Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2023:44
2023-03-21
Strafrecht
HAR-17/2023 en 555.00043/23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige hechtenis: autodiefstal, geschokte rechtsorde in Curaçao, omvang vordering inbewaringstelling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.671 tekens)
Nummer: HAR-17/2023
Parketnummer: 555.00043/23
Datum uitspraak: 21 maart 2023
Aantekening mondelinge beschikking gegeven ex artikel 39 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in het hoger beroep ex artikel 104 Sv zijdens de verdachte, ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 7 maart 2023, in de zaak van:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],wonende in [woonplaats],
thans alhier gedetineerd.
De beoordeling
Het Hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren die tot het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid nog bestaan. Dat geldt niet ten aanzien van de gronden die tot het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid.
In de strafzaak van de verdachte gaat het om de diefstal c.q. heling van een of meerdere auto’s. Het Hof is van oordeel dat het zich op grote(re) schaal inlaten met diefstal c.q. heling van auto’s in een samenleving als Curaçao waar de auto een prominente plaats inneemt, de rechtsorde kunnen schokken. Het Hof heeft echter in dit geval te kijken naar het feit waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis is genomen. Dat gezegd hebbende is het Hof van oordeel dat het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit, te weten de diefstal/heling van slechts één auto, de grond van een geschokte rechtsorde niet kan dragen. Daaraan doet niet af, dat er volgens het openbaar ministerie aanwijzingen bestaan voor het aannemen van een verdergaande betrokkenheid van de verdachte bij diefstal/heling van (onderdelen van) auto’s, nu de voorlopige hechtenis niet ook daarvoor is bevolen.
Voorts is niet aannemelijk geworden dat nader onderzoek ten aanzien van het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit moet worden verricht waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis moet blijven. Het Hof ziet dan ook geen reden de onderzoeksgrond te handhaven.
Dit betekent dat de gronden voor de voorlopige hechtenis niet (meer) aanwezig zijn.
De beslissing
Het Hof:
wijst toe het hoger beroep;
heft op de voorlopige hechtenis van de verdachte met onmiddellijke ingang.
Deze beschikking is uitgesproken op 21 maart 2023 in Curaçao door mrs. R.L.M. van Opstal, F.V.L.M. Wannyn en R. Veldhuisen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, in tegenwoordigheid van de griffier.
Parketnummer: 555.00043/23
Datum uitspraak: 21 maart 2023
Aantekening mondelinge beschikking gegeven ex artikel 39 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in het hoger beroep ex artikel 104 Sv zijdens de verdachte, ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 7 maart 2023, in de zaak van:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],wonende in [woonplaats],
thans alhier gedetineerd.
De beoordeling
Het Hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren die tot het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid nog bestaan. Dat geldt niet ten aanzien van de gronden die tot het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid.
In de strafzaak van de verdachte gaat het om de diefstal c.q. heling van een of meerdere auto’s. Het Hof is van oordeel dat het zich op grote(re) schaal inlaten met diefstal c.q. heling van auto’s in een samenleving als Curaçao waar de auto een prominente plaats inneemt, de rechtsorde kunnen schokken. Het Hof heeft echter in dit geval te kijken naar het feit waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis is genomen. Dat gezegd hebbende is het Hof van oordeel dat het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit, te weten de diefstal/heling van slechts één auto, de grond van een geschokte rechtsorde niet kan dragen. Daaraan doet niet af, dat er volgens het openbaar ministerie aanwijzingen bestaan voor het aannemen van een verdergaande betrokkenheid van de verdachte bij diefstal/heling van (onderdelen van) auto’s, nu de voorlopige hechtenis niet ook daarvoor is bevolen.
Voorts is niet aannemelijk geworden dat nader onderzoek ten aanzien van het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit moet worden verricht waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis moet blijven. Het Hof ziet dan ook geen reden de onderzoeksgrond te handhaven.
Dit betekent dat de gronden voor de voorlopige hechtenis niet (meer) aanwezig zijn.
De beslissing
Het Hof:
wijst toe het hoger beroep;
heft op de voorlopige hechtenis van de verdachte met onmiddellijke ingang.
Deze beschikking is uitgesproken op 21 maart 2023 in Curaçao door mrs. R.L.M. van Opstal, F.V.L.M. Wannyn en R. Veldhuisen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, in tegenwoordigheid van de griffier.