Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2024:7274
2024-10-01
Strafrecht; Materieel strafrecht
13/729040-18 (ontneming)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd door de betaling van de schikking (artikel 6:4:18 Sv).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.188 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/729040-18 (ontneming)
Datum uitspraak: 1 oktober 2024
vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/729040-18, tegen:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1976,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna: veroordeelde.
1Het onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 1 oktober 2024.
De rechtbank heeft op 1 oktober 2024 de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, gehoord.
Veroordeelde en zijn raadsman mr. A.D. Kupelian, advocaat in Amsterdam, zijn, zoals tijdig aangekondigd, niet verschenen.
2De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie van 10 september 2024 strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 227.848,- en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dat bedrag.
Voorafgaand aan deze zitting heeft de officier van justitie aan de rechtbank laten weten dat inmiddels een ontnemingsschikking (als bedoeld in artikel 511c Sv) met veroordeelde is getroffen en dat veroordeelde aan de voorwaarden van die schikking heeft voldaan.
3Schikking tussen het openbaar ministerie en veroordeelde
De officier van justitie heeft gevorderd tot vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd. De veroordeelde heeft immers voldaan aan de voorwaarden van de hem aangeboden schikking door de betaling daarvan.
De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie met veroordeelde een schikking heeft getroffen, zoals bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Gelet op die schikking stelt de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 6:4:18 Sv vast dat de zaak van rechtswege is geëindigd. Volgens dit artikel is door voldoening van de termen van de schikking de zaak van rechtswege geëindigd.
4Slotsom
De rechtbank stelt vast dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2024.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/729040-18 (ontneming)
Datum uitspraak: 1 oktober 2024
vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/729040-18, tegen:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1976,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna: veroordeelde.
1Het onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 1 oktober 2024.
De rechtbank heeft op 1 oktober 2024 de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, gehoord.
Veroordeelde en zijn raadsman mr. A.D. Kupelian, advocaat in Amsterdam, zijn, zoals tijdig aangekondigd, niet verschenen.
2De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie van 10 september 2024 strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 227.848,- en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dat bedrag.
Voorafgaand aan deze zitting heeft de officier van justitie aan de rechtbank laten weten dat inmiddels een ontnemingsschikking (als bedoeld in artikel 511c Sv) met veroordeelde is getroffen en dat veroordeelde aan de voorwaarden van die schikking heeft voldaan.
3Schikking tussen het openbaar ministerie en veroordeelde
De officier van justitie heeft gevorderd tot vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd. De veroordeelde heeft immers voldaan aan de voorwaarden van de hem aangeboden schikking door de betaling daarvan.
De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie met veroordeelde een schikking heeft getroffen, zoals bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Gelet op die schikking stelt de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 6:4:18 Sv vast dat de zaak van rechtswege is geëindigd. Volgens dit artikel is door voldoening van de termen van de schikking de zaak van rechtswege geëindigd.
4Slotsom
De rechtbank stelt vast dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2024.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.