Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2026:226
2026-08-18
Civiel recht
BON202500156- BON2025H00057
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bonaire; echtscheiding in plaats van scheiding van tafel en bed (1:150 lid 2 BW BES).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.586 tekens)
Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: BON202500156- BON2025H00057
Uitspraak: 18 augustus 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[Appellant],
wonende in [woonplaats],
hierna: de man,
in eerste aanleg verzoeker, verweerder tegen het zelfstandig tegenverzoek,
thans appellant,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[Geïntimeerde],
wonende in [woonplaats],
hierna: de vrouw,
in eerste aanleg verweerster, verzoekster van het zelfstandig tegenverzoek,
geïntimeerde,
procederend zonder gemachtigde.
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Het Hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- een op 9 oktober 2025 ingekomen pro forma beroepschrift (met producties), waarbij de man in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gewezen en op 29 augustus 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht);
- een op 20 november 2025 ingekomen aanvullend beroepschrift;
- een op 20 mei 2026 ingekomen verweerschrift van de vrouw.
1.2
De mondelinge behandeling door het Hof heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026 in het gerechtsgebouw in Bonaire. Partijen zijn beiden verschenen, de man bijgestaan door zijn gemachtigde.
1.3
Beschikking is aangezegd op vandaag.
2De feiten
2.1
Partijen zijn op [huwelijksdatum] 2005 gehuwd in [huwelijksplaats].
2.2
Uit dit huwelijk zijn geboren:
- [ kind 1], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats];
- [ kind 2], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats].
2.3
De man heeft rond 1 januari 2025 de echtelijke woning verlaten. Beide kinderen verblijven bij de vrouw, die in de voormalige echtelijke woning (hierna: de woning) is blijven wonen.
3De procedure bij het Gerecht
3.1
De man heeft verzocht dat het Gerecht:
a. de echtscheiding, althans de scheiding van tafel en bed, tussen partijen uitspreekt;
b. partijen gezamenlijk belast met het gezag over beide kinderen;
c. de hoofdverblijfplaats van de kinderen bepaalt bij de vrouw;
d. bepaalt dat de man USD 250 per kind per maand betaalt aan kinderalimentatie;
e. partijen veroordeelt tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon.
3.2
De vrouw heeft op de mondelinge behandeling bij het Gerecht een zelfstandig tegenverzoek gedaan tot toekenning aan haar van een partneralimentatie van USD 300 per maand.
3.3
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht in plaats van de sub a verzochte echtscheiding een scheiding van tafel en bed uitgesproken. Het Hof heeft ten aanzien van de minderjarige [kind 2] de verzoeken b. en c. van de man toegewezen. Ook verzoek e. is toegewezen. De man is veroordeeld tot betaling van USD 250 per maand aan bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] en het Gerecht heeft verstaan dat de man een bijdrage van USD 250 per maand zal betalen voor de jong-meerderjarige [kind 1].
4De beoordeling
echtscheiding in plaats van scheiding van tafel en bed
4.1
Het Gerecht heeft de scheiding van tafel en bed tussen partijen uitgesproken. Het Gerecht heeft hiervoor verwezen naar artikel 1:150 lid 2 BW BES, waarin is bepaald dat indien uit het huwelijk kinderen zijn geboren die nog minderjarig zijn, de echtscheiding op verzoek van een van de echtgenoten niet kan worden uitgesproken als de andere echtgenoot zich daartegen verzet, tenzij partijen tenminste drie jaar onafgebroken duurzaam gescheiden hebben geleefd. Aangezien die termijn nog niet is verstreken en de vrouw zich heeft verzet heeft het Gerecht geen echtscheiding uitgesproken.
4.2
In hoger beroep heeft de vrouw haar verzet tegen de echtscheiding gestaakt. Dat blijkt uit haar verweerschrift en dat heeft zij ook op de mondelinge behandeling bevestigd. Dat betekent dat het Hof de echtscheiding tussen partijen zal uitspreken. De bestreden beschikking zal worden vernietigd voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken.
overige geschilpunten
4.3
In de bestreden beschikking is in de overwegingen (in 3.6) opgenomen dat het Gerecht een onderhoudsbijdrage van de man aan de vrouw vaststelt van USD 300 per maand, onder de voorwaarde dat de vrouw water en elektriciteit van de echtelijke woning blijft betalen. Een veroordeling daartoe is kennelijk abusievelijk niet in het dictum van de beschikking opgenomen. De vrouw heeft in haar verweerschrift in hoger beroep haar zelfstandig tegenverzoek om partneralimentatie herhaald.
4.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft het Hof met partijen hierover gesproken en is naar voren gekomen dat de man USD 200 aan de vrouw betaalt voor de kosten van water en elektriciteit van de woning. De vrouw heeft verklaard dat zij afziet van partneralimentatie, onder de voorwaarde dat zij in de echtelijke woning kan blijven wonen en dat de man die bijdrage blijft betalen. De man heeft verklaard daartoe bereid te zijn. Het Hof zal dit laatste hierna vastleggen.
4.5
Tijdens de mondelinge behandeling is ook gesproken over de bijdrage die de man volgens de beschikking van het Gerecht (in 4.7 dictum) zou moeten betalen aan de jong-meerderjarige [kind 1]. De man heeft verklaard dat [kind 1] inmiddels 19 jaar is, dat zij vier dagen werkt, daarnaast een dag naar school gaat en ook nog bij hem in het restaurant werkt. Zij heeft daarom geen bijdrage in haar onderhoud nodig. De vrouw heeft verklaard dat dit klopt. Ook op dit punt zal de beschikking van het Gerecht worden vernietigd.
4.6
De vrouw heeft nog aangekaart dat zij verdeling wenst van het bedrijf dat partijen samen hebben opgebouwd gedurende hun huwelijk. Partijen zullen dit moeten bespreken in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, bij voorkeur in onderling overleg.
4.7
De beschikking waarvan beroep dient te worden vernietigd maar alleen voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, en voorzover is bepaald dat de man een bijdrage moet betalen in de kosten van levensonderhoud en studie van [kind 1]. Daarvoor in de plaats komen de beslissingen zoals hiervoor vermeld. Voor het overige zal de bestreden beschikking worden bevestigd.
4.8
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, en voorzover is bepaald dat de man een bijdrage moet betalen in het levensonderhoud en studie van de jong-meerderjarige [kind 1];
opnieuw rechtdoende:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2005 in [huwelijksplaats];
bepaalt dat de man USD 200 per maand aan de vrouw betaalt als bijdrage in de kosten van water en elektriciteit van de voormalige echtelijke woning zolang zij daar blijft wonen;
verklaart de laatste veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.M. van der Bunt en A.J.J. van Rijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Registratienummers: BON202500156- BON2025H00057
Uitspraak: 18 augustus 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[Appellant],
wonende in [woonplaats],
hierna: de man,
in eerste aanleg verzoeker, verweerder tegen het zelfstandig tegenverzoek,
thans appellant,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[Geïntimeerde],
wonende in [woonplaats],
hierna: de vrouw,
in eerste aanleg verweerster, verzoekster van het zelfstandig tegenverzoek,
geïntimeerde,
procederend zonder gemachtigde.
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Het Hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- een op 9 oktober 2025 ingekomen pro forma beroepschrift (met producties), waarbij de man in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gewezen en op 29 augustus 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht);
- een op 20 november 2025 ingekomen aanvullend beroepschrift;
- een op 20 mei 2026 ingekomen verweerschrift van de vrouw.
1.2
De mondelinge behandeling door het Hof heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026 in het gerechtsgebouw in Bonaire. Partijen zijn beiden verschenen, de man bijgestaan door zijn gemachtigde.
1.3
Beschikking is aangezegd op vandaag.
2De feiten
2.1
Partijen zijn op [huwelijksdatum] 2005 gehuwd in [huwelijksplaats].
2.2
Uit dit huwelijk zijn geboren:
- [ kind 1], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats];
- [ kind 2], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats].
2.3
De man heeft rond 1 januari 2025 de echtelijke woning verlaten. Beide kinderen verblijven bij de vrouw, die in de voormalige echtelijke woning (hierna: de woning) is blijven wonen.
3De procedure bij het Gerecht
3.1
De man heeft verzocht dat het Gerecht:
a. de echtscheiding, althans de scheiding van tafel en bed, tussen partijen uitspreekt;
b. partijen gezamenlijk belast met het gezag over beide kinderen;
c. de hoofdverblijfplaats van de kinderen bepaalt bij de vrouw;
d. bepaalt dat de man USD 250 per kind per maand betaalt aan kinderalimentatie;
e. partijen veroordeelt tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon.
3.2
De vrouw heeft op de mondelinge behandeling bij het Gerecht een zelfstandig tegenverzoek gedaan tot toekenning aan haar van een partneralimentatie van USD 300 per maand.
3.3
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht in plaats van de sub a verzochte echtscheiding een scheiding van tafel en bed uitgesproken. Het Hof heeft ten aanzien van de minderjarige [kind 2] de verzoeken b. en c. van de man toegewezen. Ook verzoek e. is toegewezen. De man is veroordeeld tot betaling van USD 250 per maand aan bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] en het Gerecht heeft verstaan dat de man een bijdrage van USD 250 per maand zal betalen voor de jong-meerderjarige [kind 1].
4De beoordeling
echtscheiding in plaats van scheiding van tafel en bed
4.1
Het Gerecht heeft de scheiding van tafel en bed tussen partijen uitgesproken. Het Gerecht heeft hiervoor verwezen naar artikel 1:150 lid 2 BW BES, waarin is bepaald dat indien uit het huwelijk kinderen zijn geboren die nog minderjarig zijn, de echtscheiding op verzoek van een van de echtgenoten niet kan worden uitgesproken als de andere echtgenoot zich daartegen verzet, tenzij partijen tenminste drie jaar onafgebroken duurzaam gescheiden hebben geleefd. Aangezien die termijn nog niet is verstreken en de vrouw zich heeft verzet heeft het Gerecht geen echtscheiding uitgesproken.
4.2
In hoger beroep heeft de vrouw haar verzet tegen de echtscheiding gestaakt. Dat blijkt uit haar verweerschrift en dat heeft zij ook op de mondelinge behandeling bevestigd. Dat betekent dat het Hof de echtscheiding tussen partijen zal uitspreken. De bestreden beschikking zal worden vernietigd voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken.
overige geschilpunten
4.3
In de bestreden beschikking is in de overwegingen (in 3.6) opgenomen dat het Gerecht een onderhoudsbijdrage van de man aan de vrouw vaststelt van USD 300 per maand, onder de voorwaarde dat de vrouw water en elektriciteit van de echtelijke woning blijft betalen. Een veroordeling daartoe is kennelijk abusievelijk niet in het dictum van de beschikking opgenomen. De vrouw heeft in haar verweerschrift in hoger beroep haar zelfstandig tegenverzoek om partneralimentatie herhaald.
4.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft het Hof met partijen hierover gesproken en is naar voren gekomen dat de man USD 200 aan de vrouw betaalt voor de kosten van water en elektriciteit van de woning. De vrouw heeft verklaard dat zij afziet van partneralimentatie, onder de voorwaarde dat zij in de echtelijke woning kan blijven wonen en dat de man die bijdrage blijft betalen. De man heeft verklaard daartoe bereid te zijn. Het Hof zal dit laatste hierna vastleggen.
4.5
Tijdens de mondelinge behandeling is ook gesproken over de bijdrage die de man volgens de beschikking van het Gerecht (in 4.7 dictum) zou moeten betalen aan de jong-meerderjarige [kind 1]. De man heeft verklaard dat [kind 1] inmiddels 19 jaar is, dat zij vier dagen werkt, daarnaast een dag naar school gaat en ook nog bij hem in het restaurant werkt. Zij heeft daarom geen bijdrage in haar onderhoud nodig. De vrouw heeft verklaard dat dit klopt. Ook op dit punt zal de beschikking van het Gerecht worden vernietigd.
4.6
De vrouw heeft nog aangekaart dat zij verdeling wenst van het bedrijf dat partijen samen hebben opgebouwd gedurende hun huwelijk. Partijen zullen dit moeten bespreken in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, bij voorkeur in onderling overleg.
4.7
De beschikking waarvan beroep dient te worden vernietigd maar alleen voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, en voorzover is bepaald dat de man een bijdrage moet betalen in de kosten van levensonderhoud en studie van [kind 1]. Daarvoor in de plaats komen de beslissingen zoals hiervoor vermeld. Voor het overige zal de bestreden beschikking worden bevestigd.
4.8
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, voorzover de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, en voorzover is bepaald dat de man een bijdrage moet betalen in het levensonderhoud en studie van de jong-meerderjarige [kind 1];
opnieuw rechtdoende:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2005 in [huwelijksplaats];
bepaalt dat de man USD 200 per maand aan de vrouw betaalt als bijdrage in de kosten van water en elektriciteit van de voormalige echtelijke woning zolang zij daar blijft wonen;
verklaart de laatste veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.M. van der Bunt en A.J.J. van Rijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.