Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:4403

2023-05-25 Strafrecht; Europees strafrecht 13/059832-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2023-05-25
Publicatiedatum
2023-07-12
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/059832-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EAB Italië, onduidelijk of sprake van verjaring naar Italiaans recht, overlevering geweigerd.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.538 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/059832-23 (EAB III)




Datum uitspraak: 25 mei 2023







UITSPRAAK





op de vordering van 14 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2015 door the Office of the Prosecutor of the Republic of Forli (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[Opgeëiste persoon]

geboren in onbekend (Roemenië) op [geboortedag] 1960,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats]



hierna ‘de opgeëiste persoon’.





1Procesgang



Zitting 9 mei 2023




De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, advocaat te Amsterdam, die heeft waargenomen voor haar collega, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.




Tussenuitspraak 11 mei 2023




Op 11 mei 2023 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen. Daarbij is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om aanvullende vragen in het kader van de mogelijke tenuitvoerleggingsverjaring aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.





Zitting 25 mei 2023




De behandeling van het EAB heeft, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 25 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, advocaat te Amsterdam, die heeft waargenomen voor haar collega, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon heeft op 25 mei 2023 afstand gedaan van zijn recht ter terechtzitting aanwezig te zijn.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.





3Tussenuitspraak 11 mei 2023


De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 11 mei 2023. Hierin heeft de rechtbank in overweging 3. de grondslag en de inhoud van het EAB al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.





4Verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging


De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht tot tenuitvoerlegging van de straf in Italië zeer waarschijnlijk is verjaard. De Italiaanse autoriteiten hebben niet geantwoord op de in de tussenuitspraak gestelde vragen en geen uitsluitsel gegeven of sprake is van verjaring.



De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.




Oordeel van de rechtbank




Zoals de rechtbank al in de tussenuitspraak heeft overwogen, is verjaring naar het recht van de uitvaardigende lidstaat geen weigeringsgrond. Het toesturen van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit impliceert in beginsel dat deze autoriteit bij haar beoordeling of de overlevering nog steeds gewenst is ook de verjaring naar het recht van haar lidstaat heeft beoordeeld. Niettemin moet overlevering achterwege blijven, indien na de uitvaardiging van het EAB de aan dat EAB ten grondslag liggende nationale rechterlijke beslissing niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring. In een dergelijk geval voldoet het EAB immers niet aan de in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW bedoelde eis.



In het EAB dat hier voorligt, gaat het om een vonnis van 1999 terwijl in onderdeel F van het EAB niet is opgenomen wanneer de tenuitvoerlegging van dat vonnis verjaart. Daarbij is het EAB op 30 juli 2015 – reeds bijna acht jaar geleden - uitgevaardigd. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank niet zonder meer van de hiervoor geformuleerde hoofdregel kan uitgaan.



Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 11 mei 2023 het onderzoek heropend om de officier van justitie de gelegenheid te bieden bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan wanneer de verjaringstermijn van de tenuitvoerlegging van het vonnis naar Italiaans recht verloopt. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 25 mei 2023 heeft de officier van justitie laten weten dat hij geen antwoorden heeft gekregen op de voorgelegde vragen.



De rechtbank ziet geen aanleiding in het kader van de beoordeling van het EAB de gevraagde nadere informatie af te wachten. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de gelegenheid gekregen die informatie over onderdeel F te verschaffen. Daarbij komt dat de beslistermijn op dusdanig korte termijn verstrijkt dat niet verwacht kan worden dat de (vertaalde) antwoorden op de vragen (alsnog) tijdig ontvangen zullen worden.



Nu niet duidelijk is of de nationale rechterlijke beslissing, die aan het EAB ten grondslag ligt, voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring, kan de rechtbank niet vaststellen of aan de eis van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW is voldaan.



Gelet op het bovenstaande weigert de rechtbank de overlevering.





5Beslissing



WEIGERT de overlevering van [Opgeëiste persoon] aan the Office of the Public Prosecutor in Rome (Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.




STELT VAST dat de overleveringsdetentie is geëindigd.

















Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J. Scheijde, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en M.C.M. Hamer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 mei 2023.































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Rechtbank Amsterdam 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7307.


Vergelijk: rechtbank Amsterdam 9 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:668.