Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2023:173
2023-04-25
Civiel recht
AUA201804181 - AUA2020H00043
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Benoeming bijzondere curator.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.469 tekens)
Burgerlijke zaken over 2023
Registratienummers: AUA201804181 - AUA2020H00043
Uitspraak: 25 april 2023
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis
in de zaak van:
[appellant],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellant,
hierna: [appellant],
gemachtigde: mr. C. Lejuez,
tegen
1[geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
3. [geïntimeerde 3],
4. [geïntimeerde 4],
5. [geïntimeerde 5],
6. [geïntimeerde 6],
allen wonende in Aruba,
oorspronkelijk eisers,
thans geïntimeerden,
hierna: [geïntimeerde 1] c.s.,
gemachtigde: mr. C.J. Hart.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1
Voor het procesverloop tot aan 28 februari 2023 wordt verwezen naar het op die datum uitgesproken tussenvonnis van het Hof.
1.2
De bij voormeld tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 27 maart jl.
1.3
De zaak is verwezen naar de rol van 25 april 2023 voor akte na comparitie zijdens [appellant].
1.4
De zaak is verwezen naar de rol van 25 april 2023 voor uitspraak ter zake de benoeming van een bijzondere curator over [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] (hierna ook de belanghebbenden).
2De verdere beoordeling
2.1
In het tussenvonnis van 28 februari 2023 heeft het Hof onder meer als volgt overwogen:
De belanghebbenden zijn in dit geding niet opgeroepen. Hun curator is [appellant], partij in deze zaak. Het Hof sluit niet uit dat de belangen van laatstgenoemde in strijd kunnen zijn met die van de belanghebbenden. Het Hof acht het dan ook in het belang van de belanghebbenden ambtshalve een bijzondere curator te benoemen (art. 1:385 lid 1 BW in verbinding met art. 1:250 BW). Ten aanzien van de persoon van de bijzondere curator wenst het Hof van partijen te vernemen of zij hierover tot overeenstemming kunnen komen. Denkbaar is dat een familielid dat het vertrouwen geniet van partijen en de belanghebbenden en geen of nauwelijks betrokkenheid heeft met deze zaak hiervoor in aanmerking zou kunnen komen. Partijen wordt verzocht zich tijdens de comparitie van partijen hierover uit te laten.
2.2
Tijdens de comparitie van partijen heeft [appellant] voorgesteld om zijn echtgenote dan wel zijn dochter te benoemen tot bijzondere curator. [geïntimeerde 1] c.s. hebben daartegen bezwaar gemaakt omdat de door [appellant] genoemden te veel betrokkenheid hebben bij deze zaak. [geïntimeerde 1] c.s. hebben voorgesteld om deurwaarder [naam] te benoemen tot bijzondere curator.
2.3
Nu [appellant] tegen de benoeming van deurwaarder [naam] geen zwaarwegende bezwaren heeft aangevoerd en deurwaarder [naam] zich tegenover de gemachtigde van [geïntimeerde 1] c.s. bereid heeft verklaard om te worden benoemd, zal het Hof hiertoe overgaan.
2.4
Nadat [appellant] een akte na comparitie heeft genomen zal de zaak worden verwezen voor antwoordakte zijdens [geïntimeerde 1] c.s. en de bijzondere curator.
2.5
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
benoemt mevrouw [naam] tot bijzondere curator over [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2];
draagt de griffier op deze beschikking aan mevrouw [naam] te doen toekomen;
bepaalt dat de bijzondere curator bij nader te bepalen datum de gelegenheid krijgt een antwoordakte in te dienen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 25 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Registratienummers: AUA201804181 - AUA2020H00043
Uitspraak: 25 april 2023
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis
in de zaak van:
[appellant],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellant,
hierna: [appellant],
gemachtigde: mr. C. Lejuez,
tegen
1[geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
3. [geïntimeerde 3],
4. [geïntimeerde 4],
5. [geïntimeerde 5],
6. [geïntimeerde 6],
allen wonende in Aruba,
oorspronkelijk eisers,
thans geïntimeerden,
hierna: [geïntimeerde 1] c.s.,
gemachtigde: mr. C.J. Hart.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1
Voor het procesverloop tot aan 28 februari 2023 wordt verwezen naar het op die datum uitgesproken tussenvonnis van het Hof.
1.2
De bij voormeld tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 27 maart jl.
1.3
De zaak is verwezen naar de rol van 25 april 2023 voor akte na comparitie zijdens [appellant].
1.4
De zaak is verwezen naar de rol van 25 april 2023 voor uitspraak ter zake de benoeming van een bijzondere curator over [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] (hierna ook de belanghebbenden).
2De verdere beoordeling
2.1
In het tussenvonnis van 28 februari 2023 heeft het Hof onder meer als volgt overwogen:
De belanghebbenden zijn in dit geding niet opgeroepen. Hun curator is [appellant], partij in deze zaak. Het Hof sluit niet uit dat de belangen van laatstgenoemde in strijd kunnen zijn met die van de belanghebbenden. Het Hof acht het dan ook in het belang van de belanghebbenden ambtshalve een bijzondere curator te benoemen (art. 1:385 lid 1 BW in verbinding met art. 1:250 BW). Ten aanzien van de persoon van de bijzondere curator wenst het Hof van partijen te vernemen of zij hierover tot overeenstemming kunnen komen. Denkbaar is dat een familielid dat het vertrouwen geniet van partijen en de belanghebbenden en geen of nauwelijks betrokkenheid heeft met deze zaak hiervoor in aanmerking zou kunnen komen. Partijen wordt verzocht zich tijdens de comparitie van partijen hierover uit te laten.
2.2
Tijdens de comparitie van partijen heeft [appellant] voorgesteld om zijn echtgenote dan wel zijn dochter te benoemen tot bijzondere curator. [geïntimeerde 1] c.s. hebben daartegen bezwaar gemaakt omdat de door [appellant] genoemden te veel betrokkenheid hebben bij deze zaak. [geïntimeerde 1] c.s. hebben voorgesteld om deurwaarder [naam] te benoemen tot bijzondere curator.
2.3
Nu [appellant] tegen de benoeming van deurwaarder [naam] geen zwaarwegende bezwaren heeft aangevoerd en deurwaarder [naam] zich tegenover de gemachtigde van [geïntimeerde 1] c.s. bereid heeft verklaard om te worden benoemd, zal het Hof hiertoe overgaan.
2.4
Nadat [appellant] een akte na comparitie heeft genomen zal de zaak worden verwezen voor antwoordakte zijdens [geïntimeerde 1] c.s. en de bijzondere curator.
2.5
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
benoemt mevrouw [naam] tot bijzondere curator over [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2];
draagt de griffier op deze beschikking aan mevrouw [naam] te doen toekomen;
bepaalt dat de bijzondere curator bij nader te bepalen datum de gelegenheid krijgt een antwoordakte in te dienen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 25 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.