Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2024:4633

2024-07-24 Strafrecht; Europees strafrecht 13/154458-24 (EAB III)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-07-24
Publicatiedatum
2024-07-25
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/154458-24 (EAB III)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EAB Kroatië; onschuldverweer verworpen; overlevering toegestaan

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.716 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/154458-24 (EAB III)




Datum uitspraak: 24 juli 2024







UITSPRAAK





op de vordering van 24 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in
behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 april 2024 door the Municipal Court in Slavonski Brod, Kroatië,
(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:





[opgeëiste persoon]
,
geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Joegoslavië),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres]



hierna ‘de opgeëiste persoon’.





1Procesgang


De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 juni 2024 in
aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen
en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.F.M. van Osta, advocaat in ’s-Gravenhage.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. De rechtbank heeft de gevangenneming bevolen.



De rechtbank heeft op 14 juni 2024 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de Kroatische autoriteiten in de gelegenheid te stellen antwoord te geven op de vragen die zijn gesteld op 23 mei 2024 door het Openbaar Ministerie. De beslistermijn is op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd – ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van het geschorste bevel tot gevangenneming met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.



De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 10 juli 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen
en is bijgestaan door zijn raadsman A.G. de Jong, die waarneemt voor zijn kantoorgenoot, mr. N.F.M. van Osta, beide advocaat in ’s-Gravenhage.



De rechtbank heeft beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van het bevel tot gevangenneming met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW en heeft het bevel gevangenneming geschorst.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt een DECISION ON DETERMINATION OF INVESTIGATIVE PRISON, business number 2 K-252/201555, dated April 9, 2024. In de aanvullende informatie van 6 juni 2024 staat dat the Municipal Court in Slavonski Brod deze beslissing heeft uitgevaardigd.





4Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist


De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste
van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden
toegestaan, wanneer - kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van
de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is
gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.



De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.



Het feit levert naar Nederlands recht op:




opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst




en




opzettelijk gebruik maken van een vervalst reisdocument.






5Onschuldverweer


De opgeëiste persoon verklaart niet schuldig te zijn aan het feit. Hiertoe is een beschikking van 20 september 2018 van een Kroatische rechter overgelegd waarin een verzoek tot uitstel van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf wordt afgewezen en waarin een einddatum van de detentie wordt genoemd van 22 februari 2019. Daaruit volgt volgens de opgeëiste persoon dat hij het in het EAB genoemde feit op 19 december 2018 niet gepleegd kan hebben, omdat hij toen gedetineerd was. De rechtbank is van oordeel dat de opgeëiste persoon dit, anders dan de OLW vereist, niet tijdens het verhoor ter zitting heeft aangetoond. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de opgeëiste persoon hiermee niet heeft aangetoond dat hij het feit onmogelijk kan hebben gepleegd. Zo is niet uitgesloten dat aan de opgeëiste persoon na de beschikking van 20 september 2018 verlof is verleend in het kader van bijvoorbeeld detentiefasering of op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden.



De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering.





6Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
In haar tussenuitspraak van 27 december 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat in de Zagreb Remand Prison een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling voor personen die aldaar voorlopig gehecht worden.


De rechtbank stelt vast dat uit de aanvullende informatie van 6 juni 2024 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk zal worden gedetineerd in de Remand Prison in Požega en dus niet in Zagreb Remand Prison. Naar het oordeel van de rechtbank vormen de detentieomstandigheden in deze zaak dus geen beletsel voor overlevering.





7Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





8Toepasselijke wetsartikelen


De artikelen 225 en 231 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.





9Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan door the Municipal Court in Slavonski Brod (Kroatië ) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.




Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 juli 2024.




































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4340.


ECLI:NL:RBAMS:2023:8493.