Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGHACMB:2012:CA0483

2012-11-09 Civiel recht 51015 – H 267/11
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2012-11-09
Publicatiedatum
2013-06-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
51015 – H 267/11
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Hof verstaat dat hoger beroep is vervallen wegens het niet betalen van griffierecht. Er is in drie parallelzaken vonnis gewezen, het gaat om drie aparte vonnissen waarvoor drie appelakten zijn ingediend. Derhalve had de gemachtigde behoren te begrijpen dat er ook drie maal griffierecht verschuldigd was.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.550 tekens)
Registratienrs. 51015 – H 267/11
Uitspraak: 9 november 2012




GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba



Vonnis in de zaak van:



de stichting particulier fonds THE WILDLIFE PRIVATE FOUNDATION,
gevestigd in Sint Maarten,
oorspronkelijk gedaagde, thans appellante,
gemachtigde: mrs. M.O. Kortenoever en J. Meyer,



tegen



de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging PALM BEACH HOME OWNERS ASSOCIATION,
gevestigd in Sint Maarten,
oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok.



Partijen worden hierna wederom aangeduid met Wildlife en Palm Beach.


1. Verder verloop van de procedure

1.1. Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenvonnis van 27 januari 2012.

1.2. Bij brief van 28 februari 2012 heeft Wildlife producties ingediend (c.c. wederpartij).

1.3. Wildlife heeft op 2 maart 2012 een akte uitlating betaling griffiegeld, met producties, ingediend.

1.4. Op 10 april 2012 heeft Palm Beach producties ingediend.

1.5. Op 13 april 2012 heeft Palm Beach een antwoord akte uitlating betaling griffierecht ingediend.

1.6. Partijen hebben om vonnis ge¬vraagd waarvan de uitspraak nader is bepaald op heden.


2. Beoordeling

2.1. Het Hof acht geen rechtvaardiging voor de te late betaling van het griffierecht aanwezig. Op 19 oktober 2010 is in drie parallelzaken, te weten Apollo Ltd v. Palm Beach, Neptune Private Foundation v. Palm Beach en Wildlife Private Foundation v. Palm Beach, vonnis gewezen. Het gaat om drie aparte vonnissen. De toenmalige gemachtigde van Apollo, Neptune en Wildlife heeft op 1 december 2010 drie aparte appelakten ingediend. Toen deze gemachtigde ervoor koos om zes weken later één memorie van grieven in te dienen, had hij behoren te begrijpen dat drie maal griffierecht verschuldigd is. De gemachtigde kan zich niet verschuilen achter zijn bode of achter het griffiepersoneel dat kennelijk op het verkeerde been is gezet omdat het ging om één stuk. Terecht heeft Palm Beach erop gewezen dat de appellant verplicht was bij de indiening van de akte van hoger beroep, ter vaststelling van het griffierecht door de griffier, schriftelijk het financiële belang van de zaak aan te geven (artikel 85 Procesreglement).

2.2. Ook indien veronderstellenderwijs moet worden aangenomen dat in twee zaken de memorie geacht wordt niet te zijn ingediend, is in die zaken toch griffierecht verschuldigd uiterlijk zes weken na de indiening van de akte van appel.

2.3. Uit het voorgaande volgt dat het beroep is vervallen (artikel 270 lid 5 Rv). Wildlife dient de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Palm Beach gevallen te dragen.


3. Beslissing

Het Hof:

- verstaat dat het hoger beroep is vervallen;

- draagt de griffier op de aantekening in het algemeen register door te halen;

- veroordeelt Wildlife in de kosten aan de zijde van Palm Beach in hoger beroep gevallen en tot op heden begroot op NAF. 5.100,= aan gemachtigdensalaris en NAF. 242,50 aan verschotten.


Aldus gewezen door mrs. J. de Boer, H.J. van Kooten en F.J. Lourens, leden van het Hof, en ter openbare terechtzitting van 9 november 2012 in Sint Maarten uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.