Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

ECLI:NL:OGEAC:2026:90

2026-05-05 Civiel recht CUR20260441
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Uitspraakdatum
2026-05-05
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
CUR20260441
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontbinding stichting omdat doel niet meer kan worden bereikt. Art. 2:57 lid 1 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.892 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO


Zaaknummer: CUR20260441



Beschikking van 5 mei 2026



de openbare rechtspersoon

CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN,
gevestigd in Curaçao,
verzoeker,
gemachtigde: mr. V.P. Maria,



tegen



de stichting

STICHTING SPAAR- EN KREDIETFONDS PERSONEELSLEDEN BANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN, (hierna: ‘de Stichting’)
gevestigd in Curaçao,
verweerster.





1Het procesverloop


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:



het verzoekschrift van 6 februari 2026;


de nagezonden stukken:



 instemmingsverklaring en kopie ID van de bestuurster van de Stichting;
 aankondigingen van het verzoek in de Landscourant en bij het handelsregister;
 bereidverklaring van de te benoemen curator.




1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.




2Het verzoek

2.1.
Verzoeker verzoekt het gerecht:



de Stichting te ontbinden op grond van art. 2:57 lid 1 sub b BW;


te bepalen dat, nu vaststaat dat de Stichting geen baten en geen lasten heeft en een vereffening niet noodzakelijk is, van vereffening kan worden afgezien en derhalve geen vereffenaar en geen rechter-commissaris worden benoemd.





2.2.
Bij schriftelijke verklaring van 7 april 2026 heeft de enig bestuurster van de Stichting verklaard in te stemmen met het verzoek tot ontbinding.





3De beoordeling

3.1.
Art. 2:57 lid 1 BW luidt:



De rechter ontbindt de stichting op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie, indien:


a. het vermogen van de stichting ten enenmale onvoldoende is voor de


verwezenlijking van haar doel en in hoge mate onwaarschijnlijk is dat een


voldoende vermogen door bijdragen of op andere wijze binnen afzienbare tijd zal


worden verkregen;


b. het doel der stichting is bereikt of niet meer kan worden bereikt en wijziging van het doel niet in aanmerking komt.





3.2.
Het doel van de stichting is blijkens haar statuten wat al in haar naam besloten ligt. Verzoeker is de werkgever van het personeel ten behoeve van wie de Stichting in 1992 is opgericht. Verzoeker is mede gelet daarop aan te merken als belanghebbende als bedoeld in art. 2:57 lid 1 BW.



3.3.
Verzoeker heeft uiteengezet dat de Stichting nooit activiteiten heeft ontplooid en dat in haar plaats in 1993 stichting Spaar- en Kredietfonds Opal is opgericht, welke stichting wel actief is. Volgens verzoeker kan het doel van de Stichting niet meer worden bereikt en dient zij te worden ontbonden.



3.4.
Het verzoek tot ontbinding voldoet aan de wettelijke eisen en zal worden toegewezen.



3.5.
Art. 2:24 lid 6 BW bepaalt dat de beschikking waarbij de rechtspersoon ontbonden wordt verklaard de benoeming inhoudt van een curator en de aanwijzing van een rechter-commissaris. Dienovereenkomstig zal worden beslist, niettegenstaande de stelling van verzoeker dat er niets te vereffenen valt.



3.6.
Mr. Maria heeft zich bereid verklaard. Zij zal tot curator worden benoemd. Met overeenkomstige toepassing van art. 11 Faillissementsbesluit 1931 zal de rechter die deze beschikking geeft als rechter-commissaris worden aangewezen.



3.7.
De vereffening van de ontbonden Stichting dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van het Faillissementsbesluit 1931 (art. 2:24 lid 7 BW) en de Faillissementsrichtlijnen.





4De beslissing


Het gerecht:



4.1.
ontbindt de Stichting;



4.2.
benoemt mr. V.P. Maria, advocaat te Curaçao, tot curator en wijst mr. P.E. de Kort aan als rechter-commissaris;



4.3.
verstaat dat de curator deze beschikking zal meedelen overeenkomstig het bepaalde in art. 2:57 lid 8 BW;



4.4.
verzoekt de griffier deze vereffening te plaatsen op de faillissementsrol van 10 juni 2026, 14.00 uur, voor ‘indienen verslag’;



4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.


Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in het openbaar uitgesproken op 5 mei 2026.