Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2024:1217

2024-02-29 Civiel recht; Verbintenissenrecht 9907331 EL 22-46
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-02-29
Publicatiedatum
2024-03-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
9907331 EL 22-46
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Effectenleasezaken

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.187 tekens)
Vonnis



RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer 9907331 EL 22-46




vonnis van de kantonrechter van 29 februari 2024




in de zaak van






[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [plaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),



tegen




de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals.



Partijen worden hierna [eiseres] en Dexia genoemd.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenvonnis van 9 november 2023;


de akte uitlaten bewijs van [eiseres] van 11 januari 2024;


de akte uitlaten productie van Dexia van 6 februari 2024.





1.2.
Hierna is vonnis bepaald.






2De verdere beoordeling


2.1.

[eiseres] doet een beroep op de vernietiging van de overeenkomsten op grond van artikel 1:88/89 BW. Dexia heeft naar aanleiding daarvan aangevoerd dat de bevoegdheid tot die vernietiging is verjaard. Dit wordt door [eiseres] betwist. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter aan [eiseres] verzocht om een nadere toelichting over de (financiële) gang van zaken in het huishouden van contractant (verder: [contractant] ) en [eiseres] ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten. Bij akte heeft [eiseres] schriftelijke verklaringen overgelegd zoals verzocht.



2.2.
In het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2023 ECLI:NL:RBAMS:2023:1221 is het toetsingskader voor zaken als de onderhavige, weergegeven. Beoordeling van deze zaak aan de hand van dat toetsingskader leidt tot het volgende.



2.3.
Voor de beoordeling van het beroep op verjaring door Dexia is van belang op welk tijdstip [eiseres] daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomsten. Het verjaringsberoep van Dexia kan alleen slagen wanneer Dexia daarvoor voldoende stelt en onderbouwt. Om Dexia daartoe in staat te stellen moet [eiseres] voldoende gegevens verstrekken over de (financiële) gezinssituatie en andere feiten, die relevant kunnen zijn voor het vaststellen van het tijdstip van daadwerkelijke bekendheid van [eiseres] met de overeenkomsten. Doet [eiseres] dat niet dan heeft zij het verweer tegen het verjaringsberoep onvoldoende onderbouwd.



2.4.
Eerst zal worden beoordeeld of [eiseres] haar verweer tegen het verjaringsberoep van Dexia voldoende heeft onderbouwd.



2.5.
Door [eiseres] zijn schriftelijke verklaringen van haarzelf en van [contractant] overgelegd, waarin staat vermeld dat deze zijn opgesteld op basis van antwoorden die elk van hen buiten aanwezigheid van de ander heeft gegeven in een telefoongesprek met hun gemachtigde.


2.5.1.

In de verklaring van [eiseres] staat vermeld:

“a. Hoe was in de betreffende periode de samenstelling van het gezin van de contractant en de echtgenoot, en wat was hun beroep en leeftijd (en het beroep/de opleiding en leeftijd van eventuele kinderen)?





In 1998 waren wij getrouwd. Wij hebben samen vier kinderen gekregen, onze dochter is helaas overleden vlak na de geboorte. Ik was thuis met de kinderen. Ik had altijd gewerkt in het onderwijs. Mijn man was beroepsmusicus, als zelfstandige en werkte bij het orkest van defensie.




b. Op welke wijze is (zijn) het (de) in de procedure betrokken effectenleasecontract(en) (hierna: de contracten) tot stand gekomen? Is in verband daarmee een tussenpersoon thuis op bezoek gekomen? Zo ja, wie waren daarbij aanwezig?




Daar had ik geen idee van.




c. Uit welke bron(nen) en van welke bankrekening(en) kwam het geld voor de inleg vandaan?




Dat weet ik ook niet.




d. Op welk tijdstip, op welke wijze en op welke plaats kreeg de echtgenoot (niet zijnde de


contractant) wetenschap van het bestaan van de contracten?




Ik weet nog precies waar hij dat vertelde, dat was thuis in de muziekruimte. Hij vertelde dat er iets niet goed was gegaan en dat het geld ging kosten. Dat sloeg wel even in en ik was wel


geschrokken maar ook verbaasd. Hij zat er zelf ook mee. Uiteindelijk kon ik daar niets aan doen, ik wist er niets van.




e. Welke bankrekeningen hadden de contractant en de echtgenoot? En per bankrekening:


- op welke na(a)m(en) was deze gesteld,


- wie had daarvan een pas?


- voor welke uitgaven/betalingen werd deze bankrekening gebruikt?




Ik had een eigen bankrekening en mijn man had eigen rekeningen ook voor zijn werk. Ik bemoeide mij totaal niet met de rekeningen en financiën. Ik weet niet welke rekening waarvoor precies was, mijn man regelde dat.




f. Welke inkomsten(bronnen) hadden de contractant en de echtgenoot en op welke bankrekening(en) werden deze inkomsten gestort?




Mijn man was kostwinnaar. Het geld kwam binnen op zijn rekening. De kinderbijslag kwam op mijn eigen rekening binnen. Andere inkomsten had ik niet.




g. Wie verzorgde in het betreffende huishouden de financiële administratie en op welke wijze


gebeurde dat?




Wij hadden een traditionele rolverdeling. Mijn man regelde alle financiën. Ik deed een beetje aan struisvogelpolitiek, ik bemoeide mij er totaal niet mee en vertrouwde hem dat het goed ging.




h. Wie van beiden (contractant en echtgenoot) deed welke soort betalingen?




Veel betalingen deed ik niet. De boodschappen deden wij vaak samen, mijn man betaalde dan met zijn rekening. Van de kinderbijslag kon ik uitgaven voor de kinderen doen. De rest regelde mijn man.




i. Wie van beiden (contractant en echtgenoot) opende(n) enveloppen met bankdagafschriften? Waar werden deze opgeborgen? Wie van beiden heeft ooit (hetzij na ontvangst, hetzij op een later tijdstip) inzage gehad in een of meer bankafschriften?




Post gaf ik aan mijn man, dat ging naar de werkkamer. Daar verwerkte hij de post. Post van Dexia is mij niet opgevallen. Op de bankafschriften keek ik niet, enkel wel eens naar mijn eigen afschriften. Betalingen aan Dexia heb ik niet gezien.




j. Wie verzorgde de belastingaangifte van de contractant en de echtgenoot, en wie ondertekende deze?




De belastingaangifte regelde mijn man met de accountant. Ik hoefde daar niets voor te doen en keek daar ook niet naar om. Tekenen hoefde ik volgens mij niet.




k. Hebben de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een hypothecaire lening of andere lening afgesloten? En is daarbij de aanwezigheid van de contracten aan de orde gekomen?




Wij hadden een koophuis. Mijn man regelde dat soort zaken altijd. Wij hebben eens verbouwd maar dat ging zonder problemen.




1. Hadden de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een pensioenvoorziening, een lijfrentepolis, een belegging in aandelen of een soortgelijke vermogensvoorziening?




Ik had een pensioen opgebouwd toen ik nog werkte. Mijn man had geen regeling omdat hij zelfstandige was. Volgens mij was er verder niets geregeld.




m. Over welke uitgaven beslisten de contractant en de echtgenoot gezamenlijk?




Als er iets over de kinderen besloten moest worden of over het huis, dan bespraken wij dat samen. Maar genoeg zaken liet ik aan mijn man over, zoals een auto of iets dergelijks.”





2.5.2.

In de verklaring van [contractant] staat vermeld:

“a. Hoe was in de betreffende periode de samenstelling van het gezin van de contractant en de echtgenoot, en wat was hun beroep en leeftijd (en het beroep/de opleiding en leeftijd van eventuele kinderen)?





Ten tijde van het afsluiten van de eerste overeenkomst was ik 45 jaar oud. Getrouwd met mijn, inmiddels, ex-vrouw en samen hebben wij vier kinderen, geboren in 82, 84, 86, 90. De oudste is helaas overleden. Ik was dirigent, als zelfstandige. Mijn vrouw was huisvrouw en zorgde voor de kinderen. Zij was onderwijzeres geweest.




b. Op welke wijze is (zijn) het (de) in de procedure betrokken effectenleasecontract(en) (hierna: de contracten) tot stand gekomen? Is in verband daarmee een tussenpersoon thuis op bezoek gekomen? Zo ja, wie waren daarbij aanwezig?




Ik had destijds een gesprek gehad met mijn oudste broer, hij was belastingdeskundige en financieel onderlegd. Hij had iets lopen bij Dexia, toen nog Legio Lease, en hij was daar erg positief over. Ik heb hem toen gevraagd of het verstandig was om ook iets af te sluiten, of het geen risico was. Ik wilde gaan sparen voor mijn pensioen, als zzp'er had ik namelijk geen pensioenopbouw. Met de overeenkomsten was het rendement veel hoger. Ik heb toen een folder ingevuld en opgestuurd. Met mijn vrouw heb ik het niet besproken. Ik regelde dit soort zaken en mijn vrouw had hier geen interesse in.




c. Uit welke bron(nen) en van welke bankrekening(en) kwam het geld voor de inleg vandaan?




Dat werd afgeschreven van de en/of rekening met [rekeningnummer] . Dat was mijn zakelijke rekening.




d. Op welk tijdstip, op welke wijze en op welke plaats kreeg de echtgenoot (niet zijnde de


contractant) wetenschap van het bestaan van de contracten?




Dat was toen ik na vijf jaar betalen geen geld terugkreeg maar geld moest bijbetalen. Dat ik het met mijn vrouw deelde kwam voort uit een soort frustratie en teleurstelling. Het was een flinke tegenvaller. Wij hebben geen woorden gehad, zij vond het natuurlijk niet leuk maar ik heb haar uitgelegd hoe het is gegaan.




e. Welke bankrekeningen hadden de contractant en de echtgenoot? En per bankrekening:


- op welke na(a)m(en) was deze gesteld?


-wie had daarvan een pas?


- voor welke uitgaven/betalingen werd deze bankrekening gebruikt?




Er waren meerdere rekeningen. Ik had mijn zakelijke rekening. Er was nog een en/of rekening voor het huishouden. Ik had ook een eigen rekening en mijn vrouw ook. Wij waren wel gemachtigd voor elkaars rekening. Voor het geval er iets met ons zou gebeuren. Of we ook van elkaars rekening een bankpasje hadden weet ik niet meer.




f. Welke inkomsten(bronnen) hadden de contractant en de echtgenoot en op welke bankrekening(en) werden deze inkomsten gestort?




Het geld wat ik verdiende met de orkesten werd gestort op de zakelijke rekening en dan maakte ik geld over naar de privérekening voor de vaste lasten.




g. Wie verzorgde in het betreffende huishouden de financiële administratie en op welke wijze


gebeurde dat?




Ik betaalde alle vaste lasten en rekeningen, dat deed ik vanaf mijn eigen rekening waar ik geld naar over boekte. Ik zorgde dat er voldoende geld op de rekening stond. De zakelijke kosten werden voldaan vanaf mijn zakelijke rekening. Ook controleerde ik alle betalingen.




h. Wie van beiden (contractant en echtgenoot) deed welke soort betalingen?




Alles vaste lasten regelde ik. De boodschappen konden wij beiden doen of deden wij samen. De en/of rekening werd niet door mijn vrouw gebruikt. Zij gebruikte haar eigen rekening.




i. Wie van beiden (contractant en echtgenoot) opende(n) enveloppen met bankdagafschriften? Waar werden deze opgeborgen? Wie van beiden heeft ooit (hetzij na ontvangst, hetzij op een later tijdstip) inzage gehad in een of meer bankafschriften?




Post opende ik zelf, er waren geen geheimen maar zij had er gewoon geen interesse in. Alle post ging naar de werkkamer, of ik legde het er zelf neer. Ook de bankafschriften van de en/of rekeningen en mijn rekeningen opende ik zelf. Daar keek mijn vrouw niet naar om. Omdat ik werkte voor het militair orkest was ik altijd op tijd thuis. De post trof ik dan ook als eerste aan. Ik heb nooit vragen gehad over post of betalingen van of aan Dexia van mijn vrouw.




j. Wie verzorgde de belastingaangifte van de contractant en de echtgenoot, en wie ondertekende deze?




De belastingaangifte werd verzorgd door de accountant. Dat was niet mijn broer; ik hield zakelijk en privé gescheiden. Wij hoefde er beiden niets voor te doen, ik leverde alle stukken aan die nodig waren en dat was het.




k. Hebben de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een hypothecaire lening of andere lening afgesloten? En is daarbij de aanwezigheid van de contracten aan de orde gekomen?




Wij kochten ons huis in 1983. Wij hebben daarna de hypotheek eens verhoogd, maar dat regelde ik zelf, mijn vrouw moest alleen een handtekening zetten. Dat was allemaal voordat ik de overeenkomsten met Dexia sloot. Andere leningen hebben wij niet gehad.




1. Hadden de contractant en/of de echtgenoot in de betreffende periode een pensioenvoorziening, een lijfrentepolis, een belegging in aandelen of een soortgelijke vermogensvoorziening?




Ik bouwde geen pensioen op als ZZP'er. Bij het orkest (KMK JWF) had ik een klein pensioen opgebouwd maar dat was niet voldoende en wilde ik graag aanvullen. Mijn vrouw had wel een pensioen opgebouwd. Bij defensie heb ik een spaarloonregeling gehad en dat werd uiteindelijk een lijfrente.




m. Over welke uitgaven beslisten de contractant en de echtgenoot gezamenlijk?




Samen spraken wij over zaken als de verbouwingen voor het huis, maar daar waren we het meestal wel snel over eens. Ik had een auto van de zaak dus die hoefde niet gekocht te worden. En dingen voor in huis, als een wasmachine daar was altijd budget voor.”






2.6.
Dexia voert in de onderhavige zaak onder meer aan dat geen van doorslaggevende aard zijnde bewijskracht mag worden toegekend aan de door [eiseres] en [contractant] afgelegde schriftelijke verklaringen, nu deze onvoldoende zijn getoetst om enige consequenties aan te kunnen verbinden. Bovendien geven de schriftelijke verklaringen blijk van beperkte concrete herinneringen aan relevantie feiten van [eiseres] en [contractant] .



2.7.
Dexia verliest hierbij echter uit het oog dat [eiseres] niet hoeft te bewijzen wanneer zij daadwerkelijk kennisnam van het bestaan van de overeenkomsten. Zoals hiervoor reeds is overwogen rust die bewijslast op Dexia. Wel mag van [eiseres] worden verwacht dat het verweer tegen het verjaringsberoep van Dexia zo goed is onderbouwd als in het gegeven geval redelijkerwijs van [eiseres] kan worden verlangd. Nu echter gesteld noch gebleken is dat in dit geval aan [eiseres] ook andere bronnen of aanknopingspunten ter beschikking staan dan de herinneringen van [eiseres] en [contractant] zelf, kan van [eiseres] niet worden verlangd dat deze het verweer op iets anders baseert dan op die herinneringen.


2.8.

Voor zover Dexia aanvoert dat het verweer tegen het beroep op verjaring onvoldoende is onderbouwd wordt zij hierin niet gevolgd. De door [eiseres] en [contractant] in hun verklaringen gegeven informatie over hun gezinssituatie, over het beheer van de gezinsfinanciën en over de informatievoorziening omtrent die financiën, onderbouwt voldoende het verweer van [eiseres] dat zij in elk geval niet vóór 13 maart 2000 bekend is geworden met de overeenkomsten. Niet gebleken is dat [eiseres] en [contractant] op relevante punten méér kunnen verklaren dan zij hebben gedaan, zoals ook wel blijkt uit het proces-verbaal van getuigenverhoor uit 2010. Het betoog van Dexia betreffende deze verklaringen berust slechts op aannames en veronderstellingen die niet concreet zijn onderbouwd.
Dat [contractant] en [eiseres] zich niet meer herinneren op welk moment precies na 13 maart 2000 [eiseres] daadwerkelijk met de overeenkomsten bekend is geworden is geen reden om de verklaringen als onvolledig of ongeloofwaardig aan te merken. Dit betreft immers een omstandigheid die ongeveer twintig jaar geleden heeft plaatsgevonden, op een moment waarop [contractant] en [eiseres] zich niet bewust waren van het belang van het tijdstip waarop dit plaatsvond, terwijl het einde van de overeenkomsten, het moment waarop [contractant] ontdekte dat de overeenkomsten niet opbrachten wat ze zouden hebben moeten doen, sowieso gelegen is na 13 maart 2000.
Dat de verklaringen van beide echtgenoten verder op enkele punten zouden verschillen van de in 2010 afgelegde verklaringen is van onvoldoende gewicht om deze als ongeloofwaardig terzijde te schuiven. Daarbij is van belang dat het punten betreft die niet direct van invloed zijn op de beantwoording van de vraag wanneer [eiseres] bekend is geworden met de overeenkomsten en dat het om feiten gaat die zich lang geleden hebben voorgedaan (vergelijk gerechtshof Amsterdam 17 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1288 en gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3961).




2.9.
Dexia heeft tegenover de toelichting door [eiseres] onvoldoende concrete feiten of omstandigheden genoemd die, indien zij komen vast te staan, kunnen bijdragen aan de conclusie dat [eiseres] op een eerdere datum dan 13 maart 2000 daadwerkelijk bekend was met de overeenkomsten. Daarom heeft Dexia, gelet op de toelichting door [eiseres] , haar stellingen onvoldoende onderbouwd. Om die reden wordt het bewijsaanbod van Dexia gepasseerd en heeft als uitgangspunt te gelden dat Eega niet op een eerdere datum dan 13 maart 2000 daadwerkelijk bekend was met de overeenkomsten.



2.10.
Het beroep van Dexia op verjaring van de bevoegdheid tot vernietigen slaagt dus niet.



De vorderingen van [eiseres]




2.11.
Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomsten met nummer [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] en [overeenkomstnummer] zijn vernietigd toewijsbaar is.


2.12.
Dexia dient aan [eiseres] ter zake van de overeenkomsten te betalen al hetgeen [contractant] ter zake van de overeenkomsten aan Dexia heeft betaald, verminderd met al hetgeen hij ter zake van deze overeenkomsten van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet is weersproken.



Wettelijke rente en proceskosten





2.13.
De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde vanaf een termijn van vier weken na de vernietigingsbrief, waarna er immers redelijkerwijs vanuit mocht worden gegaan dat Dexia niet in de vernietiging berustte, zijnde 6 december 2005.



2.14.
De gevorderde wettelijke rente ter zake van de overeenkomsten met nummer [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] en [overeenkomstnummer] is toewijsbaar als volgt.


2.14.1.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald minus hetgeen van Dexia is ontvangen.



2.14.2.
Telkens indien na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald ter zake van deze overeenkomst(en), is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.



2.14.3.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van de voldoening van al hetgeen Dexia op grond van de hiervoor onder 2.12. bedoelde berekeningswijze verschuldigd is.



2.14.4.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.



2.15.
Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding.


2.16.
Dexia zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (inclusief nakosten) die in verband met bovenstaande vorderingen zijn gemaakt aan de zijde van [eiseres] . De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 125,03
- griffierecht € 86,00
- salaris gemachtigde € 677,50 (2,5 x tarief € 271,00)
- nakosten € 135,00
totaal € 1.023.53.







3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomsten met nummer [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] , [overeenkomstnummer] en [overeenkomstnummer] zijn vernietigd,


3.2.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] ter zake deze overeenkomsten te betalen hetgeen Dexia op grond van de hiervoor in rov. 2.12. bedoelde berekening verschuldigd is,


3.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomsten op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 2.13. en 2.14.,


3.4.

veroordeelt Dexia in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen en
tot op heden begroot op € 1.023,53, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving
daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt
betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,




3.5.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;


3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.





Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.



















typ: ksf