Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2022:5177

2022-08-09 Strafrecht 13/122367-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2022-08-09
Publicatiedatum
2022-09-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/122367-22
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie EAB Spanje. Weigeringsgrond artikel 12 OLW niet van toepassing. Overlevering toegestaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.526 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/122367-22
RK nummer: 22/2762




Datum uitspraak: 9 augustus 2022







UITSPRAAK





op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 mei 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 maart 2022 door the Chamber for Criminal Matters at the National Court (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1974,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres],



hierna te noemen de opgeëiste persoon.






1Procesgang



Zitting 7 juli 2022




De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.W. van der Zanden, advocaat te Hoofddorp, en door een tolk in de Engelse taal.



De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een vertaling van een binnengekomen Spaanstalig stuk te verzorgen en om een vraag te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.




Zitting 26 juli 2022




De behandeling van de vordering is met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon op 26 juli 2022 hervat in de stand van het onderzoek waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing op 7 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsvrouw en door een tolk in de Engelse taal.

Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Britse, Spaanse en Nigeriaanse nationaliteit heeft.





3Grondslag en inhoud van het EAB


In het EAB wordt melding gemaakt van een jugdment van 14 juni 2011 van the 4th Division of the Chamber for Criminal Matters at the National Court, confirmed by the Spanish Supreme Court op 23 februari 2012, onherroepelijk op 9 maart 2012.



De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien jaren en vijf maanden (3800 dagen), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3645 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.



Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.



3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW




Standpunt van de raadsvrouw




De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon geweigerd moet worden nu hij niet op de hoogte was van de cassatieprocedure en hij niet op de zitting aanwezig was.




Standpunt van de officier van justitie




De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan nu de cassatieprocedure niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt en de opgeëiste persoon in eerste aanleg in persoon aanwezig was op de zitting.




Oordeel van de rechtbank




In het EAB onder rubriek d) staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis van 14 juli 2011 heeft geleid. Zoals uit het EAB en de aanvullende informatie van 5 juli en 14 juli 2022 blijkt, is tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld en heeft er geen hoger beroep plaatsgevonden. Uit voormelde aanvullende informatie blijkt verder dat de zaak van de opgeëiste persoon in cassatie niet opnieuw, in feite en in rechte, ten gronde is behandeld. De cassatieprocedure valt naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.



Aangezien de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was op de zitting die heeft geleid tot het vonnis van 14 juni 2011, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing.






4Strafbaarheid



Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW




Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummers 1 en 5, te weten:




deelneming aan een criminele organisatie





illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen


Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.





5Slotsom


Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.





6Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 2, 5 en 7 OLW.





7Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Chamber for Crinzinal Matters at the National Court (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.








Aldus gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en M.J. Alink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 9 augustus 2022.





































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Onder andere rechtbank Amsterdam 6 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2358