Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:7368

2023-11-07 Bestuursrecht 23/3353
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2023-11-07
Publicatiedatum
2023-11-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
23/3353
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Viditax (FutD) 2023120603 | FutD 2023-3150

Inhoudsindicatie

WOZ. Mondelinge uitspraak. Gegrond. Er kan gelet op de voorgaande feiten niet gesproken worden van een zorgvuldig onderzoek in aanloop naar de uitspraak op bezwaar. De heffingsambtenaar dient dit alsnog te doen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.362 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht


zaaknummer: AMS 23/3353


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
7 november 2023 in de zaak tussen


[eiseres] te Abcoude, eiseres,


en


de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen , verweerder
(gemachtigde: mr. T.C. Wildenbeest).




Procesverloop


De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 25 februari 2023 de WOZ-waarde van de onroerende zaken [adres] en [adres 2] , te Amstelveen voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op respectievelijk € 37.000,- en € 349.000,-. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2023 bekendgemaakt.



Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Op 1 mei 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2023.
Eiseres was aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.



Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt de bestreden uitspraak;


draagt de heffingsambtenaar op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;


draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden.






Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat de besluitvorming van de heffingsambtenaar onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Met een e-mail van 7 april 2023 heeft eiseres kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de WOZ-aanslag voor het [adres 2] in Amstelveen. In de e-mail heeft eiseres de heffingsambtenaar ook gevraagd om eerst telefonisch te bekijken of onderling tot een overeenstemming kan worden gekomen. Indien dit niet zo is, dan wenst eiseres haar bezwaargronden schriftelijk in te dienen. De heffingsambtenaar heeft deze e-mail aangemerkt als een pro-forma bezwaarschrift. Eiseres is vervolgens door de heffingsambtenaar, althans door een taxateur, – zonder dat voorafgaand een afspraak was gemaakt – gebeld. De rechtbank kan zich voorstellen dat eiseres zich hierdoor overvallen heeft gevoeld en niet al haar bezwaargronden adequaat heeft kunnen bespreken, zoals door eiseres is betoogd. De heffingsambtenaar heeft desondanks enkele dagen na het telefoongesprek de bestreden uitspraak genomen. Eiseres is geen gelegenheid meer gegeven om haar bezwaargronden schriftelijk in te dienen.

3. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het voorgaande niet gesproken worden van een zorgvuldig onderzoek in aanloop naar de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft op zitting met partijen besproken over het verdere verloop van de procedure. De heffingsambtenaar heeft bepleit om eiseres haar gronden tegen de WOZ-waarde in deze beroepsprocedure te laten indienen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak hiervoor aan te houden en overweegt daartoe als volgt. Op zitting heeft eiseres aangevoerd dat het object [adres 2] heel slecht is onderhouden en dat de kwaliteit van de woning ook schrikbarend is. De heffingsambtenaar heeft niet uitgesloten dat dit eventueel effect zou kunnen hebben op de waarde van het object. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat in het belastingrecht de bezwaarfase de meest geschikte fase is voor partijen om de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan te bespreken. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan in dit geval af te wijken. Uit wat eiseres op zitting naar voren heeft gebracht, blijkt dat tussen partijen de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan nog in geschil zijn.

4. Ter informatie geeft de rechtbank eiseres nog het volgende mee. Eiseres heeft op zitting meerdere argumenten gegeven waarom de kwaliteit en onderhoud van haar woning slecht is. Indien eiseres deze stelling in bezwaar nader wenst te onderbouwen, is een van de mogelijkheden om foto’s te overleggen van de staat van de woning.



Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is dus gegrond. Hoewel de rechtbank de taak heeft het geschil zo veel mogelijk definitief te beslechten, kan onder deze omstandigheden niet op de inhoud van de zaak worden ingegaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden. De feiten zijn kennelijk nog onderwerp van geschil. Daarmee heeft de bezwaarfase mogelijk nog meerwaarde, naast de mogelijkheid van een (eventueel) onderzoek ter zitting in beroep. Om die reden ziet de rechtbank in dit geval geen reden om van de terugwijsregel af te wijken en zal daarom volstaan met een vernietiging van de uitspraak op bezwaar. De heffingsambtenaar moet eiseres alsnog in de gelegenheid stellen om haar gronden in te dienen en opnieuw uitspraak op het bezwaar doen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken nadat eiseres haar bezwaargronden heeft ingediend.

6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de heffingsambtenaar aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.S. van Limburg Stirum, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier, op 7 november 2023.








griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel


Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam.




Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1011.


De rechtbank verwijst voor dit oordeel naar het arrest van de Hoge Raad van 15 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3751.