Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2019:3185

2019-03-21 Civiel recht C/13/663111/ HA RK 19/85
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2019-03-21
Publicatiedatum
2019-05-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/13/663111/ HA RK 19/85
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen een rechter bij wie de zaak in behandeling is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.259 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM



Wrakingskamer




Beslissing op het op bij brief van 4 maart 2019 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/13/663111/ HA RK 19/85 ingeschreven verzoek van:





[verzoeker] ,

wonende te [ ],
verzoeker,



welk verzoek strekt tot wraking van de bestuursrechter belast met de behandeling van een door verzoeker ingestelde beroep wegens het uitblijven van een beslissing op een bezwaar.





1Verloop van de procedure


2.1
Verzoeker heeft op 28 december 2018 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen door het UWV van een besluit op bezwaar. Op 24 januari 2019 is door het UWV alsnog op het bezwaar beslist. Op 28 januari 2019 is verzoeker een afschrift van de beslissing toegezonden met het verzoek mede te delen of verzoeker het al dan niet eens is met de beslissing op bezwaar. Bij brief van 5 februari 2019 heeft verzoeker medegedeeld dat hij het niet eens is met de beslissing op bezwaar. Bij brief van 7 februari 2019 heeft de rechtbank verzoeker medegedeeld dat zijn beroep wordt geacht te zijn gericht tegen de beslissing op bezwaar van 24 januari 2019. Bij brief van 10 februari 2019 heeft verzoeker de rechtbank opnieuw verzocht binnen 8 weken uitspraak te doen. Bij brief van 21 februari 2019 heeft verzoeker de rechtbank medegedeeld dat het UWV de dwangsom tracht te omzeilen en dat hij verwacht dat de rechtbank binnen 8 weken uitspraak zal doen.





2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.2
In artikel 8:16 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



2.3
Gesteld noch gebleken is dat het dossier van het door verzoeker ingestelde beroep aan een rechter is toegewezen. Nu het wrakingsverzoek niet is gericht tegen een rechter bij wie de zaak in behandeling is, dient het verzoek aanstonds als kennelijk niet-ontvankelijk te worden afgewezen. Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 8:18 Awb bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard.



2.4
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.



BESLISSING




De rechtbank:



 verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.



Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.















Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.