Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2019:144
2019-07-30
Civiel recht
AUA201802472 - AUA2019H00036
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
ambtenaar van de burgerlijke stand voornaamswijziging misslag zwaarwegend belang
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.341 tekens)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Beschikking in de zaak van:
1[APPELLANTE SUB 1],
hierna te noemen: de moeder,
2. [APPELLANTE SUB 2],
hierna te noemen: de vader,
beiden wonende in Aruba,hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
oorspronkelijk verzoekers, thans appellanten,
gemachtigde: mr. L.J. Pieters,
ter zake van de voornaam van hun kind:
[kind],
geboren op [geboorte datum] in Aruba,
hierna te noemen: het kind.
Andere belanghebbende:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van Aruba,
gemachtigde: mr. A. Els.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van 15 januari 2019. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2.
De ouders hebben in een beroepschrift, met productie, ingekomen op 26 februari 2019, hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. In het beroepschrift hebben zij het hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw recht doende, hun verzoek zal toewijzen.
1.3.
Op 17 juni 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De moeder is verschenen, bijgestaan door mr. Pieters. Voor de ambtenaar van de burgerlijke stand is mr. Els verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.
1.4.
Beschikking is bepaald op heden.
2. De gronden van het hoger beroep
Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.
3Beoordeling
3.1.
De ouders verzoeken ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW-AUA wijziging van de eerste voornaam van hun kind van [voornaam] naar [voornaam] (dus zonder hoofdletter k). Het GEA heeft het verzoek afgewezen op de grond dat een voldoende zwaarwegend belang ontbreekt (rov. 4.4). Het GEA heeft voorts overwogen dat geen sprake is van een misslag (rov. 4.3). Hiertegen richt zich het appel van de ouders.
3.2.
Het appel slaagt. In het midden kan blijven of sprake is van een ‘kennelijke misslag’ als bedoeld in artikel 1:24a BW-AUA die kan worden verbeterd met toestemming van de officier van justitie (op verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand). Naar het oordeel van het Hof is wel sprake van een ‘misslag’. Gelet op het briefje dat de vader ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte afgaf aan de ambtenaar van de burgerlijke stand (productie 4 bij inleidend verzoekschrift), waarin alle letters van de voornaam (behoudens de “c”) van dezelfde grootte zijn (hoofdletters), was het de bedoeling van de ouders dat in de eerste voornaam de k niet met een hoofdletter zou worden geschreven. Dat het gaat om een vergissing en ook om een kwestie die voor de ouders van wezenlijke betekenis is, blijkt ook uit het gegeven dat zij op de eerst mogelijke dag naar de burgerlijke stand zijn gegaan met het verzoek de fout te herstellen. Daarmee is geen sprake van een lichtzinnig verzoek waartegen het criterium van het zwaarwegend belang, dat overigens niet in de wettekst van artikel 1:4 lid 4 BW-AUA is opgenomen, een dam beoogt op te werpen.
3.3.
Het Hof ziet hierin voldoende aanleiding de voornaam te wijzigen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
3.4.
Voor een kostenveroordeling bestaat onvoldoende aanleiding.
4Beslissing
Het Hof:
- vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw rechtdoende:
- wijzigt de eerste voornaam van het kind in [voornaam].
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, M.B. van den Enden en F.W.J. Meijer, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2019 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Beschikking in de zaak van:
1[APPELLANTE SUB 1],
hierna te noemen: de moeder,
2. [APPELLANTE SUB 2],
hierna te noemen: de vader,
beiden wonende in Aruba,hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
oorspronkelijk verzoekers, thans appellanten,
gemachtigde: mr. L.J. Pieters,
ter zake van de voornaam van hun kind:
[kind],
geboren op [geboorte datum] in Aruba,
hierna te noemen: het kind.
Andere belanghebbende:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van Aruba,
gemachtigde: mr. A. Els.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van 15 januari 2019. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2.
De ouders hebben in een beroepschrift, met productie, ingekomen op 26 februari 2019, hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. In het beroepschrift hebben zij het hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw recht doende, hun verzoek zal toewijzen.
1.3.
Op 17 juni 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De moeder is verschenen, bijgestaan door mr. Pieters. Voor de ambtenaar van de burgerlijke stand is mr. Els verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.
1.4.
Beschikking is bepaald op heden.
2. De gronden van het hoger beroep
Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.
3Beoordeling
3.1.
De ouders verzoeken ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW-AUA wijziging van de eerste voornaam van hun kind van [voornaam] naar [voornaam] (dus zonder hoofdletter k). Het GEA heeft het verzoek afgewezen op de grond dat een voldoende zwaarwegend belang ontbreekt (rov. 4.4). Het GEA heeft voorts overwogen dat geen sprake is van een misslag (rov. 4.3). Hiertegen richt zich het appel van de ouders.
3.2.
Het appel slaagt. In het midden kan blijven of sprake is van een ‘kennelijke misslag’ als bedoeld in artikel 1:24a BW-AUA die kan worden verbeterd met toestemming van de officier van justitie (op verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand). Naar het oordeel van het Hof is wel sprake van een ‘misslag’. Gelet op het briefje dat de vader ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte afgaf aan de ambtenaar van de burgerlijke stand (productie 4 bij inleidend verzoekschrift), waarin alle letters van de voornaam (behoudens de “c”) van dezelfde grootte zijn (hoofdletters), was het de bedoeling van de ouders dat in de eerste voornaam de k niet met een hoofdletter zou worden geschreven. Dat het gaat om een vergissing en ook om een kwestie die voor de ouders van wezenlijke betekenis is, blijkt ook uit het gegeven dat zij op de eerst mogelijke dag naar de burgerlijke stand zijn gegaan met het verzoek de fout te herstellen. Daarmee is geen sprake van een lichtzinnig verzoek waartegen het criterium van het zwaarwegend belang, dat overigens niet in de wettekst van artikel 1:4 lid 4 BW-AUA is opgenomen, een dam beoogt op te werpen.
3.3.
Het Hof ziet hierin voldoende aanleiding de voornaam te wijzigen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
3.4.
Voor een kostenveroordeling bestaat onvoldoende aanleiding.
4Beslissing
Het Hof:
- vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw rechtdoende:
- wijzigt de eerste voornaam van het kind in [voornaam].
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, M.B. van den Enden en F.W.J. Meijer, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2019 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.