Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2023:7431
2023-11-30
Civiel recht
10547280 CV EXPL 23-8324
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huurzaak; Huur van een parkeerplaats. De kantonrechter ziet af van het in het tussenvonnis uitgesproken voornemen tot ambtshalve toetsing. Verhuurder heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat huurder geen consument is, maar dat huurder de parkeerplaats huurt in de uitoefening van haar bedrijf.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.204 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10547280 CV EXPL 23-8324
vonnis van: 30 november 2023
fno.: 33623
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
Gemeente Amsterdam
gevestigd te Amsterdam
eiseres
gemachtigde: van Twuijver Incasso B.V.
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen
Verder verloop van de procedure
Op 13 juli 2023 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte, inclusief het tussenvonnis aan gedaagde partij toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze gedaagde partij hierop kon reageren. Eisende partij heeft de aan gedaagde partij tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van gedaagde is geen reactie ontvangen.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Beoordeling
1. In voornoemd tussenvonnis is overwogen dat de kantonrechter voornemens is de in dat tussenvonnis geciteerde bedingen te vernietigen vanwege hun oneerlijke karakter.
2. Het betreft de volgende bedingen: 3.4, 4.9 en 4.11 van de stallingsovereenkomst.
3. Volgens eisende partij heeft de vordering geen betrekking op een consument. Eiseres stelt dat gedaagde de onderhavige parkeerplaats heeft gehuurd in de uitoefening van haar bedrijf. Eisende partij heeft daartoe verwezen naar een door gedaagde ingevuld aanvraagformulier voor een abonnement aanvraag voor de parkeerplaats.
4. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde op de aanvraag voor het abonnement op de parkeerplaats onder de vraag ‘Wat voor soort abonnement wilt u?’ heeft ingevuld: ‘kantoor’. Dat is in lijn met het bij akte door eiseres ingenomen standpunt. Gedaagde is ook niet in de procedure verschenen om duiding of uitleg bij het aanvraagformulier te geven. Eiseres heeft daarmee voldoende gesteld en onderbouwd dat de huurovereenkomst niet is gesloten met gedaagde als consument, zodat geen ambtshalve toetsing aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht hoeft plaats te vinden.
De vordering
5. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.
6. Eisende partij heeft rente over rente gevorderd. Deze vordering wordt afgewezen, nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat daarbij is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:119 lid 3 BW.
7. De wettelijke rente die is gevorderd over de buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen, nu eisende partij hiertoe onvoldoende heeft gesteld.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om te betalen aan eiseres:
a) € 1.991,98 ter zake van achterstallige huur, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 mei 2023 tot de voldoening;
b) € 318,90 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;
c) € 271,85 aan wettelijke rente, berekend tot 11 mei 2023;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 107,32 aan explootkosten, € 232,00 aan salaris gemachtigde en € 487,00 aan griffierecht, voor zover van toepassing, inclusief BTW;
veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10547280 CV EXPL 23-8324
vonnis van: 30 november 2023
fno.: 33623
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
Gemeente Amsterdam
gevestigd te Amsterdam
eiseres
gemachtigde: van Twuijver Incasso B.V.
t e g e n
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen
Verder verloop van de procedure
Op 13 juli 2023 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte, inclusief het tussenvonnis aan gedaagde partij toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze gedaagde partij hierop kon reageren. Eisende partij heeft de aan gedaagde partij tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van gedaagde is geen reactie ontvangen.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Beoordeling
1. In voornoemd tussenvonnis is overwogen dat de kantonrechter voornemens is de in dat tussenvonnis geciteerde bedingen te vernietigen vanwege hun oneerlijke karakter.
2. Het betreft de volgende bedingen: 3.4, 4.9 en 4.11 van de stallingsovereenkomst.
3. Volgens eisende partij heeft de vordering geen betrekking op een consument. Eiseres stelt dat gedaagde de onderhavige parkeerplaats heeft gehuurd in de uitoefening van haar bedrijf. Eisende partij heeft daartoe verwezen naar een door gedaagde ingevuld aanvraagformulier voor een abonnement aanvraag voor de parkeerplaats.
4. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde op de aanvraag voor het abonnement op de parkeerplaats onder de vraag ‘Wat voor soort abonnement wilt u?’ heeft ingevuld: ‘kantoor’. Dat is in lijn met het bij akte door eiseres ingenomen standpunt. Gedaagde is ook niet in de procedure verschenen om duiding of uitleg bij het aanvraagformulier te geven. Eiseres heeft daarmee voldoende gesteld en onderbouwd dat de huurovereenkomst niet is gesloten met gedaagde als consument, zodat geen ambtshalve toetsing aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht hoeft plaats te vinden.
De vordering
5. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.
6. Eisende partij heeft rente over rente gevorderd. Deze vordering wordt afgewezen, nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat daarbij is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:119 lid 3 BW.
7. De wettelijke rente die is gevorderd over de buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen, nu eisende partij hiertoe onvoldoende heeft gesteld.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om te betalen aan eiseres:
a) € 1.991,98 ter zake van achterstallige huur, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 mei 2023 tot de voldoening;
b) € 318,90 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;
c) € 271,85 aan wettelijke rente, berekend tot 11 mei 2023;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 107,32 aan explootkosten, € 232,00 aan salaris gemachtigde en € 487,00 aan griffierecht, voor zover van toepassing, inclusief BTW;
veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.