Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2024:4145
2024-07-10
Civiel recht; Insolventierecht
C/13/749346 / FT RK 24/371
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing faillissementsverzoek. Niet summierlijk aangetoond dat de Belastingdienst een vordering op gerekestreerde heeft die als steunvordering kan gelden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:488 Hoge Raad 24-03-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.798 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaak-/rekestnummer: C/13/749346 / FT RK 24/371
uitspraakdatum: 10 juli 2024
Afwijzing faillietverklaring
Ter griffie van deze rechtbank is op 16 april 2024 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:
De heer [verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. C.A.M.H. Vink.
Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap
[betrokkene] B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
statutair gevestigd te [adres]
.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 juli 2024. Namens verzoeker is gehoord ter zitting mr. J. Veltheer, advocaat te Amsterdam. Namens gerekestreerde is niemand verschenen.
Beoordeling
Verzoeker heeft voldoende aangetoond dat sprake is van een vorderingsrecht. Daarnaast is verzoeker van mening dat de vordering van de Belastingdienst inzake loonheffing over de (niet uitbetaalde) salarissen van de maanden maart 2023 tot en met maart 2024 als steunvordering kan worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 6 lid 3 Fw verlangt dat summierlijk is gebleken van een steunvordering. De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, wordt gesteld omdat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder zijn gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. (o.a. HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:488).
Verzoeker heeft in dit geval onvoldoende summierlijk aangetoond dat de Belastingdienst een vordering op gerekestreerde heeft die als steunvordering kan gelden. Er dienen immers nog verschillende ‘beoordelingsstappen’ te worden gezet voordat kan worden vastgesteld dat sprake is van een steunvordering van de Belastingdienst. Zo moet onder meer worden onderzocht of sprake is van ‘inbaarheid’ van de salarisvordering. Voor een feitelijk onderzoek naar de vraag of deze situatie zich voordoet, is binnen het bestek van het faillissementsrecht geen plaats. Op dit moment is niet summierlijk gebleken van het bestaan van een steunvordering, waardoor dus niet is voldaan aan het vereiste van artikel 6 lid 3 Fw.
Het verzoek moet dan ook worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.
Afdeling privaatrecht
zaak-/rekestnummer: C/13/749346 / FT RK 24/371
uitspraakdatum: 10 juli 2024
Afwijzing faillietverklaring
Ter griffie van deze rechtbank is op 16 april 2024 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:
De heer [verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. C.A.M.H. Vink.
Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap
[betrokkene] B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
statutair gevestigd te [adres]
.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 juli 2024. Namens verzoeker is gehoord ter zitting mr. J. Veltheer, advocaat te Amsterdam. Namens gerekestreerde is niemand verschenen.
Beoordeling
Verzoeker heeft voldoende aangetoond dat sprake is van een vorderingsrecht. Daarnaast is verzoeker van mening dat de vordering van de Belastingdienst inzake loonheffing over de (niet uitbetaalde) salarissen van de maanden maart 2023 tot en met maart 2024 als steunvordering kan worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 6 lid 3 Fw verlangt dat summierlijk is gebleken van een steunvordering. De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, wordt gesteld omdat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder zijn gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. (o.a. HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:488).
Verzoeker heeft in dit geval onvoldoende summierlijk aangetoond dat de Belastingdienst een vordering op gerekestreerde heeft die als steunvordering kan gelden. Er dienen immers nog verschillende ‘beoordelingsstappen’ te worden gezet voordat kan worden vastgesteld dat sprake is van een steunvordering van de Belastingdienst. Zo moet onder meer worden onderzocht of sprake is van ‘inbaarheid’ van de salarisvordering. Voor een feitelijk onderzoek naar de vraag of deze situatie zich voordoet, is binnen het bestek van het faillissementsrecht geen plaats. Op dit moment is niet summierlijk gebleken van het bestaan van een steunvordering, waardoor dus niet is voldaan aan het vereiste van artikel 6 lid 3 Fw.
Het verzoek moet dan ook worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.