Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2026:222

2026-07-28 Civiel recht AUA2024H00166
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
AUA2024H00166
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aruba. Rioolwaterzuiveringsinstallatie. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2026:127. Kort geding. Afstemmingsregel.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.752 tekens)
Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202400787 – AUA2024H00166
Uitspraak: 28 juli 2026 (in Curaçao)




GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba




V O N N I S



in kort geding in de zaak van:



de openbare rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde,
thans appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,



tegen:



de naamloze vennootschap

MANOR BEACH RESORT N.V.,

handelende onder de naam Amsterdam Manor Beach Resort,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. P.R.C. Brown,



en van:



de naamloze vennootschap

MANOR BEACH RESORT N.V.,

handelende onder de naam Amsterdam Manor Beach Resort,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellante in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. P.R.C. Brown,



tegen:



de naamloze vennootschap

ARUBA WASTEWATER SUSTAINABLE SOLUTIONS N.V.,

gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. A.A. Ruiz, B.F.H. Croes en I.R. Wever.
Partijen worden hierna het Land, Manor Beach en AWSS genoemd.






1De zaak in het kort


Dit kort geding heeft betrekking op een rioolwaterzuiveringsinstallatie die volgens Manor Beach gebrekkig is en overlast veroorzaakt.
In dit hoger beroep heeft het Hof een tussenvonnis gewezen.
Nu wijst het Hof een eindvonnis. Het kort geding wordt grotendeels afgedaan door toepassing van de afstemmingsregel.






2Het verdere verloop van de procedure


2.1
Bij vonnis van 26 mei 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:127 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen.



2.2
Op de rol van 9 juni 2026 hebben de gemachtigden van elk van de drie procespartijen een akte ingediend.



2.3
Vonnis is bij vervroeging bepaald op vandaag.






3De verdere beoordeling



in de zaak tussen Manor Beach en het Land





in principaal hoger beroep




3.1
Het Hof beoordeelt de vraag of de afstemmingsregel moet worden toegepast aan de hand van het toetsingskader als vermeld in HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:806, rov. 3.2.2. De omstandigheid dat het vonnis van het Hof van 31 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:64, niet in kracht van gewijsde is gegaan, brengt (anders dan Manor Beach heeft aangevoerd) niet mee dat voorzichtigheid is geboden. Hetgeen Manor Beach in haar akte van 9 juni 2026 tegen het vonnis van 31 maart 2026 heeft aangevoerd, is onvoldoende om een uitzondering op de afstemmingsregel te aanvaarden. Er kan niet uit worden afgeleid dat het vonnis van 31 maart 2026 op een evidente misslag berust. Manor Beach heeft geen beroep gedaan op wijziging van omstandigheden na het vonnis van 31 maart 2026. Het Hof gaat daarom ervan uit dat het Land vanaf 1 juli 2024 geen zeggenschap meer heeft over de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De vorderingen tegen het Land zijn reeds om die reden in dit hoger beroep niet meer toewijsbaar.



3.2
De vernietiging van het in hoger beroep bestreden vonnis van 8 mei 2024 berust op een wijziging van omstandigheden per 1 juli 2024. Daarom dient het Hof na te gaan of de rechter van het Gerecht ten tijde van haar vonnis terecht tot haar beslissing is gekomen (zie: HR 16 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:918, 3.4.2). In het principaal hoger beroep van het Land gebeurt dit aan de hand van de afstemmingsregel. In zijn vonnis van 31 maart 2026 heeft het Hof geoordeeld dat de hinder onrechtmatig was. Voldoende aannemelijk is dat de toegewezen voorzieningen nodig waren om de onrechtmatige hinder weg te nemen of te verminderen. Dit betekent dat aangenomen moet worden dat het Gerecht destijds tot de juiste beslissing is gekomen, voor zover de vorderingen van Manor Beach tegen het Land zijn toegewezen. Daaruit volgt dat in het geding tussen Manor Beach en het Land laatstgenoemde terecht is veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en dat het Land ook in het (op 27 mei 2024 ingestelde) principaal hoger beroep in de kosten zal worden veroordeeld.



in incidenteel hoger beroep





3.3
Manor Beach is in incidenteel hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van het gevorderde verbod om nieuwe hotels en appartementencomplexen aan te sluiten op het rioleringssysteem.



3.4
Het Hof verenigt zich met hetgeen het Gerecht heeft overwogen ter motivering van die beslissing. Het voegt eraan toe dat Manor Beach onvoldoende spoedeisend belang had bij dat verbod. Het incidenteel hoger beroep slaagt dus niet. Manor Beach moet worden veroordeeld in de kosten daarvan, voor zover aan de zijde van het Land gevallen.



in de zaak tussen Manor Beach en AWSS





in incidenteel hoger beroep





3.5
Zoals in het tussenvonnis voorshands is geoordeeld, is Manor Beach niet-ontvankelijk in dit incidenteel hoger beroep. Dit brengt mee dat Manor Beach moet worden veroordeeld in de kosten ervan.



B E S L I S S I N G



Het Hof:




in de zaak tussen Manor Beach en het Land





in principaal hoger beroep




vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover daarbij vorderingen tegen het Land zijn toegewezen;



en in zoverre opnieuw rechtdoende:



wijst de toegewezen vorderingen tegen het Land alsnog af;



veroordeelt niettemin het Land in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Manor Beach gevallen en begroot op Afl. 678,60 aan verschotten en Afl. 1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening;



veroordeelt het Land tevens in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, aan de zijde van Manor Beach gevallen en tot op heden begroot op Afl. 207,00 aan verschotten en Afl. 5.000,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2026 tot aan de dag van de voldoening;



verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;




in incidenteel hoger beroep




bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover daarbij vorderingen tegen het Land zijn afgewezen;



veroordeelt Manor Beach in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van het Land gevallen en tot op heden begroot op Afl. 207,00 aan verschotten en Afl. 750,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2026 tot aan de dag van de voldoening;



verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;




in de zaak tussen Manor Beach en AWSS





in incidenteel hoger beroep




verklaart Manor Beach niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep;



veroordeelt Manor Beach in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van AWSS gevallen en tot op heden begroot op Afl. 207,00 aan verschotten en Afl. 1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde;



verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.




Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en H.E. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.