Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2026:102
2026-03-31
Civiel recht
AUA2025H00138
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aruba; afwijzing adoptie (1:227 en 1:228 BW). Geslachtsnaamwijzing bij adoptie (1:5f BW, 1:5k BW en 1:5l BW
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.027 tekens)
Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: AUA202303975 - AUA2025H00138
Uitspraak: 31 maart 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[de voogdes],
hierna: de voogdes,
appellante,
gemachtigde: mr. R. Marchena,
betreffende de adoptie van:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in Aruba, hierna: de minderjarige,
met als belanghebbende:
[de moeder],
verblijvende in [verblijfplaats],
hierna: de moeder.
1De zaak in het kort
De minderjarige woont sinds kort na haar geboorte in het gezin van de voogdes, die verzocht heeft haar te mogen adopteren. Het Gerecht heeft dit verzoek afgewezen, omdat adoptie op dit moment gelet op de jonge leeftijd van de minderjarige niet in haar belang is. Daarbij speelt volgens het Gerecht de onzekerheid een rol over de toekomstplannen van de moeder (die in [land] een behandeling ondergaat voor haar drugsverslaving). Het Hof komt tot dezelfde beslissing als het Gerecht.
2Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.1
Het Hof heeft de volgende processtukken ontvangen:
- een beroepschrift van 23 juni 2025;
- een emailbericht van 4 februari 2026 van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Aruba (hierna: te noemen ambtenaar BS) met als bijlage een schriftelijk advies.
2.2
De mondelinge behandeling door het Hof heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026 in het Gerechtsgebouw in Aruba. Verschenen zijn de voogdes, bijgestaan door haar gemachtigde, [tante van de moeder] (een tante van de moeder) en [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad. De moeder heeft via een Whatsapp-videogesprek haar mening gegeven over het adoptieverzoek. Aanwezig was S. Torres, die als tolk is opgetreden.
2.3
Beschikking is aangezegd en bepaald op vandaag.
3De feiten
3.1
De minderjarige (van wie de vader onbekend is) verblijft sinds kort na haar geboorte op 16 mei 2021 in huis bij appellante (een nicht van de moeder), die samenwoont met de tante en de oma van appellante.
3.2
Het Gerecht heeft bij beschikking van 14 december 2021 de moeder ontheven uit het gezag over de minderjarige en de appellante benoemd tot voogdes.
4De procedure bij het Gerecht
4.1
De voogdes heeft de adoptie van de minderjarige verzocht en daarnaast wijziging van voornaam en geslachtsnaam, zodat zij zal heten: [naam].
4.2
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht het verzoek tot adoptie afgewezen met als motivering dat de adoptie (op dit moment) gelet op haar jonge leeftijd niet in het kennelijk belang van de minderjarige is, waarbij een rol speelt dat de moeder de gelegenheid moet krijgen haar rol als moeder weer op zich te nemen.
5De beoordeling
adoptie-vereisten voor toewijzing
5.1
Een verzoek tot adoptie kan volgens artikel 1:227 BW worden toegewezen op verzoek van een echtpaar of op verzoek van een persoon alleen, zoals in dit geval. Het verzoek wordt alleen toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en aan de voorwaarden genoemd in artikel 1:228 BW is voldaan. Artikel 1:228 BW luidt onder meer (voor zover in dit geval relevant):
“ 1. Voorwaarden voor adoptie zijn:
(…)
d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;
2. Aan de tegenspraak van een ouder als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan worden voorbijgegaan:
a. indien het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd;
(…)”.
adoptie-omstandigheden moeder en voogdes
5.2
Over de situatie van de moeder is uit het rapport van de Voogdijraad en de verklaringen tijdens de mondelinge behandeling het volgende gebleken. Tijdens de zwangerschap van de prematuur geboren minderjarige gebruikte de moeder drugs en na ontslag uit het ziekenhuis was zij een periode onvindbaar. Het kind is kort na de geboorte in huis gekomen bij de voogdes en heeft nooit met de moeder in gezinsverband samengeleefd. Vanaf oktober 2022 verblijft de moeder in een rehabilitatie instelling in [land], waar zij ook psychiatrische en psychologische bijstand ontvangt. Uit het Voogdijraadrapport van 11 juni 2024 blijkt het volgende. Bij de moeder is een milde cognitieve stoornis geconstateerd en soms treden geheugenstoornissen op. Daarnaast zijn recidiverende depressieve episoden geconstateerd en dysforie (prikkelbare stemming met angst en rusteloosheid). De moeder heeft geen motivatie om het rehabilitatieprogramma af te maken, maar ook niet om de instelling te verlaten. In dit rapport is voorts vermeld dat zij in de toekomst haar rol als moeder weer op zich wil nemen en dat zij het niet eens is met het adoptieverzoek.
5.3
Tijdens het videogesprek bij de mondelinge behandeling (ruim anderhalf jaar na het Voogdijrapport) heeft de moeder desgevraagd verklaard dat zij aan het herstellen is, een woning wil gaan zoeken en voorlopig in [land] blijft. Op de vraag van het Hof of zij akkoord is met de adoptie antwoordde de moeder bevestigend, maar vroeg om een contactregeling met haar dochter en om die regeling op schrift vast te leggen.
5.4
Over de situatie van de voogdes schrijft de Voogdijraad in genoemd rapport dat zij de minderjarige met veel liefde en aandacht verzorgt en haar een positieve en veilige omgeving biedt. De voogdes heeft een vaste baan (als wedding planner bij een hotel), een stabiele woon- en leefsituatie (zij woont samen met haar grootmoeder, haar tante en een neef)en heeft daarnaast haar partner, broer en zus als netwerk. Gevraagd naar de reden voor het adoptieverzoek noemt de voogdes de veiligheid van het kind, gelet op de criminele achtergronden van de familie van de moeder. Adoptie en een andere achternaam zou de minderjarige kunnen behoeden voor mogelijke bedreigingen.
adoptie-beoordeling
5.5
Voorop staat dat het doorsnijden van de familiebanden door adoptie een ingrijpende beslissing is, waarbij het kennelijk belang van het kind leidend is, maar ook de belangen en omstandigheden van in dit geval de moeder enerzijds en de pleegmoeder/voogdes anderzijds meegewogen moeten worden.
5.6
Het Hof is het eens met het Gerecht dat een adoptie op dit moment niet in het kennelijk belang van de minderjarige is. Daarbij speelt haar jonge leeftijd een rol en ook de houding van de moeder, die in juni 2024 nog gekant was tegen het adoptieverzoek. Tijdens de zitting in hoger beroep leek de moeder bovendien op een vraag naar haar mening over de adoptie niet voldoende doordrongen van de ingrijpendheid van het verzoek. Daarmee is onduidelijk gebleven of de moeder haar eerdere verzet tegen de adoptie helemaal heeft gestaakt en is de indruk ontstaan dat zij de ingrijpende gevolgen van de adoptie niet goed heeft begrepen en niet helemaal heeft doordacht. Het Whatsapp-gesprek tijdens de zitting, waar de moeder niet op voorbereid was, was te kort om het Hof het vertrouwen te geven dat daarop verantwoord een beslissing tot adoptie kan worden gebaseerd.
5.7
Weliswaar kan in dit geval volgens de wet aan verzet van de moeder voorbijgegaan worden, omdat vast staat dat zij nooit in gezinsverband met de minderjarige heeft samengeleefd (zie het hiervoor in 5.1 geciteerde artikel 1:228 BW). De situatie van de moeder is echter nog niet uitgekristalliseerd. Of zij haar verslaving achter zich kan laten en of zij op den duur terug wil keren naar Aruba zijn nog open vragen. Ook al is de leefsituatie van de minderjarige bij de voogdes stabiel en liefdevol, het definitief doorsnijden van de familiebanden met de moeder is naar het oordeel van het Hof nu nog te vroeg. Het Hof ziet vooralsnog ook niet in dat het in het kennelijke belang van de minderjarige is dat de familiebanden met haar moeder worden doorgesneden. Dat is niet nodig voor een liefdevolle verzorging door voogdes. Het Hof heeft er vertrouwen in dat de minderjarige ook zonder adoptie voldoende beveiligd kan worden.
5.8
Dit betekent dat het adoptieverzoek zal worden afgewezen. Daarmee kan van een geslachtsnaamwijziging op dit moment geen sprake zijn en is ook de voornaamswijziging prematuur.
geslachtsnaamwijziging-ten overvloede
5.9
Voor het geval in de toekomst adoptie en geslachtsnaamwijziging opnieuw aan de orde komen geldt het volgende. In artikel 1:5k en 1:5l BW is geregeld wat er met de geslachtsnaam gebeurt na adoptie. Als het kind door de adoptie alleen in familierechtelijke betrekking tot de vader staat krijgt het de geslachtsnaam van de vader (artikel 1:5k BW). Het kind krijgt ook de geslachtsnaam van de vader als de adoptie plaatsvindt door twee gehuwde adoptanten, tenzij zij gezamenlijk een andere naam kiezen (artikel 1:5l lid 1 BW). Anders dan de ambtenaar BS meent is er in dit geval (adoptie waarbij het kind alleen in familierechtelijke betrekking tot een moeder komt te staan) geen leemte in de wet. Die situatie valt onder artikel 1:5f BW, waarin staat dat als een kind alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder staat het haar geslachtsnaam heeft. Dit laatste artikel is ook in geval van adoptie van toepassing.
5.10
Dit betekent dus dat indien een adoptieverzoek van de voogdes in de toekomst wordt toegewezen de minderjarige haar geslachtsnaam krijgt.
slotsom
5.11
Het hoger beroep gaat niet op en de beschikking waarvan beroep zal worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.A. Saleh en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Registratienummers: AUA202303975 - AUA2025H00138
Uitspraak: 31 maart 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[de voogdes],
hierna: de voogdes,
appellante,
gemachtigde: mr. R. Marchena,
betreffende de adoptie van:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in Aruba, hierna: de minderjarige,
met als belanghebbende:
[de moeder],
verblijvende in [verblijfplaats],
hierna: de moeder.
1De zaak in het kort
De minderjarige woont sinds kort na haar geboorte in het gezin van de voogdes, die verzocht heeft haar te mogen adopteren. Het Gerecht heeft dit verzoek afgewezen, omdat adoptie op dit moment gelet op de jonge leeftijd van de minderjarige niet in haar belang is. Daarbij speelt volgens het Gerecht de onzekerheid een rol over de toekomstplannen van de moeder (die in [land] een behandeling ondergaat voor haar drugsverslaving). Het Hof komt tot dezelfde beslissing als het Gerecht.
2Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.1
Het Hof heeft de volgende processtukken ontvangen:
- een beroepschrift van 23 juni 2025;
- een emailbericht van 4 februari 2026 van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Aruba (hierna: te noemen ambtenaar BS) met als bijlage een schriftelijk advies.
2.2
De mondelinge behandeling door het Hof heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026 in het Gerechtsgebouw in Aruba. Verschenen zijn de voogdes, bijgestaan door haar gemachtigde, [tante van de moeder] (een tante van de moeder) en [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad. De moeder heeft via een Whatsapp-videogesprek haar mening gegeven over het adoptieverzoek. Aanwezig was S. Torres, die als tolk is opgetreden.
2.3
Beschikking is aangezegd en bepaald op vandaag.
3De feiten
3.1
De minderjarige (van wie de vader onbekend is) verblijft sinds kort na haar geboorte op 16 mei 2021 in huis bij appellante (een nicht van de moeder), die samenwoont met de tante en de oma van appellante.
3.2
Het Gerecht heeft bij beschikking van 14 december 2021 de moeder ontheven uit het gezag over de minderjarige en de appellante benoemd tot voogdes.
4De procedure bij het Gerecht
4.1
De voogdes heeft de adoptie van de minderjarige verzocht en daarnaast wijziging van voornaam en geslachtsnaam, zodat zij zal heten: [naam].
4.2
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht het verzoek tot adoptie afgewezen met als motivering dat de adoptie (op dit moment) gelet op haar jonge leeftijd niet in het kennelijk belang van de minderjarige is, waarbij een rol speelt dat de moeder de gelegenheid moet krijgen haar rol als moeder weer op zich te nemen.
5De beoordeling
adoptie-vereisten voor toewijzing
5.1
Een verzoek tot adoptie kan volgens artikel 1:227 BW worden toegewezen op verzoek van een echtpaar of op verzoek van een persoon alleen, zoals in dit geval. Het verzoek wordt alleen toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en aan de voorwaarden genoemd in artikel 1:228 BW is voldaan. Artikel 1:228 BW luidt onder meer (voor zover in dit geval relevant):
“ 1. Voorwaarden voor adoptie zijn:
(…)
d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;
2. Aan de tegenspraak van een ouder als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan worden voorbijgegaan:
a. indien het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd;
(…)”.
adoptie-omstandigheden moeder en voogdes
5.2
Over de situatie van de moeder is uit het rapport van de Voogdijraad en de verklaringen tijdens de mondelinge behandeling het volgende gebleken. Tijdens de zwangerschap van de prematuur geboren minderjarige gebruikte de moeder drugs en na ontslag uit het ziekenhuis was zij een periode onvindbaar. Het kind is kort na de geboorte in huis gekomen bij de voogdes en heeft nooit met de moeder in gezinsverband samengeleefd. Vanaf oktober 2022 verblijft de moeder in een rehabilitatie instelling in [land], waar zij ook psychiatrische en psychologische bijstand ontvangt. Uit het Voogdijraadrapport van 11 juni 2024 blijkt het volgende. Bij de moeder is een milde cognitieve stoornis geconstateerd en soms treden geheugenstoornissen op. Daarnaast zijn recidiverende depressieve episoden geconstateerd en dysforie (prikkelbare stemming met angst en rusteloosheid). De moeder heeft geen motivatie om het rehabilitatieprogramma af te maken, maar ook niet om de instelling te verlaten. In dit rapport is voorts vermeld dat zij in de toekomst haar rol als moeder weer op zich wil nemen en dat zij het niet eens is met het adoptieverzoek.
5.3
Tijdens het videogesprek bij de mondelinge behandeling (ruim anderhalf jaar na het Voogdijrapport) heeft de moeder desgevraagd verklaard dat zij aan het herstellen is, een woning wil gaan zoeken en voorlopig in [land] blijft. Op de vraag van het Hof of zij akkoord is met de adoptie antwoordde de moeder bevestigend, maar vroeg om een contactregeling met haar dochter en om die regeling op schrift vast te leggen.
5.4
Over de situatie van de voogdes schrijft de Voogdijraad in genoemd rapport dat zij de minderjarige met veel liefde en aandacht verzorgt en haar een positieve en veilige omgeving biedt. De voogdes heeft een vaste baan (als wedding planner bij een hotel), een stabiele woon- en leefsituatie (zij woont samen met haar grootmoeder, haar tante en een neef)en heeft daarnaast haar partner, broer en zus als netwerk. Gevraagd naar de reden voor het adoptieverzoek noemt de voogdes de veiligheid van het kind, gelet op de criminele achtergronden van de familie van de moeder. Adoptie en een andere achternaam zou de minderjarige kunnen behoeden voor mogelijke bedreigingen.
adoptie-beoordeling
5.5
Voorop staat dat het doorsnijden van de familiebanden door adoptie een ingrijpende beslissing is, waarbij het kennelijk belang van het kind leidend is, maar ook de belangen en omstandigheden van in dit geval de moeder enerzijds en de pleegmoeder/voogdes anderzijds meegewogen moeten worden.
5.6
Het Hof is het eens met het Gerecht dat een adoptie op dit moment niet in het kennelijk belang van de minderjarige is. Daarbij speelt haar jonge leeftijd een rol en ook de houding van de moeder, die in juni 2024 nog gekant was tegen het adoptieverzoek. Tijdens de zitting in hoger beroep leek de moeder bovendien op een vraag naar haar mening over de adoptie niet voldoende doordrongen van de ingrijpendheid van het verzoek. Daarmee is onduidelijk gebleven of de moeder haar eerdere verzet tegen de adoptie helemaal heeft gestaakt en is de indruk ontstaan dat zij de ingrijpende gevolgen van de adoptie niet goed heeft begrepen en niet helemaal heeft doordacht. Het Whatsapp-gesprek tijdens de zitting, waar de moeder niet op voorbereid was, was te kort om het Hof het vertrouwen te geven dat daarop verantwoord een beslissing tot adoptie kan worden gebaseerd.
5.7
Weliswaar kan in dit geval volgens de wet aan verzet van de moeder voorbijgegaan worden, omdat vast staat dat zij nooit in gezinsverband met de minderjarige heeft samengeleefd (zie het hiervoor in 5.1 geciteerde artikel 1:228 BW). De situatie van de moeder is echter nog niet uitgekristalliseerd. Of zij haar verslaving achter zich kan laten en of zij op den duur terug wil keren naar Aruba zijn nog open vragen. Ook al is de leefsituatie van de minderjarige bij de voogdes stabiel en liefdevol, het definitief doorsnijden van de familiebanden met de moeder is naar het oordeel van het Hof nu nog te vroeg. Het Hof ziet vooralsnog ook niet in dat het in het kennelijke belang van de minderjarige is dat de familiebanden met haar moeder worden doorgesneden. Dat is niet nodig voor een liefdevolle verzorging door voogdes. Het Hof heeft er vertrouwen in dat de minderjarige ook zonder adoptie voldoende beveiligd kan worden.
5.8
Dit betekent dat het adoptieverzoek zal worden afgewezen. Daarmee kan van een geslachtsnaamwijziging op dit moment geen sprake zijn en is ook de voornaamswijziging prematuur.
geslachtsnaamwijziging-ten overvloede
5.9
Voor het geval in de toekomst adoptie en geslachtsnaamwijziging opnieuw aan de orde komen geldt het volgende. In artikel 1:5k en 1:5l BW is geregeld wat er met de geslachtsnaam gebeurt na adoptie. Als het kind door de adoptie alleen in familierechtelijke betrekking tot de vader staat krijgt het de geslachtsnaam van de vader (artikel 1:5k BW). Het kind krijgt ook de geslachtsnaam van de vader als de adoptie plaatsvindt door twee gehuwde adoptanten, tenzij zij gezamenlijk een andere naam kiezen (artikel 1:5l lid 1 BW). Anders dan de ambtenaar BS meent is er in dit geval (adoptie waarbij het kind alleen in familierechtelijke betrekking tot een moeder komt te staan) geen leemte in de wet. Die situatie valt onder artikel 1:5f BW, waarin staat dat als een kind alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder staat het haar geslachtsnaam heeft. Dit laatste artikel is ook in geval van adoptie van toepassing.
5.10
Dit betekent dus dat indien een adoptieverzoek van de voogdes in de toekomst wordt toegewezen de minderjarige haar geslachtsnaam krijgt.
slotsom
5.11
Het hoger beroep gaat niet op en de beschikking waarvan beroep zal worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.A. Saleh en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.