Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:1249

2025-02-27 Strafrecht; Europees strafrecht 13-162923-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-02-27
Publicatiedatum
2025-02-27
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13-162923-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie-EAB Polen. Artikel 11 OLW: geen algemeen gevaar van schending grondrechten in penitentiaire inrichting Barczewo. Toestaan.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.578 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-162923-23




Datum uitspraak: 26 februari 2025







UITSPRAAK





op de vordering van 11 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juni 2023 door de District Court of Legnica - III Criminal Department in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:





[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,
nu gedetineerd in [detentieplaats] ,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.






1Procesgang



Zitting van 8 januari 2025

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 8 januari 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.




Tussenuitspraak van 22 januari 2025


In de tussenuitspraak van 22 januari 2025 heeft de rechtbank – onder meer – stilgestaan bij de detentieomstandigheden in de gevangenis van Barczewo in Polen. Kortgezegd heeft de rechtbank vastgesteld dat zij er in het verleden ten onrechte vanuit is gegaan dat geografische aspecten doorslaggevend zijn bij de plaatsing van een veroordeelde in het Poolse gevangeniswezen, waardoor niet langer kan worden uitgesloten dat een opgeëiste persoon in de gevangenis in Barczewo wordt geplaatst. Daarbij heeft de rechtbank gewezen op het rapport van the Commissioner for Human Rights on the Activities of the National Mechanism for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment van 2022 (hierna: het NMPT-rapport), dat blijk geeft van een zorgelijke situatie met betrekking tot de detentieomstandigheden in de Barczewo gevangenis.



In het licht van deze zorgen heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen, ter beoordeling van de vraag of er ten aanzien van de gevangenis is Barczewo sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2016.



Tot slot heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen opnieuw met dertig dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid, OLW), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW).




Zitting van 12 februari 2025

De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 12 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraak van 22 januari 2025


De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 22 januari 2025, waarin zij heeft geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB, de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, de dubbele strafbaarheid van het in het EAB vermelde feit en de toepassing van artikel 11 OLW in het licht van artikel 47 van het Handvest. Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.





4Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Polen


De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in rechtsoverweging 5 van de voornoemde tussenuitspraak van 22 januari 2025. Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.



Het openbaar ministerie heeft de volgende vraag, als in de tussenuitspraak van 22 januari 2025 door de rechtbank geformuleerd, voorgelegd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:




“In welke gevangenis zal de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid geplaatst worden na zijn eventuele overlevering naar Polen?”




De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 5 februari 2025 het volgende geantwoord:



“Answering your inquiry of 23nd January 2025, this District Court (..) of Legnica III criminal Department informs you kindly that after surrender to the territory of Poland [opgeëiste persoon] , son of [naam] , will be held in the Correctional Facility No.1 in Wrocław pursuant to zoning.”




Oordeel van de rechtbank




De rechtbank heeft bij meerdere uitspraken van 16 januari 2025 beslist aanvullende vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten in het kader van het onderzoek naar een eventueel algemeen gevaar in de penitentiaire inrichting in Barczewo. Hierbij heeft zij gekozen de vragen voor te leggen in een beperkt aantal overleveringszaken, met het doel de beantwoording overzichtelijk te houden en (eventueel) van een centrale autoriteit in Polen antwoorden te verkrijgen.



De rechtbank heeft vervolgens in één van deze zaken bij uitspraak van 14 februari 2025 - kort samengevat – geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld.



Gelet op het voorgaande is de vraag in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst na overlevering om zijn straf uit te zitten niet langer relevant en behoeft het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit op deze vraag geen verdere bespreking. Artikel 11 OLW staat niet aan overlevering in de weg.





5Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





6Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5 en 7 OLW.





7Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de District Court of Legnica - III Criminal Department in Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.






Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 februari 2025.





































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


ECLI:NL:RBAMS:2025:463.


Hof van Justitie van de Europese Unie 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU (Aranyosi and Căldăraru), ECLI:EU:C:2016:198.


ECLI:NL:RBAMS:2025:909.