Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2019:6354
Inhoudsindicatie
Overleveringsverzoek Hongarije. Detentieomstandigheden. Tijdens de behandeling ter zitting zijn geen nieuwe gegevens over de detentieomstandigheden in Hongarije naar voren gebracht. Gelet op hetgeen de rechtbank in haar tussenuitspraak van 6 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS: 2019:5853) heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat de gegevens op basis waarvan zij in eerdere uitspraken betreffende Hongaarse overleveringsverzoeken heeft geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, niet langer kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens”. Evenmin beschikt de rechtbank over nieuwe gegevens op basis waarvan een dergelijk reëel gevaar kan worden vastgesteld. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet langer kan worden geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden, sprake is van een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2019:5853 Rechtbank Amsterdam 06-08-2019
Geciteerd door (28)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6438 Rechtbank Amsterdam 15-10-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6295 Rechtbank Amsterdam 02-10-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6294 Rechtbank Amsterdam 02-10-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:3683 Rechtbank Amsterdam 13-06-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:3683 Rechtbank Amsterdam 13-06-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4230 Rechtbank Amsterdam 28-05-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4222 Rechtbank Amsterdam 28-05-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4223 Rechtbank Amsterdam 28-05-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5376 Rechtbank Amsterdam 14-06-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:3555 Rechtbank Amsterdam 31-05-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:421 Rechtbank Amsterdam 12-01-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2022:5064 Rechtbank Amsterdam 28-07-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2021:5922 Rechtbank Amsterdam 15-10-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:5376 Rechtbank Amsterdam 23-09-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:5374 Rechtbank Amsterdam 23-09-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:3503 Rechtbank Amsterdam 06-07-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:3504 Rechtbank Amsterdam 06-07-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:20 Rechtbank Amsterdam 06-01-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2020:4570 Rechtbank Amsterdam 17-09-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:4115 Rechtbank Amsterdam 20-08-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:3503 Rechtbank Amsterdam 30-06-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:3502 Rechtbank Amsterdam 30-06-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2674 Rechtbank Amsterdam 22-05-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2673 Rechtbank Amsterdam 22-05-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:1316 Rechtbank Amsterdam 28-02-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2019:9289 Rechtbank Amsterdam 10-12-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:9673 Rechtbank Amsterdam 07-11-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7758 Rechtbank Amsterdam 17-10-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (6.910 tekens)
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751101-18
RK nummer: 19/3403
Datum uitspraak: 27 augustus 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 mei 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 november 2017 door het Gerechtshof van Miskolc (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te Miskolc (Hongarije) op [geboortedag] 1979,
woonadres: [adres] ,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juli 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Crince le Roy, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Bij tussenuitspraak van 6 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:5853) heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de bevindingen van de European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) nog wel kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens” waarop de conclusie kan worden gebaseerd dat gedetineerden in Hongarije in het algemeen een reëel risico van onmenselijke of vernederende behandeling lopen.
De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 22 augustus 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsman en een tolk in de Hongaarse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 6 augustus 2019
De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 6 augustus 2019 waarin zij de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten heeft vastgesteld, alsmede heeft geoordeeld over de weigeringsgronden als bedoeld in de artikelen 9, 12 en 13 OLW. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze onderwerpen (paragrafen 3, 4, 5 en 6) dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat
4.1
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – kort gezegd – betoogd dat hij zich nog steeds op het standpunt stelt dat de overlevering moet worden geweigerd. Er is naar aanleiding van de tussenuitspraak van 6 augustus 2019 namelijk geen nadere informatie verstrekt door de Hongaarse autoriteiten over de detentieomstandigheden in Hongarije.
4.2
Standpunt van de officier van justitie
In het verleden is door de rechtbank aangenomen dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld; dat is op dit moment de staande praktijk. De stukken waarop de rechtbank zich heeft gebaseerd zijn echter niet meer actueel. De verdediging heeft geen actuele, objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd met betrekking tot de huidige detentieomstandigheden in Hongarije. Daarom kan niet langer worden geconcludeerd dat gedetineerden in Hongarije in het algemeen een reëel risico van onmenselijke of vernederende behandeling lopen. De overlevering van de opgeëiste persoon kan worden toegestaan, aldus de officier van justitie.
4.3
Oordeel van de rechtbank
Tijdens de behandeling ter zitting zijn geen nieuwe gegevens over de detentieomstandigheden in Hongarije naar voren gebracht. Gelet op hetgeen de rechtbank in de hiervoor genoemde tussenuitspraak van 6 augustus 2019 heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat de gegevens op basis waarvan zij in eerdere uitspraken betreffende Hongaarse overleveringsverzoeken heeft geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, niet langer kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens”. Evenmin beschikt de rechtbank over nieuwe gegevens op basis waarvan een dergelijk reëel gevaar kan worden vastgesteld.
De rechtbank is daarom van oordeel dat niet langer kan worden geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden, sprake is van een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen.
De rechtbank verwerpt het verweer.
5Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.
6Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Gerechtshof van Miskolc (Hongarije).
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. A.W.C.M. van Emmerik en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 augustus 2019.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.