Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2023:8740
2023-05-16
Strafrecht; Strafprocesrecht
C/13/733670 / HA RK 23-156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot verschoning toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.594 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/733670 / HA RK 23-156 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. M. van Mourik, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1Verloop van de procedure
1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 96/005688-23 een strafzaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter.
2Het verzoek
2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter zich niet vrij voelt om onbevooroordeeld deze strafzaak te behandelen.
3De beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in de artikelen 517 en 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij de vader van de verdachte kent omdat hij haar vroegere buurman is.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 96/005688-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte;
de rechter,
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 16 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/733670 / HA RK 23-156 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. M. van Mourik, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1Verloop van de procedure
1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 96/005688-23 een strafzaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter.
2Het verzoek
2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter zich niet vrij voelt om onbevooroordeeld deze strafzaak te behandelen.
3De beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in de artikelen 517 en 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij de vader van de verdachte kent omdat hij haar vroegere buurman is.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 96/005688-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte;
de rechter,
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 16 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.