Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2022:3945
2022-07-01
Strafrecht
13/127149-21 (Promis)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Een 25-jarige man wordt veroordeeld voor bedreiging en belediging door het versturen van berichten via Instagram. Hem wordt een taakstraf van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren opgelegd.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2011:BO3400 Hoge Raad 25-01-2011
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.851 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/127149-21 (Promis)
Datum uitspraak: 1 juli 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk. Verdachte is niet verschenen. De raadsman van verdachte, mr. M.H.A. Horsch, heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens verdachte het woord te voeren. De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij zich op 11 april 2021 te Amsterdam en/of te Eijsden heeft schuldig gemaakt aan:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram;
opzettelijke belediging van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
4.1
Standpunten ter terechtzitting
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Dat een bedreiging ook kan plaatsvinden tegen niet nader genoemde familieleden en vrienden die zelf geen aangifte hebben gedaan, blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 25 januari 2011, aldus de officier van justitie.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.2
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen. Gezien het standpunt van de officier van justitie, in samenhang met de bekennende verklaring van verdachte bij de politie, behoeft dit oordeel geen verdere motivering.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Feit 1:
op 11 april 2021 te Eijsden [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] gestuurd met als inhoud:
‘Ik steek die familie en je buitenlandse vrienden persoonlijk zelf neet neer let maar op’, ‘Ik weet wie jij en je vrienden zijn kijk niet raar op als jezelf of je buitenlandse kanker vriendjes binnenkort in het ziekenhuis liggen’ en ‘kijk maar 2 keer achterom als ik jouw was’, in elk geval woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 2:
op 11 april 2021 te Eijsden opzettelijk [slachtoffer] door een toegezonden geschrift heeft beledigd, door middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] te sturen met als inhoud: ‘Ordinaire kanker hoer!’,
‘Vieze kanker Pussys’, ‘Vieze kanker teef’ en ‘vieze stinkhoer’.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8Motivering van de straf
8.1
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft daarbij onder meer gewezen op de ernst van de feiten.
8.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS). De raadsman heeft er daarbij onder meer op gewezen dat verdachte spijt heeft betuigd, zijn les heeft geleerd en een blanco strafblad heeft.
8.3
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 14 april 2022. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank acht, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een taakstraf voor de duur van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
10Beslissing
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Feit 1:
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd
Feit 2:
eenvoudige belediging, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uren.
Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.
Beveelt dat een gedeelte, groot 20 (twintig) uren, van deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. R.A. Overbosch, voorzitter,
mrs. J. Thomas en A.J. Scheijde, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 juli 2022.
[.]
ECLI:NL:HR:2011:BO3400.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/127149-21 (Promis)
Datum uitspraak: 1 juli 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk. Verdachte is niet verschenen. De raadsman van verdachte, mr. M.H.A. Horsch, heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens verdachte het woord te voeren. De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij zich op 11 april 2021 te Amsterdam en/of te Eijsden heeft schuldig gemaakt aan:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram;
opzettelijke belediging van [slachtoffer] door het versturen van berichten via Instagram.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
4.1
Standpunten ter terechtzitting
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Dat een bedreiging ook kan plaatsvinden tegen niet nader genoemde familieleden en vrienden die zelf geen aangifte hebben gedaan, blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 25 januari 2011, aldus de officier van justitie.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.2
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen. Gezien het standpunt van de officier van justitie, in samenhang met de bekennende verklaring van verdachte bij de politie, behoeft dit oordeel geen verdere motivering.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Feit 1:
op 11 april 2021 te Eijsden [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] gestuurd met als inhoud:
‘Ik steek die familie en je buitenlandse vrienden persoonlijk zelf neet neer let maar op’, ‘Ik weet wie jij en je vrienden zijn kijk niet raar op als jezelf of je buitenlandse kanker vriendjes binnenkort in het ziekenhuis liggen’ en ‘kijk maar 2 keer achterom als ik jouw was’, in elk geval woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 2:
op 11 april 2021 te Eijsden opzettelijk [slachtoffer] door een toegezonden geschrift heeft beledigd, door middels een Instagramaccount " [naam account 1] " en " [naam account 2] " berichten via Instagram naar die [slachtoffer] te sturen met als inhoud: ‘Ordinaire kanker hoer!’,
‘Vieze kanker Pussys’, ‘Vieze kanker teef’ en ‘vieze stinkhoer’.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8Motivering van de straf
8.1
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft daarbij onder meer gewezen op de ernst van de feiten.
8.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS). De raadsman heeft er daarbij onder meer op gewezen dat verdachte spijt heeft betuigd, zijn les heeft geleerd en een blanco strafblad heeft.
8.3
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 14 april 2022. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank acht, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een taakstraf voor de duur van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
10Beslissing
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Feit 1:
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd
Feit 2:
eenvoudige belediging, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uren.
Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.
Beveelt dat een gedeelte, groot 20 (twintig) uren, van deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. R.A. Overbosch, voorzitter,
mrs. J. Thomas en A.J. Scheijde, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 juli 2022.
[.]
ECLI:NL:HR:2011:BO3400.