Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2018:13

2018-01-11 Civiel recht AR 82023/17 - HAR 60/17 en 61/17
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2018-01-11
Publicatiedatum
2018-02-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
AR 82023/17 - HAR 60/17 en 61/17
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Curaçao. Verzoek tussentijds appel. Deelbeschikking. Geen toestemming nodig voor incidenteel appel.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.521 tekens)
Burgerlijke zaken over 2018 Beschikking no.:
Registratienummers: AR 82023/17 - HAR 60/17 en 61/17
Uitspraak: 11 januari 2018 (bij vervroeging; bekendgemaakt per mail)




GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba




B E S C H I K K I N G




in de zaak van (HAR 61/17):



de naamloze vennootschap

CORE LABORATORIES SALES N.V.,

gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het bevoegdheidsincident,
thans verzoekster om tussentijds appel,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en L.S. Davelaar,



tegen



de rechtspersonen naar Venezolaans recht

1. PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A.,


2. PDVSA PETROLEO S.A.,

beide gevestigd in Venezuela,
oorspronkelijk gedaagden in de hoofdzaak,
verzoeksters in het bevoegdheidsincident,
thans verweersters tegen het verzoek om tussentijds appel,
gemachtigden: mrs. T.L. Claassens en W. Princée



en in de zaak van (HAR 60/17):



de rechtspersonen naar Venezolaans recht

1. PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A.,


2. PDVSA PETROLEO S.A.,

beide gevestigd in Venezuela,
oorspronkelijk gedaagden in de hoofdzaak,
verzoeksters in het bevoegdheidsincident,
thans verzoeksters om tussentijds appel,
gemachtigden: mrs. T.L. Claassens en W. Princée



tegen
de naamloze vennootschap

CORE LABORATORIES SALES N.V.,

gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het bevoegdheidsincident,
thans verweerster tegen het verzoek om tussentijds appel,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en L.S. Davelaar,




De partijen worden hierna Saybolt en PDVSA c.s. genoemd.






1Het verloop van de procedure


1.1
Bij verzoekschrift van 15 december 2017 heeft Saybolt vergunning verzocht voor tussentijds appel tegen het tussen partijen gewezen en op 4 december 2017 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao/Aruba (verder: GEA).



1.2
Bij verzoekschrift van 18 december 2017 hebben ook PDVSA c.s. vergunning verzocht voor tussentijds appel tegen dat vonnis.



1.3

De verzoeken zijn aan de orde geweest op de rolzitting van het Hof van
9 januari 2018. Beide zijden hebben gepersisteerd in hun verzoeken en over en weer geen bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de verzoeken van de wederpartij.




1.4
Beschikking is bepaald op heden.






2De beoordeling


2.1
In eerste aanleg heeft Saybolt enige verklaringen voor recht gevorderd en veroordeling tot betaling van een geldbedrag. Bij incidentele vordering hebben PDVSA c.s. (primair) gevorderd dat het GEA zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen. Het GEA heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van de vorderingen tot verklaring voor recht, maar zich bevoegd geacht kennis te nemen van de vordering tot veroordeling tot betaling van een geldbedrag en de zaak naar de rol verwezen voor voortprocederen.



2.2

Saybolt heeft geen vergunning van het Hof nodig om tegen dit vonnis te appelleren, want haar appel richt zich slechts tegen de eindvonniscomponent ervan (de onbevoegdverklaring). Het verzoekschrift van 15 december 2017 zal daarom worden aangemerkt als een akte van appel. De termijn voor indiening van een memorie van grieven loopt voor haar vanaf 15 december 2017 (zie
art. 271 Rv).




2.3
PDVSA c.s. hebben vergunning van het Hof nodig om zelfstandig tegen het vonnis te appelleren, want hun appel richt zich slechts tegen de tussenbeschikkingcomponent ervan. Nu de wederpartij zich niet tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal het Hof het toewijzen. De termijn voor indiening van een akte van appel loopt voor haar vanaf de dag van deze uitspraak (zie art. 263a lid 3 Rv).



2.4
Het Hof wijst erop dat PDVSA c.s. geen toestemming nodig hebben voor incidenteel appel tegen het vonnis, nu Saybolt geacht wordt reeds (principaal) appel te hebben ingesteld (vergelijk: HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7705, NJ 2007/421).



2.5
De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis in de hoger beroepen.





B E S L I S S I N G


Het Hof:



verstaat dat Saybolt op 15 december 2017 (principaal) appel heeft ingesteld tegen het vonnis van het GEA;



verleent PDVSA c.s. vergunning om zelfstandig appel in te stellen tegen het vonnis van het GEA;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, H.J. Fehmers en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 11 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.