Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2022:7460
2022-12-09
Strafrecht; Europees strafrecht
13.224212-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Overlevering. Beslissing over uitstel van de feitelijke overlevering en over verlenging van de gevangenhouding. Kaderbesluitconforme uitleg van artikel 34 lid 2 onder b en artikel 36 lid 1 OLW naar aanleiding van ECLI:EU:C:2022:964.
Citeert (1)
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:RBAMS:2022:8484 Rechtbank Amsterdam 21-12-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2022:7855 Rechtbank Amsterdam 20-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.031 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
BEVEL VERLENGING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 13.224212-22
Op 9 december 2022 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Paraguay) op [geboortedag] 1987
zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland
thans verblijvende in “ [plaats detentie] ”.
De justitiële autoriteiten van Duitsland hebben een EAB met betrekking tot bovengenoemde persoon toegezonden.
Bij uitspraak van 10 november 2022 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.
In raadkamer van deze rechtbank van 9 december 2022 is de officier van justitie gehoord. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen.
De rechtbank stel vast dat de officier van justitie (al dan niet impliciet) de feitelijke overlevering heeft uitgesteld overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de Overleveringswet.
De rechtbank overweegt dat:
- uit een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat deze beslissing moet worden genomen door de uitvoerende rechterlijke autoriteit (de rechtbank), niet door de officier van justitie;
- de door de officier van justitie genomen beslissing tot uitstel van de feitelijke overlevering dus niet rechtmatig is;
- zij, na afweging van alle daartoe in aanmerking komende belangen, van oordeel is dat de feitelijke overlevering inderdaad moet worden uitgesteld met het oog op strafvervolging in Nederland, welke beslissing in de plaats treedt van die van de officier van justitie;
zich dus de situatie voordoet dat feitelijke overlevering wel is toegestaan, maar nog niet heeft kunnen plaatsvinden, en
zij op grond van haar beslissing tot uitstel daarom de overleveringsdetentie kan handhaven.
Op grond van het bovenstaande dient de gevangenhouding van de opgeëiste persoon te worden verlengd.
BESLISSING:
Verlengt de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] voornoemd voor de duur van dertig dagen.
Aldus gedaan op 9 december 2022 door
mr. M.C.M. Hamer, rechter
in tegenwoordigheid van M.S. Schenker, griffier.
HvJ EU 8 december 2022, C-492/22 PPU, ECLI:EU:C:2022:964 (CJ (Décision de remise différée en raison de poursuites pénales)), punt 65.
Zie punt 57 van het arrest.
Zie punten 91-92 van het arrest.
Zie punt 61 van het arrest.
Zie punten 61 en 65 van het arrest.
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
BEVEL VERLENGING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 13.224212-22
Op 9 december 2022 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Paraguay) op [geboortedag] 1987
zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland
thans verblijvende in “ [plaats detentie] ”.
De justitiële autoriteiten van Duitsland hebben een EAB met betrekking tot bovengenoemde persoon toegezonden.
Bij uitspraak van 10 november 2022 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.
In raadkamer van deze rechtbank van 9 december 2022 is de officier van justitie gehoord. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen.
De rechtbank stel vast dat de officier van justitie (al dan niet impliciet) de feitelijke overlevering heeft uitgesteld overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de Overleveringswet.
De rechtbank overweegt dat:
- uit een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat deze beslissing moet worden genomen door de uitvoerende rechterlijke autoriteit (de rechtbank), niet door de officier van justitie;
- de door de officier van justitie genomen beslissing tot uitstel van de feitelijke overlevering dus niet rechtmatig is;
- zij, na afweging van alle daartoe in aanmerking komende belangen, van oordeel is dat de feitelijke overlevering inderdaad moet worden uitgesteld met het oog op strafvervolging in Nederland, welke beslissing in de plaats treedt van die van de officier van justitie;
zich dus de situatie voordoet dat feitelijke overlevering wel is toegestaan, maar nog niet heeft kunnen plaatsvinden, en
zij op grond van haar beslissing tot uitstel daarom de overleveringsdetentie kan handhaven.
Op grond van het bovenstaande dient de gevangenhouding van de opgeëiste persoon te worden verlengd.
BESLISSING:
Verlengt de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] voornoemd voor de duur van dertig dagen.
Aldus gedaan op 9 december 2022 door
mr. M.C.M. Hamer, rechter
in tegenwoordigheid van M.S. Schenker, griffier.
HvJ EU 8 december 2022, C-492/22 PPU, ECLI:EU:C:2022:964 (CJ (Décision de remise différée en raison de poursuites pénales)), punt 65.
Zie punt 57 van het arrest.
Zie punten 91-92 van het arrest.
Zie punt 61 van het arrest.
Zie punten 61 en 65 van het arrest.