2De feiten en het verzoek
Verzoeker is verdachte in twee strafzaken met parketnummers 13/261763-22 en 16/005015-23 die bij de rechters in behandeling zijn. Het onderzoek ter terechtzitting in die zaken is vandaag hervat.
Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker nadat de oudste rechter hem de cautie had gegeven, de rechters gewraakt.
Verzoeker heeft aangevoerd: “Ik heb meerdere wrakingsgronden. Ik vraag mij af wat de rechtbank heeft beoogd bij het inplannen van deze zitting. Ik vraag mij af waarvan ik wordt verdacht. Ik zit zonder advocaat. Daar had de rechtbank weet van. Had het niet op de weg van de rechtbank gelegen om mij te voorzien van stukken en het strafdossier, zodat ik beslagen ten ijs kon komen en mij kan verdedigen? Dat heeft u niet gedaan. Bovendien heb ik u al eerder gewraakt. Dat was niet vanwege een persoonlijke vraag. Dat was vanwege dat u alles wat ik zei niet voor waar aannam. U ging er al van uit dat alles wat ik zei anders zou kunnen zijn of niet waar is of iets van die strekking. Ik vraag mij serieus af hoe gekleurd u eigenlijk bent.”
3De reactie van de rechters
De rechters berusten niet in de wraking en zij achten het verzoek ongegrond. Bij monde van de oudste rechter hebben zij aangevoerd dat zij graag in gesprek waren gegaan met verzoeker over de punten die hij als wrakingsgronden heeft aangevoerd. Van dat gesprek is het niet meer gekomen omdat hij toen al had gewraakt.
5
5. De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomen is, althans dat de bij verzoeker(s) bestaande vrees dat de rechter niet onpartijdig dan wel vooringenomen is, objectief is gerechtvaardigd.
5.2.
Aan het verzoek zijn door verzoeker geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
5.3.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is sprake van misbruik van recht. Daar komt bij dat verzoeker de meervoudige kamer in een andere samenstelling maar in dezelfde zaken, eerder heeft gewraakt, welk wrakingsverzoek bij beslissing van 18 oktober 2024 ongegrond is verklaard (zaaknummer C/13/754894 / HA RK 24-261). Verzoeker kan eerder aangevoerde gronden, die al ongegrond zijn verklaard, nu niet opnieuw aanvoeren. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking in de zaken met bovenstaande parketnummers niet in behandeling genomen worden.
6. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat een volgende verzoek tot wraking in de zaken met bovenstaande parketnummers niet in behandeling wordt genomen.
Aldus gegeven door mrs. S. Djebali, voorzitter, S.P. Pompe en I.M. Nusselder, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv geen voorziening open.