Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2014:66

2014-01-24 Bestuursrecht HLAR 63935/13
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2014-01-24
Publicatiedatum
2014-12-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
HLAR 63935/13
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. In geschil is ingangsdatum toekenning van bijstandsuitkering. Appellant betoogt dat ten onrechte de aanvraag om met terugwerkende kracht de uitkering te ontvangen buiten behandeling is gesteld. Betoog faalt en vonnis wordt bevestigd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.406 tekens)
HLAR 63935/13
Datum uitspraak: 24 januari 2014










gemeenschappelijk hof van jusTitie


van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN


EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA












Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellant], wonend in Aruba,
appellant,



tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 20 februari 2013 in de zaak nr. LAR 2340 van 2012 in het geding tussen:



appellant



en



de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur.





Procesverloop


Bij beschikking van 30 september 2011 heeft de directeur van de directie Sociale Zaken van het ministerie van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur (hierna: de directeur) [appellant] met ingang van oktober 2011 een bijstandsuitkering toegekend.



Bij beschikking van 28 juni 2012 heeft de minister het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.



Bij uitspraak van 20 februari 2013 heeft het Gerecht het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.



Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.



Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2013, waar [appellant], bijgestaan door M.L. Hassell, en de minister, vertegenwoordigd door mr. N. Turuçlu, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen.



Overwegingen



Ingevolge artikel 20, eerste lid, van het Landsbesluit bijstandsverlening, voor zover thans van belang, dienen aanvragen om bijstand schriftelijk te worden ingediend bij de daartoe door de Directeur aangewezen ambtenaar of ambtenaren. Ingevolge artikel 22, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt, indien een aanvraag om bijstand is goedgekeurd, de uitkering berekend vanaf de dag van indiening van de aanvraag.


[Appellant] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de bijstandsuitkering ten onrechte niet met terugwerkende kracht tot 19 april 2011 is toegekend, de dag waarop hij zijn aanvraag om bijstand heeft ingediend. Weliswaar is die aanvraag bij beschikking van 29 juni 2011 buiten behandeling gesteld, maar dat is ten onrechte gebeurd, nu hem niet de gelegenheid is geboden die aanvraag aan te vullen. De aanvraag van 18 augustus 2011 was louter een aanvulling van die van 19 april 2011, aldus [appellant].



2.1
Dat betoog faalt. De aanvraag van 19 april 2011 is bij beschikking van 29 juni 2011 buiten behandeling gesteld. Tegen die beschikking heeft [appellant] geen rechtsmiddel aangewend, zodat zij in rechte onaantastbaar is. Voor zover hij beoogt te betogen dat het Gerecht het beroep ten onrechte niet ook gericht heeft geacht tegen die beschikking, faalt dat betoog. Het Gerecht heeft in de enkele gestelde omstandigheid dat geen rechtsmiddelenverwijzing aan die beschikking is toegevoegd terecht geen reden gezien om dat te doen. Reeds om die reden heeft het met juistheid in het in beroep aangevoerde geen grond gezien voor het oordeel dat de minister voor de ingangsdatum van de aan [appellant] op de aanvraag van 18 augustus 2011 toegekende bijstandsuitkering ten onrechte niet van die van 19 april 2011 is uitgegaan.
3. Het hoger beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba




bevestigt de aangevallen uitspraak.


Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.












w.g. Drop
voorzitter


w.g. Martines
griffier








Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2014



Verzonden:



Voor eensluidend afschrift,de griffier,voor deze,