Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2024:3886

2024-06-11 Bestuursrecht AWB - 23 _ 1536
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-06-11
Publicatiedatum
2024-07-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AWB - 23 _ 1536
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak naheffingsaanslag parkeerbelasting. De naheffingsaanslag is in bezwaar al vernietigd. Eiseres heeft daarom geen procesbelang meer. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres kon echter niet weten dat de naheffingsaanslag in bezwaar al was vernietigd. De heffingsambtenaar moet daarom het griffierecht en de proceskosten van eiseres vergoeden. Ook krijgt eiseres een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.834 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht


zaaknummer: AMS 23/1536


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 juni 2024 in de zaak tussen

Truck Care Amsterdam C.V., te Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde van eiser] ),


en


de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde van verweerder] ).



Procesverloop


Op 20 mei 2022 heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiseres opgelegd.



Met een uitspraak op bezwaar van 20 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2024. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.



Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep niet-ontvankelijk;


veroordeelt de heffingsambtenaar om aan eiseres een immateriële schadevergoeding van € 500,- te betalen;


draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;


veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 6,-.





Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag opgelegd, omdat een auto met een kenteken op naam van eiseres op [datum] 2022 om 13:50 uur geparkeerd stond ter hoogte van de [adres] [huisnummer] , terwijl daarvoor geen of te weinig parkeerbelasting was betaald.

3. Op 2 juni 2022 heeft eiseres twee keer bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Eiseres heeft haar bezwaarschrift naar twee afzonderlijke adressen verzonden. Bij een van deze bezwaarschriften heeft eiseres een huurovereenkomst gevoegd. Naar aanleiding van deze huurovereenkomst heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag vernietigd. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

4. De rechtbank ziet aanleiding de heffingsambtenaar op te dragen het griffierecht aan eiseres te vergoeden en de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Eiseres was namelijk niet bekend met de vernietiging van de naheffingsaanslag en zij kon hiermee ook niet bekend zijn. Eiseres heeft toegelicht dat de heffingsambtenaar haar niet over de vernietiging heeft ingelicht. De heffingsambtenaar heeft geen bewijs van de vernietiging van de naheffingsaanslag kunnen overleggen.

5. Eiseres heeft primair verzocht om een forfaitaire vergoeding van door een derde beroepsmatig verleende bijstand. Subsidiair heeft eiseres verzocht om vergoeding van verletkosten ter hoogte van € 30,- en reiskosten ter hoogte van € 7,-.

6. Naar het oordeel van de rechtbank komt eiseres niet in aanmerking voor een forfaitaire vergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank overweegt hiertoe dat het Hof Amsterdam al meermalen heeft overwogen dat niet is gebleken dat de gemachtigde van eiseres beroepsmatig rechtsbijstand verleent. In deze zaak heeft de gemachtigde geen bewijzen overgelegd waaruit het tegendeel blijkt.

7. De rechtbank is verder van oordeel dat ook de gevraagde verletkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Eiseres heeft deze kosten namelijk niet aannemelijk gemaakt.

8. Over de gevraagde reiskosten oordeelt de rechtbank anders. Eiseres heeft gesteld dat de kosten 6, 7 of 8 euro bedroegen. Nu de kosten niet zijn onderbouwd, maar wel aannemelijk is dat kosten zijn gemaakt, gaat de rechtbank uit van het kleinste bedrag dat door eiseres is genoemd. De rechtbank zal de heffingsambtenaar daarom opdragen deze kosten van € 6,- aan eiseres te vergoeden.

9. Tot slot heeft eiseres de rechtbank verzocht haar een schadevergoeding toe te kennen vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

10. Een redelijke termijn voor de behandeling van een zaak in bezwaar en beroep gezamenlijk is in de regel twee jaar na het indienen van het bezwaarschrift, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In dit geval heeft de heffingsambtenaar het bezwaarschrift ontvangen op 3 juni 2022. Bij het doen van deze uitspraak is de redelijke termijn van twee jaar overschreden met acht dagen en heeft eiseres dus recht op een schadevergoeding.

11. Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding is de vergoedingsnorm € 500,- per (afgerond) half jaar overschrijding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres dan ook recht op een schadevergoeding van € 500,-. De overschrijding van de redelijke termijn is volledig te wijten aan de heffingsambtenaar. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar daarom tot betaling van € 500,-.

12. Tijdens de zitting is gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep, zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.


Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier, op 11 juni 2024.



griffier rechter




De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen




Afschrift verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.


Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Zie bijvoorbeeld de uitspraken van het Hof Amsterdam van 7 februari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:416, van 15 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2295 en van
16 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1336.