Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2021:886
2021-06-29
Strafrecht
20/00502
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hypotheekfraude. Verweer dat ontnemingsvordering moet worden afgewezen op de grond dat in hoofdzaak onherroepelijk is geoordeeld dat betrokkene “meer financieel nadeel dan profijt heeft overgehouden aan bewezenverklaarde feiten”. Is hof in ontnemingszaak gebonden aan oordeel van hof in hoofdzaak dat betrokkene meer financieel nadeel dan voordeel heeft gehad? Klacht faalt op redenen vermeld in HR:2021:789. Volgt verwerping. Samenhang met 20/00543 P. Vervolg op 15/00227 (niet gepubliceerd; strafzaak; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:789 Hoge Raad 01-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:297 Parket bij de Hoge Raad 06-04-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.571 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00502 P
Zitting 29 juni 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 5 februari 2020 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 290.403,42. Na te hebben volstaan met de enkele constatering van een overschrijding van de redelijke termijn, heeft het hof aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van hetzelfde bedrag.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/05515, 19/05652, 19/05436, 19/05868, 19/05701 en 20/00543. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
4. Bij de beoordeling van de middelen stuitte ik op het arrest van Uw Raad van 1 juni 2021 in de zaak met griffienummer 20/00533. Die zaak vertoont samenhang met de onderhavige zaak en met de overige zaken hierboven genoemd. Bovendien zijn de middelen die in de zaak met griffienummer 20/00533 zijn voorgesteld qua volgorde, vormgeving en inhoud nagenoeg identiek aan de middelen voorgesteld in de onderhavige zaak en eveneens afkomstig van mr. R. Zilver.
5. Ik volsta hier dan ook met een verwijzing naar de conclusie van mijn ambtgenoot Bleichrodt in de zaak met griffienummer 20/00533. Op de gronden als genoemd in die conclusie moeten de middelen in de onderhavige zaak eveneens falen.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:789.
Op de inhoudelijke zitting van het hof van 22 januari 2020 zijn de zaken tegen de betrokkenen [betrokkene 1] (21-007048-15), [betrokkene 2] (21-007047- 15) en [betrokkene] (21-007046-15) gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld; zie p. 1 van voornoemd proces-verbaal. Deze samenhang is in de cassatieprocedure kennelijk – tot nu toe – deels onopgemerkt gebleven.
Conclusie van 6 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:297.
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00502 P
Zitting 29 juni 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 5 februari 2020 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 290.403,42. Na te hebben volstaan met de enkele constatering van een overschrijding van de redelijke termijn, heeft het hof aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van hetzelfde bedrag.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/05515, 19/05652, 19/05436, 19/05868, 19/05701 en 20/00543. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
4. Bij de beoordeling van de middelen stuitte ik op het arrest van Uw Raad van 1 juni 2021 in de zaak met griffienummer 20/00533. Die zaak vertoont samenhang met de onderhavige zaak en met de overige zaken hierboven genoemd. Bovendien zijn de middelen die in de zaak met griffienummer 20/00533 zijn voorgesteld qua volgorde, vormgeving en inhoud nagenoeg identiek aan de middelen voorgesteld in de onderhavige zaak en eveneens afkomstig van mr. R. Zilver.
5. Ik volsta hier dan ook met een verwijzing naar de conclusie van mijn ambtgenoot Bleichrodt in de zaak met griffienummer 20/00533. Op de gronden als genoemd in die conclusie moeten de middelen in de onderhavige zaak eveneens falen.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:789.
Op de inhoudelijke zitting van het hof van 22 januari 2020 zijn de zaken tegen de betrokkenen [betrokkene 1] (21-007048-15), [betrokkene 2] (21-007047- 15) en [betrokkene] (21-007046-15) gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld; zie p. 1 van voornoemd proces-verbaal. Deze samenhang is in de cassatieprocedure kennelijk – tot nu toe – deels onopgemerkt gebleven.
Conclusie van 6 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:297.