Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2023:7167
2023-10-23
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/13/739170 / KG ZA 23-811
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding, geschil tussen aandeelhouders en bestuurders. Vraag of managementovereenkomst terecht en op juiste wijze is opgezegd, en of nog recht bestaat op doorbetaling van management fee.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:3743 Rechtbank Amsterdam 24-06-2024
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.539 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/739170 / KG ZA 23-811 MDvH/LO
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUTURE CONCEPT BVBA,
gevestigd te Sint-Martens-Latem (België),
eiseres bij dagvaarding van 21 september 2023,
advocaat mr. M.H. den Otter te Breda,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CONPEND B.V.,
gevestigd te Schiphol,
gedaagde,
advocaat mr. M.R.C. van Zoest te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Future Concept en Conpend worden genoemd.
1De procedure
Ter zitting van 2 oktober 2023 heeft Future Concept de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Conpend heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend en Conpend daarnaast een pleitnota.
Ter zitting waren aanwezig:
aan de kant van Future Concept: [naam 1] , bestuurder, met mr. Den Otter en mr. O. Brommer;
aan de kant van Conpend: [naam 2] , bestuurder, met mr. Van Zoest en
mr. S. Hakkesteegt.
Vonnis is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Conpend is een onderneming die zich bezighoudt met het ontwikkelen van software die door middel van kunstmatige intelligentie compliance controles bij banken automatiseert. Conpend is opgericht door [naam 2] .
2.2.
S.B. Group B.V., waarvan [naam 2] bestuurder en (samen met zijn echtgenote) aandeelhouder is, houdt 73,33% van de aandelen in Conpend. Neosfer GmbH/Main Incubator GmbH (onderdeel van Commerz Bank, door partijen worden deze namen door elkaar gebruikt) hield tot voor kort 16,67% van de aandelen, en Sauer Capital B.V. hield tot voor kort 10% van de aandelen.
2.3.
In de statuten van Conpend staat in artikel 6.2.1 dat een bestuurder zich bij de vervulling van zijn taak richt naar het belang van de vennootschap, en in artikel 6.2.9 staat dat een bestuurder niet deelneemt aan beraadslaging en besluitvorming indien er sprake is van een tegenstrijdig belang.
2.4.
[naam 2] is met [naam 1] in contact gekomen en heeft hem via diens management BV, Future Concept, in oktober 2022 de opdracht gegeven als consultant een strategisch plan te schrijven voor Conpend voor de komende acht jaar.
2.5.
Na afloop van de consultancy-opdracht heeft [naam 2] [naam 1] aangesteld als CEO/manager van Conpend en is Future Concept benoemd tot statutair bestuurder van Conpend. In dat verband hebben Future Concept en Conpend op 28 februari 2023 een managementovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd, met een opzegtermijn van twaalf maanden. De managementvergoeding bedraagt € 360.000,00 per jaar. In de managementovereenkomst staat verder het volgende:
“(…)
2. ASSIGNMENT AND PERFORMANCE
2.1
The Contractor undertakes to perform the general management of the Company and the Services for the duration of the Agreement. In particular:
(…)
b. Leading and motivating subordinates to advance employee engagement develop a high performing managerial team
(…)
d. Managing the company under the premise to create the highest shareholder value.
(…)
2.6
In performing the Services, the Contractor and the Manager will do all that and refrain from doing anything that a good contractor should do and refrain from doing and will make every effort to promote the interests of the Company as much as possible.
(…)
6INDEMNIFICATION AND GUARANTEES
6.1
For the term of the Agreement, the Contractor and/or the Manager will keep the Company informed, in writing, or otherwise inform the Company of any (changes to the) actual circumstances that result, or may result, in the relationship between the Company and the Manager being considered an (fictitious) employment relationship from a tax and/or employment-law point of view.
(…)
7TERMINATION OF THE AGREEMENT
7.1
The Parties have the right to terminate the Agreement prematurely by the end of a calendar month, observing a notice period of 12 months. (…)
7.3
The Company can terminate the Agreement prematurely, without being liable to pay compensation, if:
a. the Contractor is in breach of essential obligations under this Agreement and does not remediate the breaches within 2 weeks after his knowledge,
(…)”
2.6.
Naast de managementvergoeding hebben partijen gesproken over een mogelijke koop van aandelen in het kapitaal van Conpend door Future Concept (of een andere vennootschap van [naam 1] : Countdown CVBA). Daarover hebben zij geen overeenstemming bereikt.
2.7.
Na een reeks vergaderingen eind februari 2023 hebben partijen (althans [naam 2] en [naam 1] ) een aantal actiepunten genoteerd. Een daarvan is: “ [naam 1] vermijdt om meteen ellenlange emails te schrijven die eventuele “fouten” meteen blootleggen met anderen in cc”.
2.8.
Vanaf januari 2023 hebben partijen gesproken over de uitkoop van Neosfer/Main Incubator en Sauer Capital (de vennootschap van de voormalige CEO [naam 3] ). [naam 1] wilde (ook) af van Sauer (die hij omschrijft als “Sauerkraut” en “die idioot die zoveel geld van Conpend verkwanseld heeft”) als aandeelhouder. Hij schrijft daarover in een e-mail van 30 januari 2023 onder meer: “Kun je aub eens zeggen woensdag wat exact onze cash positie is (…) Dan kunnen we daar eens naast plaatsen wat wij nog zullen moeten op tafel leggen voor Neosfer, Sauerkraut [naam 3] ,… en wat er van mij kan binnenkomen bij aankoop aangevuld met wat we eventueel zouden kunne/moeten lenen.” Conpend zou de aandelen van Sauer kopen voor € 750.000,00. Dat bedrag is inmiddels betaald.
2.9.
Conpend moest voor de overname van de aandelen van Sauer en Neosfer een financiering afsluiten en ging daarover in gesprek met Rabobank. Omdat de inkoop van eigen aandelen kan worden gezien als een uitkering in de zin van artikel 2:216 BW moesten beide aankopen aan dat artikel worden getoetst. De aankoop van de Neosfer aandelen voldeed niet aan het artikel, zodat een andere constructie moest worden opgezet. In dat verband werd S.B. Group aangewezen als de kopende partij. Rabobank wilde dat S.B. Group dan ook de leningnemer zou worden, dat Conpend zich als hoofdelijk schuldenaar zou verbinden en dat S.B. Group een pandrecht zou verstrekken op haar aandelen in Conpend.
2.10.
Voor de onder 2.9 genoemde transactie was een besluit van het bestuur van Conpend nodig, in verband met de hoofdelijke aansprakelijkheid van Conpend. [naam 2] heeft per e-mail van 12 juni 2023 het besluit aan [naam 1] toegestuurd en hem gevraagd dat te tekenen.
2.11.
In een e-mail van 13 juni 2023 heeft [naam 1] daarop geantwoord dat hij eerst raadslieden en accountants zou gaan raadplegen voordat hij zou tekenen. “Ik moet immers dringend advies vragen over zaken als (…): “(Rabobank heeft) een pandrecht op alle huidige en toekomstige aandelen op naam in het geplaatste kapitaal van Conpend B.V., SB Group en Proferus BV met alle aan deze aandelen verbonden en daaruit voortvloeiende vorderingsrechten etc… etc…” Ik weet niet wat jij daarvan maakt, [naam 2] , maar mij boezemen dat soort woorden wel heel veel vrees in wanneer ik denk aan aandelen kopen (…)”.
2.12.
In een e-mail van 14 juni 2023 heeft [naam 2] aan Rabobank gevraagd wat de verpanding van de aandelen aan Rabobank zou betekenen voor de koop van aandelen in Conpend door [naam 1] . Rabobank heeft daarop geantwoord dat bij vervreemding van de aandelen goedkeuring van de bank moet worden gevraagd, en dat de bank afhankelijk van de impact van de transactie daarvoor toestemming zal geven.
2.13.
In een e-mail van 19 juni 2023 van [naam 1] aan Rabobank (met onder meer [naam 2] in cc) staat – voor zover van belang – het volgende.
“(…)
Bedankt dus voor jouw uitleg. In gewone mensentaal betekent dit dus duidelijk dat ALS ik aandelen zou kopen, die onverwijld verdwijnen in het pandrecht van Rabobank. Waarvan akte.
Ik wil naar Rabobank toch even duidelijk maken dat dit (samen met een paar andere zaken die ik hieronder even toelicht) mij in een quasi onmogelijke situatie plaatst om mijn handtekening onder een en ander te zetten.
(…)
1) Ik weet dus sinds een paar dagen dat de aankoop van mijn aandelen eigenlijk niets anders is dat het mee financieren van een schuld die SB Group op zich laadt door de aandelen van Neosfer en [naam 3] over te kopen.
(…)
2) (…) waarom ik nog steeds geen antwoord had gekregen op mijn email van eind April waarin ik hem (om het verhaal rond de aandelen wat vooruit te helpen) een aantal basis zaken had voorgesteld (…)
In deze email had ik er mij overigens reeds bij neergelegd dat ik niet anders zou kunnen dan 750.000 EUR te betalen – in plaats van 600.000 (…) gezien [naam 2] mij gezegd had dat ik nooit beneden het bedrag van [naam 3] KON kopen zijn wegens fiscale restricties etc…
(…)
De afspraak was immers van in den beginne dat ik 10% van de aandelen zou kunnen kopen “aan heel goede voorwaarden” teneinde mijn relatief lage fee als industry veteran met bewezen staat van dienst wat te compenseren (…). In Januari 2023 is hierover eindelijk de prijs definitief vastgelegd op 600,000 EUR voor 10% (…).
Een week geleden kreeg ik echter door [naam 2] een mail toegestuurd waarin een copy &paste van een excel sheet van diezelfde accountant die nu de waarden van het bedrijf plots op 12,7 MIO berekende (waardoor ik nu voor 10% van de aandelen plotseling 1.270 MIO € zou moeten betalen ipv 600,000- hoewel ik mij in de email voor 750 zou akkoord hebben verklaard, maar [naam 2] heeft nooit willen ondertekenen zoals gevraagd).
(…)
Met deze 2 struikelblokken nu duidelijk voor ogen, neem ik aan dat u het met mij eens bent dat hier van iets ondertekenen van welke aard dan ook, geen sprake kan zijn. Ik moet en zal eerst bepaalde garanties moeten krijgen, want als (toekomstige) minderheidsaandeelhouder sta ik zonder term sheet nergens in deze. Dat ik bovendien meer dan het dubbele zou moeten betalen dan wat er een paar maanden geleden is afgesproken kan alleen maar gebeuren als er op andere vlakken over compensaties hiervoor kan gesproken worden.
(…).”
2.14.
In juni 2023 heeft [naam 4] , die net bij Conpend in dienst was getreden als executive assistant, in een e-mail aan accountant Baker Tilly in Spanje gevraagd om haar een aantal contracten door te sturen. In reactie daarop heeft [naam 1] , die in cc stond, aan [naam 4] een lange e-mail gestuurd, met [naam 2] en een aantal medewerkers van Baker Tilly in cc. In de e-mail staat onder meer het volgende:
Om privacy redenen zijn de afbeeldingen verwijderd.
2.15.
[naam 2] heeft [naam 1] telefonisch laten weten dat hij diens manier van communiceren richting [naam 4] niet op prijs stelde, en dat hij wilde dat [naam 1] daarmee zou stoppen. [naam 1] heeft daarop een e-mail gestuurd aan een aantal medewerkers van Conpend, waarin hij – onder meer – schrijft dat hij niet begrijpt waarom [naam 2] zich zo druk maakte over de e-mail aan [naam 4] , dat hij een verborgen agenda vermoedt om hem eruit te werken, en dat hij een aantal interne en externe e-mails heeft klaarstaan. De inhoud daarvan zal afhangen van “if I get treated well for all the work that I have done”.
2.16.
[naam 2] heeft [naam 1] ook laten weten dat hij niet blij was met de samenwerking, dat hij het gevoel had nergens bij betrokken te worden van wat er bij de nieuw op te zetten vestiging in Spanje gebeurde, dat hij de week daarna naar Spanje zou gaan en graag contacten bij Baker Tilly en recruitmentbedrijf Hays wilde ontmoeten, en alle facturen en bestellingen wilde zien. [naam 1] heeft daarop een verontwaardigde e-mail gestuurd, waarin hij laat weten dat hij het gebrek aan vertrouwen van [naam 2] onterecht vindt omdat hij juist zulk goed werk heeft verricht en dat hij [naam 2] paranoïde vindt.
2.17.
In een brief van 27 juni 2023 van [naam 2] aan Future Concept/ [naam 1] staat onder meer het volgende:
Om privacy redenen zijn de afbeeldingen verwijderd.
2.18.
[naam 4] heeft op 13 juli 2023 ontslag genomen vanwege het gedrag van [naam 1] .
2.19.
Op 3 juli 2023 heeft Main Incubator (Neosfer) een aandeelhouders-vergadering van Conpend bijeen geroepen, waarin het ontslag van Future Concept als bestuurder van Conpend was geagendeerd, vanwege de bezwaren die in de brief van 27 juni 2023 (zie 2.17) zijn genoemd, en vanwege handelen in strijd met artikel 6.2.1 en 6.2.9 van de statuten van Conpend.
2.20.
Op 11 juli 2023 heeft [naam 1] een e-mail gestuurd aan Microsoft, een opdrachtgever van Conpend, waarin hij Microsoft deelgenoot maakt van interne strubbelingen binnen Conpend.
2.21.
In een brief van 13 juli 2023 heeft [naam 1] gereageerd op het geagendeerde ontslag. Hij heeft gesteld dat er geen sprake is van overtreding van artikel 6.1 of artikel 7 van de managementovereenkomst. De beschuldigingen die in de brief van 27 juni 2023 zijn geuit zijn niet gespecificeerd, zodat [naam 1] zich niet kan verdedigen. Bovendien is hem geen termijn gegund voor verbetering. Hij heeft verder niet geweigerd het bestuursbesluit voor de lening te tekenen, hij heeft alleen terecht kritische vragen gesteld. Dat is ook zijn taak als bestuurder en CEO. S.B. Group is statutair bestuurder en er is sprake van belangenverstrengeling bij het aangaan van de lening ten behoeve van de verkrijging van de aandelen. De documenten met betrekking tot de vestiging in Spanje zou [naam 1] bij twee gelegenheden meenemen, maar beide zijn door [naam 2] afgezegd. Nu er geen sprake is van een breach of essential obligations kan Conpend de managementovereenkomst alleen opzeggen met een opzegtermijn van twaalf maanden, dat wil zeggen niet eerder dan 31 juli 2024, aldus steeds [naam 1] in zijn brief van 13 juli 2023.
2.22.
In de aandeelhoudersvergadering van Conpend van 18 juli 2023 is Future Concept ontslagen als bestuurder van Conpend.
2.23.
Bij brief van 18 juli 2023 heeft Conpend laten weten dat vanwege het ontslag van Future Concept als statutair bestuurder, de managementovereenkomst van rechtswege is geëindigd. Voor zover dat anders zou zijn, heeft Conpend de managementovereenkomst in die brief met onmiddellijke ingang beëindigd, op grond van een breach of essential obligations.
Tekst
3Het geschil
3.1.
Future Concept vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Conpend te veroordelen:
I. tot betaling van € 43.781,46 aan managementvergoeding tot 1 september 2023, te verhogen met de wettelijke rente;
II. tot betaling van de verschuldigde managementvergoeding vanaf 1 september 2023 tot de dag waartegen de managementovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
III. in de proceskosten.
3.2.
Future Concept heeft aan haar vorderingen – kort gezegd – ten grondslag gelegd hetgeen in de brief van 13 juli 2023 is verwoord (zie 2.21). Conpend/ [naam 2] heeft Future Concept ontslagen omdat [naam 1] niet wil meewerken aan het aangaan van de financiering bij Rabobank. De andere verwijten zijn er bijgehaald om de opzegging enige substantie te geven. De overname van de aandelen is niet in het belang van Conpend. S.B. Group wordt immers eigenaar van de aandelen en profiteert dus als enige, en Conpend moet garant staan voor de lening. [naam 1] heeft dan ook terecht kritische vragen gesteld over deze constructie.
In het inkopiëren van derden in e-mailcorrespondentie heeft [naam 1] geen kwaad gezien. Hij heeft de accountant toegevoegd omdat die de waardering van de vennootschap had gemaakt, en Rabobank, die van de transactie op de hoogte was, om te bemiddelen.
Er is geen sprake van een grond voor opzegging van de managementovereenkomst, er is niet voldaan aan de opzegtermijn van twaalf maanden, Future Concept/ [naam 1] is niet formeel in gebreke gesteld en heeft niet de gelegenheid gehad om de gestelde gebreken te verhelpen. Er is bovendien geen tijdelijke of blijvende onmogelijkheid om de verplichtingen uit de managementovereenkomst alsnog na te komen, aldus steeds Future Concept.
3.3.
Conpend voert verweer in lijn met de brief van 27 juni 2023 (zie 2.17).
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Uit de stukken wordt duidelijk dat partijen niet met elkaar verder kunnen. De situatie is geëscaleerd en Future Concept is inmiddels ontslagen als statutair bestuurder. De vraag is of Conpend terecht de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft ontbonden, omdat – zoals zij stelt – sprake is van het niet nakomen door Future Concept/ [naam 1] van ‘essential obligations’ in de zin van artikel 7.3 onder a van de managementovereenkomst, of dat – zoals Future Concept stelt – daarvan geen sprake is en (dus) een opzegtermijn van twaalf maanden is vereist. Het draait dus in de kern om de vraag of Future Concept nog recht heeft op doorbetaling van de managementvergoeding.
4.2.
De gevorderde voorziening strekt dus tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn – in dit geval dus: of Conpend de managementovereenkomst ten onrechte met onmiddellijke ingang heeft beëindigd – en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Bij de afweging van de belangen van partijen wordt mede betrokken het risico dat niet kan worden terugbetaald, in het geval de veroordeling in kort geding geen stand houdt.
4.3.
Conpend heeft voor de beëindiging twee gronden aangevoerd: (i) onprofessioneel gedrag van [naam 1] (het sturen van lange agressieve en beledigende e-mails, en het daarbij inkopiëren van zakenrelaties van Conpend, en het creëren van een ‘onveilige’ werkomgeving) en (ii) het weigeren om mee te werken aan de financiering bij Rabobank. Over beide gronden verschillen partijen van mening.
4.4.
Future Concept/ [naam 1] stelt dat hij terecht vragen heeft gesteld over de financieringsconstructie, die hem totaal verrast heeft. Het was zijn taak als bestuurder om zich ervan te verzekeren dat die constructie in het belang (of niet in strijd met het belang) van de vennootschap is. [naam 1] heeft gelijk als hij stelt dat dat zijn taak was als bestuurder. Het belang van de vennootschap is echter niet wat hij aanvankelijk in de correspondentie in juni 2023 heeft opgevoerd. Daarin uit hij vooral zijn zorgen over wat de verpanding van de aandelen voor consequenties heeft voor zijn eigen toekomstige aandelen. Ook stelt hij dat [naam 2] hem niet heeft betrokken in de gesprekken met de Rabobank en dat hij (dus) nergens vanaf wist. Dat lijkt niet juist in het licht van de e-mail van 30 januari 2023 (zie 2.8).
4.5.
Over het gestelde onprofessionele gedrag van [naam 1] wordt overwogen dat Conpend/ [naam 2] daar terecht een punt van heeft gemaakt. Uit de vele overgelegde e-mailberichten van [naam 1] (die te talrijk en te lang zijn om allemaal te citeren, maar waaruit onder 2.11, 2.13 en 2.14 een deel is opgenomen en die onder 2.15, 2.16 en 2.21 deels zijn samengevat) rijst het beeld van een leider die geen tegenspraak duldt, omdat hij stelt veel ervaring te hebben en eerder succesvol bedrijven te hebben grootgemaakt en verkocht. De manier waarop hij dat uit is vaak neerbuigend, beledigend en buitenproportioneel aanvallend. Daarbij komt dat hij in die e-mails allerlei derden in cc zet (medewerkers van Conpend, maar ook externen zoals accountant Baker Tilly, Rabobank, en klant of leverancier Microsoft), waarmee derden op de hoogte raken van de strubbelingen binnen Conpend. Dit is vanzelfsprekend niet in het belang van de vennootschap. Voorshands is dan ook niet uitgesloten dat op deze gronden sprake kan zijn van een breach of essential obligations, waaronder de verplichtingen onder artikel 2.1 sub b en sub d van de managementovereenkomst.
4.6.
De volgende vraag is of de managementovereenkomst op de juiste wijze is opgezegd. Future Concept/ [naam 1] stelt dat hij niet is gewezen op zijn tekortkomingen en geen kans heeft gekregen die te verbeteren (terwijl de managementovereenkomst voor een geldige opzegging op deze gronden een ingebrekestelling vereist, artikel 7.3 onder a). Conpend heeft daar tegenover gezet dat partijen al voor het aangaan van de managementovereenkomst hebben gesproken over het gedrag van [naam 1] en hebben afgesproken dat [naam 1] zich zou onthouden van het sturen van lange e-mails, met anderen in cc, om medewerkers op eventuele fouten te wijzen (zie 2.7). Verder bevat de brief van 27 juni 2023 een duidelijke instructie (‘I urge you to act professionally and in conformity with your statutory, fiduciary and contractual duties and to refrain from any actions that could damage the company’). Volgens Conpend is dus aan dit vereiste voldaan. [naam 1] heeft daar tegenin gebracht dat in de brief niet letterlijk wordt gesproken over een breach of essential obligations, en dat hij van 26 juni tot 14 juli 2023 met vakantie was, zodat hij niet de kans heeft gehad voor verbetering. Nu de lezing van partijen op deze punten zo sterk uiteen loopt, vergt de vraag of de managementovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang is beëindigd nader onderzoek naar de feiten, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Alles in ogenschouw nemend kan ieder geval niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de beëindiging van de managementovereenkomst door Conpend per 18 juli 2023 onterecht was. Daarmee is aan het eerste onder 4.2 genoemde criterium niet voldaan.
4.7.
Ook is niet voldaan aan het spoedeisend belang (het tweede vereiste onder 4.2). [naam 1] stelt dat Future Concept hem geen salaris meer kan uitbetalen als zij geen management fee meer ontvangt, en dat hij dan niet meer in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien. Hiervan is de voorzieningenrechter geenszins overtuigd, gelet op de hoogte van de eerder ontvangen bedragen aan management fee en de – naar eigen zeggen – zeer succesvolle carrière van [naam 1] tot nu toe. Bovendien heeft [naam 1] ter zitting verklaard dat hij op dit moment inteert op zijn vermogen. Dat is misschien vervelend, maar dan is er dus wel geld en hoeft [naam 1] geen droog brood te eten. Tot slot heeft Conpend erop gewezen dat Future Concept een ‘lege vennootschap’ is die alleen wordt gebruikt voor het ontvangen van management fees (hetgeen [naam 1] in feite bevestigt), en die bovendien buiten Nederland gevestigd is, wat executie en verhaal lastig maakt. Dit betekent dat sprake is van een restitutierisico (derde onderdeel van 4.2).
4.8.
Dit alles leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Future Concept in dit kort geding zullen worden afgewezen. Als Future Concept/ [naam 1] van mening blijft dat hij recht heeft op doorbetaling van de management fee, zal hij zich tot de bodemrechter moeten wenden.
4.9.
Future Concept zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Conpend worden begroot op:
- griffierecht € 5.737,00
- salaris advocaat 1.079,00
Totaal € 6.816,00
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt Future Concept in de proceskosten, aan de zijde van Conpend tot op heden begroot op € 6.816,00,
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2023.
type: LO
coll: MV
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/739170 / KG ZA 23-811 MDvH/LO
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUTURE CONCEPT BVBA,
gevestigd te Sint-Martens-Latem (België),
eiseres bij dagvaarding van 21 september 2023,
advocaat mr. M.H. den Otter te Breda,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CONPEND B.V.,
gevestigd te Schiphol,
gedaagde,
advocaat mr. M.R.C. van Zoest te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Future Concept en Conpend worden genoemd.
1De procedure
Ter zitting van 2 oktober 2023 heeft Future Concept de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Conpend heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend en Conpend daarnaast een pleitnota.
Ter zitting waren aanwezig:
aan de kant van Future Concept: [naam 1] , bestuurder, met mr. Den Otter en mr. O. Brommer;
aan de kant van Conpend: [naam 2] , bestuurder, met mr. Van Zoest en
mr. S. Hakkesteegt.
Vonnis is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Conpend is een onderneming die zich bezighoudt met het ontwikkelen van software die door middel van kunstmatige intelligentie compliance controles bij banken automatiseert. Conpend is opgericht door [naam 2] .
2.2.
S.B. Group B.V., waarvan [naam 2] bestuurder en (samen met zijn echtgenote) aandeelhouder is, houdt 73,33% van de aandelen in Conpend. Neosfer GmbH/Main Incubator GmbH (onderdeel van Commerz Bank, door partijen worden deze namen door elkaar gebruikt) hield tot voor kort 16,67% van de aandelen, en Sauer Capital B.V. hield tot voor kort 10% van de aandelen.
2.3.
In de statuten van Conpend staat in artikel 6.2.1 dat een bestuurder zich bij de vervulling van zijn taak richt naar het belang van de vennootschap, en in artikel 6.2.9 staat dat een bestuurder niet deelneemt aan beraadslaging en besluitvorming indien er sprake is van een tegenstrijdig belang.
2.4.
[naam 2] is met [naam 1] in contact gekomen en heeft hem via diens management BV, Future Concept, in oktober 2022 de opdracht gegeven als consultant een strategisch plan te schrijven voor Conpend voor de komende acht jaar.
2.5.
Na afloop van de consultancy-opdracht heeft [naam 2] [naam 1] aangesteld als CEO/manager van Conpend en is Future Concept benoemd tot statutair bestuurder van Conpend. In dat verband hebben Future Concept en Conpend op 28 februari 2023 een managementovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd, met een opzegtermijn van twaalf maanden. De managementvergoeding bedraagt € 360.000,00 per jaar. In de managementovereenkomst staat verder het volgende:
“(…)
2. ASSIGNMENT AND PERFORMANCE
2.1
The Contractor undertakes to perform the general management of the Company and the Services for the duration of the Agreement. In particular:
(…)
b. Leading and motivating subordinates to advance employee engagement develop a high performing managerial team
(…)
d. Managing the company under the premise to create the highest shareholder value.
(…)
2.6
In performing the Services, the Contractor and the Manager will do all that and refrain from doing anything that a good contractor should do and refrain from doing and will make every effort to promote the interests of the Company as much as possible.
(…)
6INDEMNIFICATION AND GUARANTEES
6.1
For the term of the Agreement, the Contractor and/or the Manager will keep the Company informed, in writing, or otherwise inform the Company of any (changes to the) actual circumstances that result, or may result, in the relationship between the Company and the Manager being considered an (fictitious) employment relationship from a tax and/or employment-law point of view.
(…)
7TERMINATION OF THE AGREEMENT
7.1
The Parties have the right to terminate the Agreement prematurely by the end of a calendar month, observing a notice period of 12 months. (…)
7.3
The Company can terminate the Agreement prematurely, without being liable to pay compensation, if:
a. the Contractor is in breach of essential obligations under this Agreement and does not remediate the breaches within 2 weeks after his knowledge,
(…)”
2.6.
Naast de managementvergoeding hebben partijen gesproken over een mogelijke koop van aandelen in het kapitaal van Conpend door Future Concept (of een andere vennootschap van [naam 1] : Countdown CVBA). Daarover hebben zij geen overeenstemming bereikt.
2.7.
Na een reeks vergaderingen eind februari 2023 hebben partijen (althans [naam 2] en [naam 1] ) een aantal actiepunten genoteerd. Een daarvan is: “ [naam 1] vermijdt om meteen ellenlange emails te schrijven die eventuele “fouten” meteen blootleggen met anderen in cc”.
2.8.
Vanaf januari 2023 hebben partijen gesproken over de uitkoop van Neosfer/Main Incubator en Sauer Capital (de vennootschap van de voormalige CEO [naam 3] ). [naam 1] wilde (ook) af van Sauer (die hij omschrijft als “Sauerkraut” en “die idioot die zoveel geld van Conpend verkwanseld heeft”) als aandeelhouder. Hij schrijft daarover in een e-mail van 30 januari 2023 onder meer: “Kun je aub eens zeggen woensdag wat exact onze cash positie is (…) Dan kunnen we daar eens naast plaatsen wat wij nog zullen moeten op tafel leggen voor Neosfer, Sauerkraut [naam 3] ,… en wat er van mij kan binnenkomen bij aankoop aangevuld met wat we eventueel zouden kunne/moeten lenen.” Conpend zou de aandelen van Sauer kopen voor € 750.000,00. Dat bedrag is inmiddels betaald.
2.9.
Conpend moest voor de overname van de aandelen van Sauer en Neosfer een financiering afsluiten en ging daarover in gesprek met Rabobank. Omdat de inkoop van eigen aandelen kan worden gezien als een uitkering in de zin van artikel 2:216 BW moesten beide aankopen aan dat artikel worden getoetst. De aankoop van de Neosfer aandelen voldeed niet aan het artikel, zodat een andere constructie moest worden opgezet. In dat verband werd S.B. Group aangewezen als de kopende partij. Rabobank wilde dat S.B. Group dan ook de leningnemer zou worden, dat Conpend zich als hoofdelijk schuldenaar zou verbinden en dat S.B. Group een pandrecht zou verstrekken op haar aandelen in Conpend.
2.10.
Voor de onder 2.9 genoemde transactie was een besluit van het bestuur van Conpend nodig, in verband met de hoofdelijke aansprakelijkheid van Conpend. [naam 2] heeft per e-mail van 12 juni 2023 het besluit aan [naam 1] toegestuurd en hem gevraagd dat te tekenen.
2.11.
In een e-mail van 13 juni 2023 heeft [naam 1] daarop geantwoord dat hij eerst raadslieden en accountants zou gaan raadplegen voordat hij zou tekenen. “Ik moet immers dringend advies vragen over zaken als (…): “(Rabobank heeft) een pandrecht op alle huidige en toekomstige aandelen op naam in het geplaatste kapitaal van Conpend B.V., SB Group en Proferus BV met alle aan deze aandelen verbonden en daaruit voortvloeiende vorderingsrechten etc… etc…” Ik weet niet wat jij daarvan maakt, [naam 2] , maar mij boezemen dat soort woorden wel heel veel vrees in wanneer ik denk aan aandelen kopen (…)”.
2.12.
In een e-mail van 14 juni 2023 heeft [naam 2] aan Rabobank gevraagd wat de verpanding van de aandelen aan Rabobank zou betekenen voor de koop van aandelen in Conpend door [naam 1] . Rabobank heeft daarop geantwoord dat bij vervreemding van de aandelen goedkeuring van de bank moet worden gevraagd, en dat de bank afhankelijk van de impact van de transactie daarvoor toestemming zal geven.
2.13.
In een e-mail van 19 juni 2023 van [naam 1] aan Rabobank (met onder meer [naam 2] in cc) staat – voor zover van belang – het volgende.
“(…)
Bedankt dus voor jouw uitleg. In gewone mensentaal betekent dit dus duidelijk dat ALS ik aandelen zou kopen, die onverwijld verdwijnen in het pandrecht van Rabobank. Waarvan akte.
Ik wil naar Rabobank toch even duidelijk maken dat dit (samen met een paar andere zaken die ik hieronder even toelicht) mij in een quasi onmogelijke situatie plaatst om mijn handtekening onder een en ander te zetten.
(…)
1) Ik weet dus sinds een paar dagen dat de aankoop van mijn aandelen eigenlijk niets anders is dat het mee financieren van een schuld die SB Group op zich laadt door de aandelen van Neosfer en [naam 3] over te kopen.
(…)
2) (…) waarom ik nog steeds geen antwoord had gekregen op mijn email van eind April waarin ik hem (om het verhaal rond de aandelen wat vooruit te helpen) een aantal basis zaken had voorgesteld (…)
In deze email had ik er mij overigens reeds bij neergelegd dat ik niet anders zou kunnen dan 750.000 EUR te betalen – in plaats van 600.000 (…) gezien [naam 2] mij gezegd had dat ik nooit beneden het bedrag van [naam 3] KON kopen zijn wegens fiscale restricties etc…
(…)
De afspraak was immers van in den beginne dat ik 10% van de aandelen zou kunnen kopen “aan heel goede voorwaarden” teneinde mijn relatief lage fee als industry veteran met bewezen staat van dienst wat te compenseren (…). In Januari 2023 is hierover eindelijk de prijs definitief vastgelegd op 600,000 EUR voor 10% (…).
Een week geleden kreeg ik echter door [naam 2] een mail toegestuurd waarin een copy &paste van een excel sheet van diezelfde accountant die nu de waarden van het bedrijf plots op 12,7 MIO berekende (waardoor ik nu voor 10% van de aandelen plotseling 1.270 MIO € zou moeten betalen ipv 600,000- hoewel ik mij in de email voor 750 zou akkoord hebben verklaard, maar [naam 2] heeft nooit willen ondertekenen zoals gevraagd).
(…)
Met deze 2 struikelblokken nu duidelijk voor ogen, neem ik aan dat u het met mij eens bent dat hier van iets ondertekenen van welke aard dan ook, geen sprake kan zijn. Ik moet en zal eerst bepaalde garanties moeten krijgen, want als (toekomstige) minderheidsaandeelhouder sta ik zonder term sheet nergens in deze. Dat ik bovendien meer dan het dubbele zou moeten betalen dan wat er een paar maanden geleden is afgesproken kan alleen maar gebeuren als er op andere vlakken over compensaties hiervoor kan gesproken worden.
(…).”
2.14.
In juni 2023 heeft [naam 4] , die net bij Conpend in dienst was getreden als executive assistant, in een e-mail aan accountant Baker Tilly in Spanje gevraagd om haar een aantal contracten door te sturen. In reactie daarop heeft [naam 1] , die in cc stond, aan [naam 4] een lange e-mail gestuurd, met [naam 2] en een aantal medewerkers van Baker Tilly in cc. In de e-mail staat onder meer het volgende:
Om privacy redenen zijn de afbeeldingen verwijderd.
2.15.
[naam 2] heeft [naam 1] telefonisch laten weten dat hij diens manier van communiceren richting [naam 4] niet op prijs stelde, en dat hij wilde dat [naam 1] daarmee zou stoppen. [naam 1] heeft daarop een e-mail gestuurd aan een aantal medewerkers van Conpend, waarin hij – onder meer – schrijft dat hij niet begrijpt waarom [naam 2] zich zo druk maakte over de e-mail aan [naam 4] , dat hij een verborgen agenda vermoedt om hem eruit te werken, en dat hij een aantal interne en externe e-mails heeft klaarstaan. De inhoud daarvan zal afhangen van “if I get treated well for all the work that I have done”.
2.16.
[naam 2] heeft [naam 1] ook laten weten dat hij niet blij was met de samenwerking, dat hij het gevoel had nergens bij betrokken te worden van wat er bij de nieuw op te zetten vestiging in Spanje gebeurde, dat hij de week daarna naar Spanje zou gaan en graag contacten bij Baker Tilly en recruitmentbedrijf Hays wilde ontmoeten, en alle facturen en bestellingen wilde zien. [naam 1] heeft daarop een verontwaardigde e-mail gestuurd, waarin hij laat weten dat hij het gebrek aan vertrouwen van [naam 2] onterecht vindt omdat hij juist zulk goed werk heeft verricht en dat hij [naam 2] paranoïde vindt.
2.17.
In een brief van 27 juni 2023 van [naam 2] aan Future Concept/ [naam 1] staat onder meer het volgende:
Om privacy redenen zijn de afbeeldingen verwijderd.
2.18.
[naam 4] heeft op 13 juli 2023 ontslag genomen vanwege het gedrag van [naam 1] .
2.19.
Op 3 juli 2023 heeft Main Incubator (Neosfer) een aandeelhouders-vergadering van Conpend bijeen geroepen, waarin het ontslag van Future Concept als bestuurder van Conpend was geagendeerd, vanwege de bezwaren die in de brief van 27 juni 2023 (zie 2.17) zijn genoemd, en vanwege handelen in strijd met artikel 6.2.1 en 6.2.9 van de statuten van Conpend.
2.20.
Op 11 juli 2023 heeft [naam 1] een e-mail gestuurd aan Microsoft, een opdrachtgever van Conpend, waarin hij Microsoft deelgenoot maakt van interne strubbelingen binnen Conpend.
2.21.
In een brief van 13 juli 2023 heeft [naam 1] gereageerd op het geagendeerde ontslag. Hij heeft gesteld dat er geen sprake is van overtreding van artikel 6.1 of artikel 7 van de managementovereenkomst. De beschuldigingen die in de brief van 27 juni 2023 zijn geuit zijn niet gespecificeerd, zodat [naam 1] zich niet kan verdedigen. Bovendien is hem geen termijn gegund voor verbetering. Hij heeft verder niet geweigerd het bestuursbesluit voor de lening te tekenen, hij heeft alleen terecht kritische vragen gesteld. Dat is ook zijn taak als bestuurder en CEO. S.B. Group is statutair bestuurder en er is sprake van belangenverstrengeling bij het aangaan van de lening ten behoeve van de verkrijging van de aandelen. De documenten met betrekking tot de vestiging in Spanje zou [naam 1] bij twee gelegenheden meenemen, maar beide zijn door [naam 2] afgezegd. Nu er geen sprake is van een breach of essential obligations kan Conpend de managementovereenkomst alleen opzeggen met een opzegtermijn van twaalf maanden, dat wil zeggen niet eerder dan 31 juli 2024, aldus steeds [naam 1] in zijn brief van 13 juli 2023.
2.22.
In de aandeelhoudersvergadering van Conpend van 18 juli 2023 is Future Concept ontslagen als bestuurder van Conpend.
2.23.
Bij brief van 18 juli 2023 heeft Conpend laten weten dat vanwege het ontslag van Future Concept als statutair bestuurder, de managementovereenkomst van rechtswege is geëindigd. Voor zover dat anders zou zijn, heeft Conpend de managementovereenkomst in die brief met onmiddellijke ingang beëindigd, op grond van een breach of essential obligations.
Tekst
3Het geschil
3.1.
Future Concept vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Conpend te veroordelen:
I. tot betaling van € 43.781,46 aan managementvergoeding tot 1 september 2023, te verhogen met de wettelijke rente;
II. tot betaling van de verschuldigde managementvergoeding vanaf 1 september 2023 tot de dag waartegen de managementovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
III. in de proceskosten.
3.2.
Future Concept heeft aan haar vorderingen – kort gezegd – ten grondslag gelegd hetgeen in de brief van 13 juli 2023 is verwoord (zie 2.21). Conpend/ [naam 2] heeft Future Concept ontslagen omdat [naam 1] niet wil meewerken aan het aangaan van de financiering bij Rabobank. De andere verwijten zijn er bijgehaald om de opzegging enige substantie te geven. De overname van de aandelen is niet in het belang van Conpend. S.B. Group wordt immers eigenaar van de aandelen en profiteert dus als enige, en Conpend moet garant staan voor de lening. [naam 1] heeft dan ook terecht kritische vragen gesteld over deze constructie.
In het inkopiëren van derden in e-mailcorrespondentie heeft [naam 1] geen kwaad gezien. Hij heeft de accountant toegevoegd omdat die de waardering van de vennootschap had gemaakt, en Rabobank, die van de transactie op de hoogte was, om te bemiddelen.
Er is geen sprake van een grond voor opzegging van de managementovereenkomst, er is niet voldaan aan de opzegtermijn van twaalf maanden, Future Concept/ [naam 1] is niet formeel in gebreke gesteld en heeft niet de gelegenheid gehad om de gestelde gebreken te verhelpen. Er is bovendien geen tijdelijke of blijvende onmogelijkheid om de verplichtingen uit de managementovereenkomst alsnog na te komen, aldus steeds Future Concept.
3.3.
Conpend voert verweer in lijn met de brief van 27 juni 2023 (zie 2.17).
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Uit de stukken wordt duidelijk dat partijen niet met elkaar verder kunnen. De situatie is geëscaleerd en Future Concept is inmiddels ontslagen als statutair bestuurder. De vraag is of Conpend terecht de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft ontbonden, omdat – zoals zij stelt – sprake is van het niet nakomen door Future Concept/ [naam 1] van ‘essential obligations’ in de zin van artikel 7.3 onder a van de managementovereenkomst, of dat – zoals Future Concept stelt – daarvan geen sprake is en (dus) een opzegtermijn van twaalf maanden is vereist. Het draait dus in de kern om de vraag of Future Concept nog recht heeft op doorbetaling van de managementvergoeding.
4.2.
De gevorderde voorziening strekt dus tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn – in dit geval dus: of Conpend de managementovereenkomst ten onrechte met onmiddellijke ingang heeft beëindigd – en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Bij de afweging van de belangen van partijen wordt mede betrokken het risico dat niet kan worden terugbetaald, in het geval de veroordeling in kort geding geen stand houdt.
4.3.
Conpend heeft voor de beëindiging twee gronden aangevoerd: (i) onprofessioneel gedrag van [naam 1] (het sturen van lange agressieve en beledigende e-mails, en het daarbij inkopiëren van zakenrelaties van Conpend, en het creëren van een ‘onveilige’ werkomgeving) en (ii) het weigeren om mee te werken aan de financiering bij Rabobank. Over beide gronden verschillen partijen van mening.
4.4.
Future Concept/ [naam 1] stelt dat hij terecht vragen heeft gesteld over de financieringsconstructie, die hem totaal verrast heeft. Het was zijn taak als bestuurder om zich ervan te verzekeren dat die constructie in het belang (of niet in strijd met het belang) van de vennootschap is. [naam 1] heeft gelijk als hij stelt dat dat zijn taak was als bestuurder. Het belang van de vennootschap is echter niet wat hij aanvankelijk in de correspondentie in juni 2023 heeft opgevoerd. Daarin uit hij vooral zijn zorgen over wat de verpanding van de aandelen voor consequenties heeft voor zijn eigen toekomstige aandelen. Ook stelt hij dat [naam 2] hem niet heeft betrokken in de gesprekken met de Rabobank en dat hij (dus) nergens vanaf wist. Dat lijkt niet juist in het licht van de e-mail van 30 januari 2023 (zie 2.8).
4.5.
Over het gestelde onprofessionele gedrag van [naam 1] wordt overwogen dat Conpend/ [naam 2] daar terecht een punt van heeft gemaakt. Uit de vele overgelegde e-mailberichten van [naam 1] (die te talrijk en te lang zijn om allemaal te citeren, maar waaruit onder 2.11, 2.13 en 2.14 een deel is opgenomen en die onder 2.15, 2.16 en 2.21 deels zijn samengevat) rijst het beeld van een leider die geen tegenspraak duldt, omdat hij stelt veel ervaring te hebben en eerder succesvol bedrijven te hebben grootgemaakt en verkocht. De manier waarop hij dat uit is vaak neerbuigend, beledigend en buitenproportioneel aanvallend. Daarbij komt dat hij in die e-mails allerlei derden in cc zet (medewerkers van Conpend, maar ook externen zoals accountant Baker Tilly, Rabobank, en klant of leverancier Microsoft), waarmee derden op de hoogte raken van de strubbelingen binnen Conpend. Dit is vanzelfsprekend niet in het belang van de vennootschap. Voorshands is dan ook niet uitgesloten dat op deze gronden sprake kan zijn van een breach of essential obligations, waaronder de verplichtingen onder artikel 2.1 sub b en sub d van de managementovereenkomst.
4.6.
De volgende vraag is of de managementovereenkomst op de juiste wijze is opgezegd. Future Concept/ [naam 1] stelt dat hij niet is gewezen op zijn tekortkomingen en geen kans heeft gekregen die te verbeteren (terwijl de managementovereenkomst voor een geldige opzegging op deze gronden een ingebrekestelling vereist, artikel 7.3 onder a). Conpend heeft daar tegenover gezet dat partijen al voor het aangaan van de managementovereenkomst hebben gesproken over het gedrag van [naam 1] en hebben afgesproken dat [naam 1] zich zou onthouden van het sturen van lange e-mails, met anderen in cc, om medewerkers op eventuele fouten te wijzen (zie 2.7). Verder bevat de brief van 27 juni 2023 een duidelijke instructie (‘I urge you to act professionally and in conformity with your statutory, fiduciary and contractual duties and to refrain from any actions that could damage the company’). Volgens Conpend is dus aan dit vereiste voldaan. [naam 1] heeft daar tegenin gebracht dat in de brief niet letterlijk wordt gesproken over een breach of essential obligations, en dat hij van 26 juni tot 14 juli 2023 met vakantie was, zodat hij niet de kans heeft gehad voor verbetering. Nu de lezing van partijen op deze punten zo sterk uiteen loopt, vergt de vraag of de managementovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang is beëindigd nader onderzoek naar de feiten, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Alles in ogenschouw nemend kan ieder geval niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de beëindiging van de managementovereenkomst door Conpend per 18 juli 2023 onterecht was. Daarmee is aan het eerste onder 4.2 genoemde criterium niet voldaan.
4.7.
Ook is niet voldaan aan het spoedeisend belang (het tweede vereiste onder 4.2). [naam 1] stelt dat Future Concept hem geen salaris meer kan uitbetalen als zij geen management fee meer ontvangt, en dat hij dan niet meer in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien. Hiervan is de voorzieningenrechter geenszins overtuigd, gelet op de hoogte van de eerder ontvangen bedragen aan management fee en de – naar eigen zeggen – zeer succesvolle carrière van [naam 1] tot nu toe. Bovendien heeft [naam 1] ter zitting verklaard dat hij op dit moment inteert op zijn vermogen. Dat is misschien vervelend, maar dan is er dus wel geld en hoeft [naam 1] geen droog brood te eten. Tot slot heeft Conpend erop gewezen dat Future Concept een ‘lege vennootschap’ is die alleen wordt gebruikt voor het ontvangen van management fees (hetgeen [naam 1] in feite bevestigt), en die bovendien buiten Nederland gevestigd is, wat executie en verhaal lastig maakt. Dit betekent dat sprake is van een restitutierisico (derde onderdeel van 4.2).
4.8.
Dit alles leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Future Concept in dit kort geding zullen worden afgewezen. Als Future Concept/ [naam 1] van mening blijft dat hij recht heeft op doorbetaling van de management fee, zal hij zich tot de bodemrechter moeten wenden.
4.9.
Future Concept zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Conpend worden begroot op:
- griffierecht € 5.737,00
- salaris advocaat 1.079,00
Totaal € 6.816,00
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt Future Concept in de proceskosten, aan de zijde van Conpend tot op heden begroot op € 6.816,00,
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2023.
type: LO
coll: MV