Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2026:248

2026-08-18 Civiel recht CUR2023H00275
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-08-18
Publicatiedatum
2026-09-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
CUR2023H00275
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Curacao; Online gaming. Vergunninghouder en onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Vergunninghouder staat in voor betalingsverplichting van onlinecasino. Verstekverlening in eerste aanleg tegen onlinecasino. Afwijzing vordering tegen vergunninghouder betekent dat de vordering tegen niet-verschenen onlinecasino de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.527 tekens)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN


ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN


BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA






Eindvonnis in de zaak:



de naamloze vennootschap VEGA WORLD SOLUTIONS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: Vega,
oorspronkelijk medegedaagde, thans appellante,
gemachtigden: mrs. S.N. Zahedi en J.S.T. Felida,



tegen



de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN

ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),
gevestigd in Curaçao,
hierna SBGOK,
oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.






1Verder procesverloop


1.1.
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025, 17 juni 2025 en 24 maart 2026.



1.2.
Op 21 april 2026 hebben zowel Vega als SBGOK een akte genomen, SBGOK met producties.



1.3.
Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen.



1.4.
Vonnis is bepaald op heden.






2Verdere beoordeling

2.1.
Vega is in eerste aanleg niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.



2.2.
In het tussenvonnis van 24 maart 2026, rov. 2.7-2.8, heeft het Hof overwogen:



2.7.
Wel is er nauw verband tussen de vorderingen jegens Vega en GSP. Blijkens HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1910, rov. 3.5 kan GSP als vergunninghouder uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn jegens de speler als Vega ten onrechte niet uitbetaalt. GSP staat dus in voor een betalingsverplichting van Vega.



2.8.
Naar het voorlopig oordeel van het Hof is het hoger beroep in zoverre gegrond dat als de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind blijft, de vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze de rechter (nu: het Hof) onrechtmatig of ongegrond voorkomt.



2.3.
Vandaag heeft het Hof in de zaak SBGOK v. GSP (CUR2023H00282) het bestreden vonnis bevestigd. Aldus is de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind gebleven.



2.4.
Het Hof maakt zijn voorlopige beslissing in rov. 2.8 van het tussenvonnis van 24 maart 2026 (zie hiervóór rov. 2.2.) tot eindbeslissing. De vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze het Hof onrechtmatig of ongegrond voorkomt.



2.5.
De uitkomst is dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en dat de vordering moet worden afgewezen. SBGOK dient de kosten van deze procedure in beide instanties te dragen.





3Beslissing
Het Hof:

- vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende;

- wijst de vordering af;

- veroordeelt SBGOK in de kosten van deze procedure aan de zijde van Vega gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op nihil en voor het hoger beroep op Cg 6.000 aan gemachtigdensalaris, Cg 1.500 aan griffierecht en Cg 354,73 aan verschotten.

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.