Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2021:6802

2021-11-18 Strafrecht; Europees strafrecht 13/707154-12
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2021-11-18
Publicatiedatum
2021-11-25
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
13/707154-12
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking na verzoek om schadevergoeding nadat overlevering is geweigerd in de overleveringsprocedure. Schadevergoeding toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.992 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM



Parketnummer: 13/707154-12
RK nummers: 20/2018 en 20/2019






BESCHIKKING






Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van





[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1985,
te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. R. Malewicz, [domicilie adres] ,



hierna te noemen: verzoeker.





1Procesgang


Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 21 april 2020, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de beslissing van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van
18 februari 2020 tot weigering van de overlevering van verzoeker.



De rechtbank heeft op 14 oktober 2021 in openbare raadkamer, het verzoek van de officier van justitie tot aanhouding van de behandeling gehonoreerd. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot 4 november 2021 te 14.30 uur, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de behandeling van de verzoeken terdege voor te bereiden.



De behandeling ter zitting van het verzoek tot schadevergoeding is hervat op 4 november 2021. De rechtbank heeft de raadsman van verzoeker, R. Malewicz, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord.



De verzoeken zijn tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk.





2Voorgeschiedenis


De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:


- Bij vonnis van 23 juni 2010 van the Lublin Provincial Court (Polen), met zaaknummer IV K 108/10 is verzoeker veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de duur van 6 jaar;

- Op 18 januari 2011 is door the Lublin Provincial Court (Polen), een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker naar Polen, in verband met de tenuitvoerlegging van het resterende deel voornoemde straf, te weten 3 jaar;

- Op 26 april 2016 is verzoeker aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB;

- Op 22 juli 2016 is de overleveringsdetentie van verzoeker met ingang van 25 juli 2016, onder voorwaarden, geschorst door de rechtbank;

- Op vordering van de officier van justitie van 28 april 2016 is het overleveringsverzoek behandeld op de zitting van 23 juni 2016;

- Bij uitspraak van deze rechtbank (Internationale Rechtshulpkamer) van 18 februari 2020 is de overlevering geweigerd op basis van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Daarbij is de geschorste overleveringsdetentie opgeheven.



3Verzoeken


De raadsman heeft de verzoeken ter zitting gematigd en deze strekken thans tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van


- € 7.200,-- € 7.200,-- voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:
90 dagen Huis van Bewaring 90 x € 80,- = € 7.200,-;

- € 17.904,45, -- € 17.904,45, -- voor de kosten die zijn gemaakt in verband met rechtsbijstand;

- € 550,-- € 550,-- voor de kosten die zijn gemaakt in verband met het opstellen, indienen en de inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift.


De raadsman heeft ter zitting de verzoeken nader toegelicht. Hij heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding ex artikel 67 van de OLW toekomt, omdat zijn overlevering is geweigerd.





4Standpunt van het Openbaar Ministerie


De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzochte bedrag.




5Toetsingskader


Artikel 67 OLW correspondeert met artikel 59 Uitleveringswet (UW). Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Daarvoor is vereist dat zijn overlevering is geweigerd. Artikel 533, derde, vierde en zesde lid, Sv en de artikelen 534, 535 en 536 Sv zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.



In de gevallen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, OLW zijn de artikelen 529 en 530 Sv van overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, zo bepaalt artikel 67, tweede lid, OLW.



Op grond van artikel 534, eerste lid, Sv kent de rechtbank een vergoeding voor schade, geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, toe, indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen.





6Oordeel van de rechtbank


Gelet op voormeld toetsingskader is toekenning van schadevergoeding, zoals verzocht door verzoeker mogelijk, omdat de verzochte overlevering is geweigerd.



Nu voldoende gronden van billijkheid aanwezig zijn en de officier van justitie zich niet tegen het verzochte bedrag heeft verzet, zal de rechtbank € 7.200,- toewijzen voor de ondergane overleveringsdetentie, € 17.904,45,- voor de kosten van rechtsbijstand en € 550,- voor de proceskosten.





7Beslissing


De rechtbank WIJST TOE de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van:





€ 7.200, - vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure en



€ 17.904,45,- vanwege de kosten die in de overleveringsprocedure zijn gemaakt in verband met rechtsbijstand en



- € 550, - € 550, - voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en de inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift zijn gemaakt.






Deze beslissing is gegeven op 18 november 2021 en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en M.E.M. James-Pater, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier.


































Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.









De rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 25.654,45,- (vijfentwintigduizendzeshonderdvierenvijftig euro en vijfenveertig cent) op




IBAN/rekeningnummer


[rekeningnummer] ,




ten name van


[naam rekeninghouder] ,




onder vermelding van

vergoeding 67 OLW, 533 en 530 Sv, inzake: [verzoeker] (verzoeker).






Aldus gedaan op 18 november 2021
door mr. M. van Mourik, voorzitter.