Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2026:772

2026-08-18 Strafrecht 24/03887
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-08-18
Publicatiedatum
2026-08-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
24/03887
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Slagend middel over het voorhanden hebben van een gevuld patroonmagazijn in een auto waarin de verdachte passagier was. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.983 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL


BIJ DE


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


Nummer 24/03887

Zitting 18 augustus 2026



CONCLUSIE



D.J.C. Aben




In de zaak




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte




Inleiding

1. Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 14 oktober 2024 (parketnr. 22-000416-23) vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen en acht kogelpatronen en daarnaast wegens “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een geldboete van € 350,-, met aftrek van voorarrest.

2. Het cassatieberoep is (onbeperkt) ingesteld namens de verdachte. M.M. Kuyp, advocaat in Laren, en J.L. Baar, advocaat in Arnhem, hebben één middel van cassatie voorgesteld.



Het middel


3. Het middel is gericht tegen de bewezenverklaring en houdt in dat het oordeel dat de verdachte munitie ‘voorhanden heeft gehad’ ontoereikend is gemotiveerd.




De bewezenverklaring en bewijsmotivering

4. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte:



“op 5 september 2022 te [plaats] munitie in de zin van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten


- een patroonmagazijn van het merk Glock met daarin zestien, kogelpatronen van het merk S&B, kaliber 9mm,


voorhanden heeft gehad.”



5. Het hof heeft verder als volgt overwogen:


“In de auto waarin de verdachte zich bevond op 5 september 2022 te [plaats] is in het dashboardkastje een patroonhouder aangetroffen met munitie erin. Het gaat om een zwarte patroonhouder van het merk Glock (zie voor een foto daarvan p. 23 van het dossier). In de patroonhouder bevonden zich 16 stuks kogelpatronen van het kaliber 9m van het merk/type S&B. Dit betreft munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie. Het gaat om munitie van categorie III als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet.




De verdachte bevond zich kort voor het aantreffen daarvan in de onmiddellijke nabijheid van de patroonhouder. Hij zat namelijk op de bijrijdersstoel met het dashboardkasje pal voor hem. Op de telefoon van de verdachte is een foto aangetroffen van een identieke patroonhouder.


Op diezelfde foto staat de verdachte ook als gesprekspartner van degene die de patroonhouder vasthoudt (p. 99 van het dossier). De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat hij met zijn gezicht op die foto staat. Do verdachte heeft geen aannemelijke hem ontlastende verklaring gegeven voor (de combinatie van) het aantreffen van de patroonhouder en van de foto met daarop zo’n zelfde patroonhouder op zijn telefoon. Het hof gaat er dan ook van uit dat de gevonden patroonhouder en de patroonhouder waarmee de verdachte op de foto staat dezelfde patroonhouder betreft. Het hof gaat gelet op het voorgaande voorbij aan de door medeverdachte [medeverdachte] bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring en stelt die als ongeloofwaardig terzijde voor zover [medeverdachte] heeft verklaard dat de verdachte van niets wist en - mede gelet op de verklaring van de verdachte zelf over met wie hij in de auto zat - in het bijzonder ook voor zover [medeverdachte] heeft verklaard dat er nog een derde persoon in de auto zat kort voordat de patroonhouder daarin werd aangetroffen.





Gelet op de omstandigheid dat de verdachte is aangetroffen in een auto in de onmiddellijke nabijheid van de patroonhouder waarvan hij een foto op zijn telefoon had staan, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de patroonhouder en munitie in het dashboardkastje. Het hof concludeert voorts dat de verdachte beschikkingsmacht had over de patroonhouder en munitie.





Het hof acht het voorhanden hebben van de patroonhouder met daarin de zestien kogelpatronen dan ook wettig en overtuigend bewezen.





Op basis van het dossier is niet vast te stellen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte bij het voorhanden hebben van de patroonhouder en de kogels. Derhalve dient de verdachte vrijgesproken te worden van het tenlastegelegde medeplegen.”


6. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de verdachte daar heeft verklaard:


“Ik zat met [medeverdachte] in de auto. (…) Ik vind de beschuldigingen belachelijk. Toen de politie kwam heb ik netjes meegewerkt, omdat ik wist dat ik er niets mee te maken had. Ik dacht dat [medeverdachte] wegrende omdat hij onder invloed was en dat de politie hem daarom aan zou houden. Ik bleef in de auto zitten. Ik was heel rustig met de politie aan het praten totdat zij schijnbaar iets in het dashboardkastje vonden. Toen ben ik hierin beland en heb ik ook uiteindelijk 8 maanden hiervoor moeten zitten. U zegt mij dat er op mijn iPhone 8 foto's zijn aangetroffen van wapens. Die iPhone was inderdaad van mij. (…) U houdt mij een foto die op mijn telefoon stond voor (op p. 99 van het dossier) van een patroonhouder en een gezicht rechts bovenin. Het klopt dat ik dat ben. U zegt mij dat de patroonhouder op de foto in elk detail lijkt op de patroonhouder die in het dashboardkastje is aangetroffen. Ik ben het ermee eens dat ze erg op elkaar lijken. Ik heb die screenshot gemaakt tijdens een gesprek met degene die de patroonhouder vasthoudt. Ik kan mij verder niets herinneren over dat gesprek. Ik weet niet of het dezelfde patroonhouder is als die in het dashboardkastje is aangetroffen.”




De bespreking van het middel

7. De bewezenverklaring van het voorhanden hebben steunt op twee omstandigheden: (i) de patroonhouder lag in een dashboardkastje van een auto waarin de verdachte bijrijder was en (ii) de verdachte had een foto op zijn telefoon waarop dezelfde patroonhouder zichtbaar is, die wordt vastgehouden door de gesprekspartner van de verdachte. Het hof heeft daarnaast meegewogen dat de verdachte geen aannemelijke en ontlastende verklaring heeft gegeven voor deze feiten.

8. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet wist dat het gevulde patroonmagazijn in het dashboardkastje lag. Dat de verdachte passagier in de auto was, lijkt mij op zichzelf onvoldoende om het tegendeel te kunnen aannemen. Uit het bijkomende element, de foto op de telefoon van de verdachte, volgt hoogstens dat hij op enig moment heeft geweten dat een bekende van hem datzelfde patroonmagazijn tot zijn beschikking had. Het zegt niet direct iets over zijn wetenschap van de locatie van het patroonmagazijn op 5 september 2022. De twee omstandigheden zijn m.i. ook gecombineerd niet genoeg om de bewezenverklaring van het voorhanden hebben te kunnen dragen. Dat de verklaring van de verdachte onaannemelijk is, zoals het hof oordeelt, vereist (zo bezien) ook een nadere motivering en heeft daarom geen toegevoegde waarde in de bewijsredenering.



Slotsom

9. Het middel slaagt.

10. Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof gevonden.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het ten laste gelegde voorhanden hebben van een patroonmagazijn met zestien kogelpatronen en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, zodat de zaak in zoverre opnieuw kan worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.


De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG




Uit de cassatieschriftuur blijkt dat het gaat om een screenshot van een videogesprek tussen de verdachte en een onbekend gebleven ander.


Zie voor het beoordelingskader: HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504, NJ 2020/251 m.nt. Sackers, r.o. 2.4. Vgl. verder HR 19 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:680, waarin een wapen werd aangetroffen in de mouw van een jas op de achterbank van de auto. Volgens de verdachte (de bestuurder) had de medeverdachte (bijrijder) de jas achterin gelegd toen hij instapte en wist de verdachte zelf niet dat daar een wapen in zat. De Hoge Raad vernietigde het veroordelende arrest. Zie, in de categorie wapens in een auto, ook HR 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1727, NJ 2021/4 m.nt. Sackers, waarin een vuurwapen werd gevonden achter het ventilatierooster in het dashboard van een auto waarin de verdachte bijrijder was, en bovendien DNA van de verdachte werd aangetroffen op het wapen. De Hoge Raad liet de veroordeling in stand.