Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:1335
2025-02-27
Strafrecht; Europees strafrecht
13/403187-24 (EAB II)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
EAB Polen; tussenuitspraak i.v.m. het gelijktijdig beslissen op het andere aanhangige EAB; verweer m.b.t. de detentieomstandigheden verworpen
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:326 Rechtbank Amsterdam 16-01-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:909 Rechtbank Amsterdam 14-02-2025
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1979 Rechtbank Amsterdam 18-03-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (7.227 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/403187-24 (EAB II)
Datum uitspraak: 27 februari 2025
TUSSEN UITSPRAAK
op de vordering van 20 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 november 2024 door de Sąd Okręgowy w Zamościu [(District Court of Zamość] the second Criminal Division], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit andere hoofde gedetineerd in de [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal. De raadsman heeft geen inhoudelijke verweren gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een judgement of Sąd Rejonowy [Regional Court] in Tomaszów Lubelski as of 11 October 2021 (II K 757/21).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast;
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
De raadsman heeft aangevoerd het onduidelijk is waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd. Daarom moet de overlevering worden geweigerd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 6 februari 2025 voldoende is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon niet terechtkomt in de gevangenis in Barczewo, waar de rechtbank onderzoek naar de detentieomstandigheden heeft laten doen. De opgeëiste persoon komt eerst zeer waarschijnlijk in een gevangenis in Warschau en daarna zal hij worden geplaatst in een gevangenis bij de vorige woonplaats van de opgeëiste persoon, dat 550 kilometer van Barczewo ligt. Het is dus onwaarschijnlijk dat hij in de gevangenis van Barczewo wordt geplaatst.
De rechtbank overweegt dat zij eerder in een andere zaak vragen heeft gesteld over de detentieomstandigheden in Barczewo. Daarom is in deze zaak door het openbaar ministerie gevraagd waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. De rechtbank heeft in voornoemde zaak op 14 februari 2025 een uitspraak gedaan, waarin zij tot het oordeel komt dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld. Derhalve is de vraag waarde opgeëiste persoon na overlevering aan Polen naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd niet langer relevant. Een garantie dat hij daar niet zal worden gedetineerd is dus niet nodig.
6Heropening onderzoek
De rechtbank heeft er voor gekozen om het EAB in deze zaak gelijktijdig op zitting te behandelen met EAB I en – in het verlengde daarvan – ook gelijktijdig op beide EAB’s te beslissen. De rechtbank is ten aanzien van EAB I tot de conclusie gekomen dat ook nu nog nader onderzoek nodig is in verband met de toets aan artikel 12 OLW.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek ter zitting in deze zaak ook heropenen.
7Beslissing
HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting, zodat op dit EAB gelijktijdig kan worden beslist met de beslissing op EAB I;
BEPAALT dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland voor het verstrijken van de verlengde beslistermijn (op 18 maart 2025);
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemd tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Rb. Amsterdam d.d. 16 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:326).
ECLI:NL:RBAMS:2025:909.
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/403187-24 (EAB II)
Datum uitspraak: 27 februari 2025
TUSSEN UITSPRAAK
op de vordering van 20 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 november 2024 door de Sąd Okręgowy w Zamościu [(District Court of Zamość] the second Criminal Division], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit andere hoofde gedetineerd in de [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal. De raadsman heeft geen inhoudelijke verweren gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een judgement of Sąd Rejonowy [Regional Court] in Tomaszów Lubelski as of 11 October 2021 (II K 757/21).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast;
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
De raadsman heeft aangevoerd het onduidelijk is waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd. Daarom moet de overlevering worden geweigerd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 6 februari 2025 voldoende is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon niet terechtkomt in de gevangenis in Barczewo, waar de rechtbank onderzoek naar de detentieomstandigheden heeft laten doen. De opgeëiste persoon komt eerst zeer waarschijnlijk in een gevangenis in Warschau en daarna zal hij worden geplaatst in een gevangenis bij de vorige woonplaats van de opgeëiste persoon, dat 550 kilometer van Barczewo ligt. Het is dus onwaarschijnlijk dat hij in de gevangenis van Barczewo wordt geplaatst.
De rechtbank overweegt dat zij eerder in een andere zaak vragen heeft gesteld over de detentieomstandigheden in Barczewo. Daarom is in deze zaak door het openbaar ministerie gevraagd waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. De rechtbank heeft in voornoemde zaak op 14 februari 2025 een uitspraak gedaan, waarin zij tot het oordeel komt dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld. Derhalve is de vraag waarde opgeëiste persoon na overlevering aan Polen naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd niet langer relevant. Een garantie dat hij daar niet zal worden gedetineerd is dus niet nodig.
6Heropening onderzoek
De rechtbank heeft er voor gekozen om het EAB in deze zaak gelijktijdig op zitting te behandelen met EAB I en – in het verlengde daarvan – ook gelijktijdig op beide EAB’s te beslissen. De rechtbank is ten aanzien van EAB I tot de conclusie gekomen dat ook nu nog nader onderzoek nodig is in verband met de toets aan artikel 12 OLW.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek ter zitting in deze zaak ook heropenen.
7Beslissing
HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting, zodat op dit EAB gelijktijdig kan worden beslist met de beslissing op EAB I;
BEPAALT dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland voor het verstrijken van de verlengde beslistermijn (op 18 maart 2025);
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemd tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Rb. Amsterdam d.d. 16 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:326).
ECLI:NL:RBAMS:2025:909.