Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2023:247

2023-12-13 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht AUA2023H00056
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2023-12-13
Publicatiedatum
2023-12-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
AUA2023H00056
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om internationale bescherming buiten behandeling gesteld. Geen procesbelang. Verzoeken om internationale bescherming en daarmee verband houdende juridische procedures zijn ingetrokken. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.398 tekens)
AUA2023H00056
Datum uitspraak: 13 december 2023











gemeenschappelijk hof van jusTitie


van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN


EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA










Uitspraak op het hoger beroep van:



[appellant], verblijvend in Colombia,



appellant,



tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 1 maart 2023 in zaak nr. AUA202203091, in het geding tussen:



appellant



en



de minister van Arbeid, Integratie en Energie (hierna: de minister)




Procesverloop


Bij beschikking van 17 november 2021 heeft de minister het verzoek van [appellant] om internationale bescherming, buiten behandeling gesteld.



Bij beschikking van 29 juli 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard (hierna: bestreden beschikking).



Bij uitspraak van 1 maart 2023 heeft het Gerecht het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.



Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.



[appellant] heeft nadere stukken ingediend.



Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 oktober 2023. [appellant] werd vertegenwoordigd door mr. M.B. Boyce, advocaat, vergezeld door mr. N. Esquivel. De minister werd vertegenwoordigd door mr. L.J. Pieters, advocaat.




Overwegingen



[appellant] is geboren op [geboortedatum] 1999 in Venezuela en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Op 11 februari 2019 is hij met zijn broer en zus naar Aruba gereisd. Op diezelfde datum heeft hij de minister verzocht om internationale bescherming. Bij beschikking van 17 november 2021 heeft de minister het verzoek buiten behandeling gesteld omdat [appellant] niet bereikbaar was. Daartegen maakt hij op 7 juli 2022 bezwaar, stellende dat hij pas op 22 juni 2022 kennis heeft kunnen nemen van de beschikking. Bij de bestreden beschikking is het bezwaar nietontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Volgens de minister was [appellant] al eerder dan 22 juni 2022 in kennis gesteld van de buitenbehandelingstelling van zijn beschermingsverzoek omdat hij op 10 december 2021 een nieuw verzoek ingediend heeft.


Het Gerecht heeft overwogen dat een bezwaarschrift zo spoedig als dit rederlijkwijs verlangd kan worden is ingediend, wanneer het binnen twee weken na de ontvangst van de beschikking is ingediend. Ook als er met [appellant] van uit wordt gegaan dat hij de beschikking pas op 22 juni 2022 heeft ontvangen, is het bezwaarschrift niet ingediend binnen een termijn van twee weken na die datum. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, aldus het Gerecht.


Het Hof overweegt ambtshalve het volgende. Bij meerdere emailberichten van 8 september 2022 heeft de gemachtigde van [appellant] aan Departamento Integracion, Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS) bericht dat [appellant] zijn 'asielzaken intrekt'. Op 9 september 2022 heeft [appellant] door middel van een formulier "Declaracion de renuncia a todos los casos legales referente a la peticion de asilo en Aruba" schriftelijk ten overstaan van Guarda Nos Costa verklaard dat hij al zijn verzoeken om internationale bescherming en daarmee verband houdende juridische procedures intrekt en dat hij via Colombia terugkeert naar Venezuela. Daarbij heeft hij vermeld dat hij zijn verklaring niet onder druk heeft gegeven, maar volledig vrijwillig. Het Hof ziet mede gelet op de betrokkenheid van zijn gemachtigde geen grond voor het oordeel dat aan deze verklaring moet worden getwijfeld of dat deze ondanks de vermelding dat dat niet is gebeurd onder druk is afgelegd. Dat hij bij de brief van 11 september 2022 aan zijn gemachtigde heeft bericht dat hij zijn verzoeken om internationale bescherming toch niet in wil trekken, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Een onvoorwaardelijk gegeven intrekking kan naderhand niet ongedaan worden gemaakt. Onder deze omstandigheden kan hij door zijn hoger beroep niet in een gunstiger positie geraken. Gelet hierop heeft [appellant] geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.


Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.


De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.





Beslissing


Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:




verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.


Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.













w.g. Bel
voorzitter


w.g. Van der Heide
griffier








Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2023.