Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2021:4434

2021-06-08 Bestuursrecht AMS 20/4607
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2021-06-08
Publicatiedatum
2021-08-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AMS 20/4607
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EMG / verweerder mag uitgaan van de juistheid van een proces-verbaal / beroep ongegrond

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.733 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: AMS 20/4607




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2021 in de zaak tussen




[eiser] , te Amsterdam, eiser


en




de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
( [gemachtigde] ).




Procesverloop


Bij besluit van 11 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) opgelegd.



Bij besluit van 29 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek op de Skype-zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2021. Eiser is, zonder voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.



Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op de zitting mondeling uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Motivering



Ten aanzien van het griffierecht



1. Eiser heeft verzocht om vrijgesteld te worden van de verplichting tot het betalen van griffierecht wegens betalingsonmacht. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde eigen verklaring omtrent de afwezigheid van vermogen en inkomen vast dat eiser aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.



Ten aanzien van het beroep



2. Deze zaak is geen strafrechtelijke procedure, maar een bestuursrechtelijke maatregel die gericht is op de bevordering van de verkeersveiligheid, waarvoor juist vanwege dat doel andere bewijsregels gelden. Voldoende basis voor het opleggen van een dergelijke maatregel is dat sprake is van omstandigheden die het vermoeden rechtvaardigen dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid of lichamelijke/geestelijke geschiktheid die vereist is voor het besturen van, in dit geval, een auto. De basis voor het opleggen van deze maatregel is in dit geval het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van de politie. Daarin staat dat eiser een aantal gedragingen heeft gepleegd, waarbij het overige verkeer in gevaar is gebracht. Eiser reed onder andere met hoge snelheid over een zebrapad waardoor een voetganger, die op het zebrapad liep, uit de weg moest rennen. Daarbij haalde eiser twee voertuigen in via de rijbaan van het tegemoetkomend verkeer en reed hij met hoge snelheid over de trambaan. Verder haalde eiser met hoge snelheid een voertuig in dat voor een rood verkeerslicht stond en reed daarbij op de rijbaan voor links afslaand verkeer. Eiser reed daarbij tevens door het rode verkeerslicht. Dat eiser in de auto reed, staat vast.

3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van het proces-verbaal en verwijst daarvoor naar vaste rechtspraak. Eiser heeft weliswaar verklaard dat het proces-verbaal niet klopt, maar heeft dat niet verder onderbouwd. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat deze enkele en niet nader onderbouwde ontkenning niet leidt tot twijfel aan de juistheid van het proces-verbaal. Er is voor verweerder voorts geen ruimte voor een belangenafweging. De maatregel mocht dus aan eiser worden opgelegd.

4. Voor het juridisch kader verwijst de rechtbank naar de artikelen 130 en 131 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 14 van de Regeling rijvaardigheid en geschiktheid


Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.



mr. N.R. Peters mr. A.K. Mireku
griffier
rechter



afschrift verzonden op:




RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.



Proces-verbaal van overtreding van 28 april 2020, met nummer PL1300-2020088433-1.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van
18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1336.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van
11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:385.