Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2019:10374

2019-02-28 Strafrecht; Europees strafrecht 13/751331-16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2019-02-28
Publicatiedatum
2025-07-04
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13/751331-16
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op 12 juli 2016 de beslissing over de overlevering uitgesteld ten behoeve van nadere informatie over de detentieomstandigheden. Sindsdien zijn twee jaar en acht maanden verstreken. Onder verwijzing naar het uitgangspunt dienaangaande van de rechtbank, zoals uiteengezet in haar uitspraak van 26 januari 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:414) onder 5.3.3 en 5.4.3, is de rechtbank van oordeel dat dit betekent dat de redelijke termijn in het onderhavige geval thans is overschreden en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Dat betekent dat de (mogelijke) weigeringsgronden geen bespreking meer behoeven.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.601 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13/751331-16
RK nummer: 16/3624




Datum uitspraak: 28 februari 2019







UITSPRAAK





op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 mei 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 april 2016 door Court of Justice Baia Mare (Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1989,
verblijfsadres: [adres],



hierna te noemen de opgeëiste persoon.





1Procesgang


De opgeëiste persoon is aangehouden op 19 mei 2016. Het EAB is ontvangen op 25 april 2016. De officier van justitie heeft op 19 mei 2016 de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB ingediend. De beslistermijn als bedoeld in artikel 22, eerste lid, OLW is op die datum ingegaan.



De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 juni 2016. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn raadsman, mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.



De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 12 juli 2016 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd en de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB uitgesteld.
De rechtbank heeft het onderzoek hervat op de zitting van 28 februari 2019 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsvrouw, mr. T.E. Korff






2Identiteit van de opgeëiste persoon


De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.





3Detentieomstandigheden


In de eerdergenoemde tussenuitspraak van 12 juli 2016 heeft de rechtbank geoordeeld dat met betrekking tot de mogelijke detentie van de opgeëiste persoon in de Gherla gevangenis een reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon in geval van overlevering in Roemenië zal worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest).



Bij brief van 30 januari 2019, ontvangen op 12 februari 2019, heeft de Roemeense National Administration of Penitenciaries aanvullende informatie verstrekt over de stand van zaken met betrekking tot de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichtingen in Roemenië. Daarin is – kort gezegd – vermeld dat sprake is van een dalende trend in het aantal gedetineerden en voortgang in de implementatie van maatregelen om de detentieomstandigheden te verbeteren. Deze informatie sluit echter niet uit dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar zal lopen te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, in de zin van artikel 4 van het Handvest, wanneer hij wordt overgeleverd aan voornoemde lidstaat.





4De redelijke termijn en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn thans is overschreden en heeft de rechtbank verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.



De rechtbank heeft op 12 juli 2016 de beslissing over de overlevering uitgesteld. Ten tijde van de uitspraak in de onderhavige zaak, op 28 februari 2019, zijn ruim twee jaar en acht maanden verstreken.



Onder verwijzing naar het uitgangspunt dienaangaande van de rechtbank, zoals uiteengezet in haar uitspraak van 26 januari 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:414) onder 5.3.3 en 5.4.3, is de rechtbank van oordeel dat dit betekent dat de redelijke termijn in het onderhavige geval thans is overschreden en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Dat betekent dat de (mogelijke) weigeringsgronden geen bespreking meer behoeven.





5Beslissingen



VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.




STELT VAST dat de (geschorste) uitleveringsdetentie is beëindigd.





Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. W.A.J.P. van den Reek en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 februari 2019.



De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.