Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2015:10060

2015-09-29 Strafrecht 13/049407-12, RK: 15/5318
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2015-09-29
Publicatiedatum
2016-06-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
13/049407-12, RK: 15/5318
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Zaak geëindigd (art 36 Wetboek van Strafvordering)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.952 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Parketnummer: 13/049407-12
RK: 15/5318

BESCHIKKING




op het verzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:





[verzoeker]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
wonende op het adres [adres 1] , [woonplaats] ,
te dezer zake woonplaats kiezende op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. N. van Wersch, [adres 2] , [plaats] ,



verzoeker.






1Procesgang


Het verzoek is op 19 februari 2015 ingekomen ter griffie van deze rechtbank.



De rechtbank heeft op 29 september 2015 verzoeker, zijn raadsman, mr. N. van Wersch en de officier van justitie, mr. W. van Schaijck, in besloten raadkamer gehoord.



De rechtstreeks belanghebbende die de rechtbank bekend is, is opgeroepen om te worden gehoord. Zij heeft middels haar advocaat bij brief van 17 september 2015 laten weten dat zij niet op de zitting zal verschijnen.





2Inhoud van het verzoek


Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank zal verklaren dat de zaak is geëindigd.



De raadsman van verzoeker heeft kort samengevat aangevoerd dat het onderzoek ter terechtzitting op 9 januari 2013 voor onbepaalde tijd is aangehouden, teneinde middels mediation een schikking te bewerkstelligen tussen verzoeker en de benadeelde partij. Op 18 maart 2013 is door het mediationbureau bericht dat het door de opstelling van de benadeelde partij niet tot een gesprek is gekomen. Sindsdien heeft de zaak stil gelegen. Kennelijk acht het Openbaar Ministerie verdere vervolging niet opportuun. Gelet op het tijdsverloop (de ten laste gelegde mishandeling zou hebben plaatsgevonden op 18 december 2011), de welwillende houding van verzoeker en op de familieverhoudingen komt de raadsman dat begrijpelijk voor.





3Standpunt van het Openbaar Ministerie


De officier van justitie heeft in raadkamer medegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.





4Standpunt van de belanghebbende


De belanghebbende [persoon 1] heeft middels haar advocaat bij brief van 17 september 2015 laten weten dat zij geen bezwaar tegen heeft beëindiging van de strafzaak tegen [verzoeker] .
5. Beoordeling




Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.

Verzoeker wordt verdachte van, kort gezegd, mishandeling van [persoon 1] op 18 december 2011.



Ter terechtzitting van 9 januari 2013 is de zaak tegen verzoeker door de politierechter voor onbepaalde tijd aangehouden en verwezen naar mediation, teneinde een schikking tussen verdachte en benadeelde partij te bewerkstelligen.



Blijkens de overeenkomst bij de start van de mediation heeft de benadeelde partij [persoon 1] op 14 februari 2013 schriftelijk verklaard in de verdere toekomst op geen enkele manier meer contact te willen hebben met verdachte.




De rechtbank overweegt het volgende.

Nu de officier van justitie heeft in raadkamer medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek, dient het verzoek te worden toegewezen.



De rechtbank komt tot de volgende beslissing.







6Beslissing



De rechtbank WIJST het verzoek TOE en verklaart dat de zaak is geëindigd.




Deze beslissing is op 29 september 2015 gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.F. Ferdinandusse, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.






Tegen deze beslissing staat voor verzoeker geen rechtsmiddel open.